Afdaling van een achtbaan (foto: Piotrus, CC BY-SA 3.0)
EXAMENSTOF · C2 · ENERGIEOMZETTINGEN
Examentraining
Energie en rendement: zo pak je examenvragen aan
Afdaling van een achtbaan (foto: Piotrus, CC BY-SA 3.0)
EXAMENSTOF · C2 · ENERGIEOMZETTINGEN
Examentraining
Energie en rendement: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Piotrus / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
EXAMENSTOF · C2 · ENERGIEOMZETTINGEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan rekenen met energiebehoud, wrijving, stookwaarde en rendement en de efficiëntie van een warmtepomp beredeneren.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · C2 · ENERGIEOMZETTINGEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is gegeven en gevraagd? Reken alles om naar SI-eenheden.
2. Balans: welke energieën zijn er aan het begin en aan het eind?
3. Kies: Ez = m·g·h, Ek = ½·m·v², Ech = rV·V of η = Enuttig/Ein.
4. Reken en controleer: juiste aantal significante cijfers en de eenheid.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · C2 · ENERGIEOMZETTINGEN
Vraagtype 1: energiebehoud bij val en worp
Zonder wrijving blijft Ez + Ek constant.
Vrije val: v = √(2·g·h). Verticale worp: h = v²/(2·g).
De massa valt weg: een zwaar en een licht voorwerp vallen even snel.
Syllabus C2.2: vrije val en verticale worp.
Een steen valt vrij van 12,0 m hoogte, zonder wrijving. Bereken v onderaan.
15,3 m/s
10,8 m/s
118 m/s
235 m/s
v = √(2·g·h) = √(2 × 9,81 × 12,0) = √235,4 = 15,3 m/s. Afleiders: factor 2 vergeten (10,8), wortel vergeten (235) of v² = g·h zonder wortel (118). Controle: 15,34² = 235,4.
Bal gaat omhoog met 8,0 m/s. Bereken h in m.
Zonder wrijving: h = v²/(2·g) = 64/(2 × 9,81) = 3,26 m, dus 3,3 m (twee significante cijfers). Verwachte fout: v² vergeten of 2·g vergeten. Controle: 3,26 × 19,62 = 64,0.
EXAMENSTOF · C2 · ENERGIEOMZETTINGEN
Vraagtype 2: valbeweging met wrijving
Etot,in = Etot,uit geeft Ez,begin = Ek,eind + Q.
Q is de wrijvingsarbeid, in J.
Constante snelheid: Ek blijft gelijk, alle afname van Ez wordt warmte.
Syllabus C2.2: valbeweging met wrijving, wrijvingsarbeid.
Een voorwerp van 1,0 kg valt vanaf 5,0 m met wrijving. Bepaal de warmte onderaan.
34 J
15 J
49 J
83 J
Ez,begin = 1,0 × 9,81 × 5,0 = 49 J (af te lezen bij h = 5,0 m). Ek,eind = 34 J (af te lezen bij h = 0). Q = 49 − 34 = 15 J. Afleiders: alleen Ek (34), alleen Ez (49) of de som (83). Controle: 49,05 − 34,05 = 15,0; de wrijvingskracht in de figuur is 3,0 N, 3,0 × 5,0 = 15 J. Image credit: Eigen figuur
Een parachutist van 75 kg daalt 1,0·10³ m met constante snelheid. Bereken Q.
0 J
3,7·10⁵ J
7,5·10⁴ J
7,4·10⁵ J
Constante snelheid: Ek verandert niet, dus Q = ΔEz = m·g·h = 75 × 9,81 × 1,0·10³ = 7,36·10⁵ J, dus 7,4·10⁵ J. Afleiders: Ek constant dus geen warmte (0), ½ gebruikt (3,7·10⁵), g vergeten (7,5·10⁴). Controle: 75 × 1000 = 75 000; × 9,81 = 735 750.
EXAMENSTOF · C2 · ENERGIEOMZETTINGEN
Vraagtype 3: stookwaarde en rendement
Ech = rV·V of Ech = rm·m, met de stookwaarde uit het informatieboek.
η = Enuttig/Ein = Pnuttig/Pin.
Reken liters om naar m³ en kWh naar J.
Syllabus C2.2 en formules Ech en η.
5,0 L brandstof (33·10⁹ J/m³) levert 4,1·10⁷ J aan beweging. Bereken η.
25%
75%
4,0
2,5%
Ech = rV·V = 33·10⁹ × 5,0·10⁻³ = 1,65·10⁸ J. η = 4,1·10⁷ / 1,65·10⁸ = 0,25, dus 25%. Afleiders: het deel warmte (75%), Ein/Enuttig (4,0) en liters niet omgerekend (2,5%). Controle: 1,65·10⁸ × 0,25 = 4,1·10⁷; 33·10⁹ × 0,0050 = 1,65·10⁸.
η = 0,90 en Pin = 2,0 kW. Bereken Pnuttig in W.
Pnuttig = η·Pin = 0,90 × 2,0·10³ = 1,8·10³ W (1800 W). Verwachte fout: kW niet omrekenen (1,8 W) of delen in plaats van vermenigvuldigen (2,2·10³ W). Controle: 1800/2000 = 0,90.
EXAMENSTOF · C2 · ENERGIEOMZETTINGEN
Vraagtype 4: warmtepomp en besparing
Efficiëntie = nuttige warmte voor het huis gedeeld door de elektrische energie die de pomp opneemt.
Warmte uit de omgeving is gratis en hoort niet bij de input.
Een waarde boven 1 mag: de pomp verplaatst warmte.
Syllabus C2.3: welke energieën vergelijk je, context verwarmen van een gebouw.
Een warmtepomp neemt 2,0 kWh elektrisch op en geeft 7,0 kWh warmte aan het huis. Efficiëntie?
0,29
2,5
3,5
4,5
Efficiëntie = Enuttig/Ein = 7,0/2,0 = 3,5. De warmte uit de omgeving is 7,0 − 2,0 = 5,0 kWh. Afleiders: omgekeerd (0,29), omgevingswarmte als nuttig (5,0/2,0 = 2,5) en warmte plus elektrisch als nuttig (9,0/2,0 = 4,5). Controle: 3,5 × 2,0 = 7,0.
Welke twee energieën vergelijk je voor de efficiëntie van een warmtepomp?
Warmte uit de bodem en elektrische energie
Warmte uit de bodem en warmte aan het huis
Warmte aan het huis en elektrische energie
Elektrische energie en de verloren warmte
Nuttig is de warmte aan het huis; de input die je betaalt is de elektrische energie. De warmte uit de bodem is gratis en geen input. Syllabus C2.3.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Energiebehoud bij val en worp
Valbeweging met wrijving
Stookwaarde en rendement
Warmtepomp en besparing
Bespreek het meest gekozen type nog een keer.
EXAMENSTOF · C2 · ENERGIEOMZETTINGEN
Tips voor op het examen
Zet alles eerst in SI-eenheden: L naar m³, kW naar W, kWh naar J.
Schrijf de energiebalans op voor je een formule kiest: Etot,in = Etot,uit.
Geef je antwoord met het juiste aantal significante cijfers en de eenheid.
Deze slide heeft geen instructies