4.3 Afronden

1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 1-3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

To do :-)
  • terugblik 4.2 grote getallen
  • uitleg 4.3 
  • werken aan de opdrachten van 4.3
  • afsluiting 

Slide 2 - Tekstslide

Terugblik
Wat hebben we de vorige les gedaan?
*Ik kan grote getallen met alleen cijfers schrijven
*Ik kan grote getallen in cijfers en woorden schrijven










Slide 3 - Tekstslide

Herhaling
nog uitwerken!

Slide 4 - Tekstslide

4.3 Afronden
Wat gaan we deze les doen?
*Ik kan decimale getallen afronden
*Ik kan afronden op ronde getallen












Slide 5 - Tekstslide

4.3 Afronden
Als je afrondt op twee decimalen, dan kijk je naar het derde decimaal (getal achter de komma.
Bij het afronden op drie decimalen, kijk je naar het vierde decimaal, etc.

Hierbij geldt:
0 t/m 4: rond af naar beneden (het cijfer waarop je afrondt verandert niet).
5 t/m 9: rond af naar boven (je verhoogt het cijfer waarop je afrondt met 1).


Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

opgave: rond 567 af op honderdtallen

tip: 567 ligt tussen de honderdtallen 500 en 600


antwoord
600

Slide 11 - Tekstslide

opgave: rond 45.497 af op duizendtallen

tip: 45.497 ligt tussen de duizendtallen 45.000 en 46.000

antwoord
45.000

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Aan de slag!
Maken H4.3 opdracht 51 t/m 54 en 59 t/m 61

Slide 14 - Tekstslide

afsluiting en vooruitblik
Wat hebben we deze les gedaan:
*Ik kan decimale getallen afronden
*Ik kan afronden op ronde getallen

Wat gaan we de volgende les doen:
*Ik kan afronden in praktische situaties

Slide 15 - Tekstslide

Afronden
€ 4,5799 wordt
A
€ 4,57
B
€ 4,59
C
€ 4,56
D
€ 4,58

Slide 16 - Quizvraag

Wat is 43,4036 afronden op helen?
A
44
B
40
C
43,5
D
43

Slide 17 - Quizvraag

Afronden op een tiental:
378,0839
A
370,0839
B
380
C
370
D
380,0839

Slide 18 - Quizvraag

Geldbedragen moet je afronden op:
A
helen
B
1 decimaal
C
2 decimalen
D
3 decimalen

Slide 19 - Quizvraag

Afronden op honderdsten
450,5237
A
450,524
B
450,5
C
450,53
D
450,52

Slide 20 - Quizvraag

Afronden op een honderdtal
651
A
600
B
700

Slide 21 - Quizvraag

3,475 afronden op een decimaal =
A
3,47
B
3,48
C
3,4
D
3,5

Slide 22 - Quizvraag

Afronden op een tienden
78,784
A
78,78
B
78,70
C
78,8
D
78,7

Slide 23 - Quizvraag

Afronden: Boven of beneden?

3,29718 op drie decimalen
A
Afronden naar boven
B
Afronden naar beneden

Slide 24 - Quizvraag

Afronden: Boven of beneden?

3,29718 op twee decimalen
A
Afronden naar boven
B
Afronden naar beneden

Slide 25 - Quizvraag

Afronden: Boven of beneden?

3,29718 op een geheel getal
A
Afronden naar boven
B
Afronden naar beneden

Slide 26 - Quizvraag

894 op honderdtal afronden
A
890
B
895
C
800
D
900

Slide 27 - Quizvraag

Afronden op een tienden
78,457
A
78,4
B
78,45
C
78,5
D
78,46

Slide 28 - Quizvraag