2K week 37 les 1

Week 2.1
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 12 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Week 2.1

Slide 1 - Tekstslide

Schedule 
What are we going to do today?
- Lesson goals
- Bridge the Gap 1
- Recap grammar
- Do the exercises
- Check the answers 
- Next time

Slide 2 - Tekstslide

Lesson goals
- After this lesson I have renewed my knowledge about the grammar
- After this lesson I have done some of the exercises from Bridge the Gap.
Bridge the Gap
Wat betekent Bridge the Gap?

''Bridge between year 1 and year 2''

Slide 3 - Tekstslide

Present Simple (t.t.) 1
De present simple wordt gebruikt om het te hebben over gewoonten, stabiele situaties en feiten.  (used to describe habits, unchanging situations, and general truths.)

- This book has a red color. (feit)
- Bart always bites his nails. (gewoonten)
- These kids often play with each other. (stabiele situaties)

Slide 4 - Tekstslide

Present Simple (t.t.) 2
Hoe maken we de Present Simple ook alweer?

Rennen (to run)
I, He, She, It, We, You, They?

I .... Home    =    Ik ren naar huis


Slide 5 - Tekstslide

Present Simple (t.t.) 3
Hoe maak je de Present Simple ook alweer?
Rennen (to run)

I run home.
You run home. 
He runs home. 
She runs home
It runs home.

We run home.
You run home. 
They run home.




Ik ren naar huis.
Jij rent naar huis.
Hij rent naar huis.
Zij rent naar huis.
Het rent naar huis.

Wij rennen naar huis.
Jullie rennen naar huis.
Zij rennen naar huis.

Slide 6 - Tekstslide

Present Simple (t.t.) 4

SHIT-regel = achter She/He/It komt er een -s 
I run - She runs --- I walk - he walks

What about names?
Marcus = ?
John and Cindy = ?
The dog = ?
The cats = ?
Uitzonderingen: werkwoord ZIJN (to be) en HEBBEN (to have)
Zijn (to be) 
I am
She/He/It is
We/They/You are

Hebben (to Have)
I have
She/He/It has
We/They/You have

Slide 7 - Tekstslide

Present Simple (t.t.) 5
Voorbeeldvragen

1. Ferdinand ..... (to be) my best friend.
2. My brother and I ..... (to fight) a lot.
3. Sarah often ..... (to walk) her dog.
4. The dogs ..... (to bark) at the other dogs.


Slide 8 - Tekstslide

Your turn
Maak Bridge the Gap 1 opdrachten in deze volgorde:
Opdrachten: 4, 5, 2 en 1. Hier heb je 10/15 minuten voor. 

Ben je klaar? Dan mag je even je vinger opsteken.
Heb je vragen? Dan mag je ook je vinger opsteken.

Slide 9 - Tekstslide

Antwoorden controleren

Slide 10 - Tekstslide

Lesson goals
- After this lesson I have renewed my knowledge about the grammar
- After this lesson I have done some of the exercises from Bridge the Gap.

Slide 11 - Tekstslide

Next Time
Als je het nog niet af hebt, maak de opdrachten thuis af.

Heb je nog geen notitieboekje, zorg ervoor dat je deze de volgende keer mee hebt. (Mag ook gewoon een schriftje zijn).

Slide 12 - Tekstslide