2.1 - Week 45 - Hoofdletters

ZRGVEPL419AK
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

ZRGVEPL419AK

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelen


  • Je weet wanneer je een komma moet plaatsen.
  • Je weet dat hele zinnen beginnen met een hoofdletter.
  • Je kent de regels voor hoofdletters in eigennamen, aardrijkskundige namen, feestdagen en bedrijven.
  • Je kunt de regels toepassen.

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen:
• Je weet dat hele zinnen beginnen met een hoofdletter.
• Je kent de regels voor hoofdletters in eigennamen en aardrijkskundige namen.
• Je kunt de regels toepassen in eenvoudige situaties.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De komma
Het moeilijkste leesteken.

Een komma zorgt ervoor dat je een zin makkelijker kunt lezen.

Het is een rustpunt in de zin.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer?
Tussen twee persoonsvormen.
Toen ze dat verteld had, begon iedereen te juichen.

Tussen twee werkwoorden die tot verschillende zinnen behoren.
Als jij niet belt, bel ik zelf wel even.

Als er midden in de zin een voegwoord staat. Bijvoorbeeld bij omdat, doordat, zoals, terwijl, aangezien, want en maar.

Ik kan niet naar het feest, omdat ik dan op vakantie ben. 
Zij kon niet slapen, doordat haar broertje snurkte.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer?
Tussen twee bijvoegelijke naamwoorden die je onderling kunt verwisselen:
Die leuke, knappe en jonge dame is erg sportief.
Die knappe, leuke en jonge dame is erg sportief
Die jonge, knappe en leuke dame is erg sportief.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdletters

Slide 7 - Tekstslide

Oefen verder in SCORE.
Hoofdletters
in een zin

Een zin begint altijd met een hoofdletter.

Bijvoorbeeld:
Ik ga met Ivo naar Parijs.


Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdletters 
bij namen

Alle namen worden met een hoofdletter geschreven.
Kijk maar naar je eigen naam!

Bijvoorbeeld:
Ik ga met Ivo naar Parijs.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Namen 
Je schrijft altijd de voornaam en achternaam
met een hoofdletter.

Dus:

Anna Mulder - Wesley Smit - Amir Hassan 




Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tussenvoegsel
Soms staan er nog een of meer woordjes tussen:
de, van, van de, van der
Dit stukje van de naam schrijf je alleen met een
hoofdletter als de naam ermee begint:

Sem de Vries - (meneer) De Vries
Iris van Vliet - (familie) Van Vliet

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aardrijkskundige namen

Namen van plaatsen, streken en landen schrijf je ook met een hoofdletter.

Bijvoorbeeld:
Ik ga met Ivo naar Parijs.


Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aardrijkskundige namen
\
Maar ook bijvoorbeeld voor bergen, rivieren, woestijnen, hemellichamen.

Bijvoorbeeld:
de Pyreneeën, de Schelde, de Sahara, de Poolster



Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dagen
Feestdagen schrijf je met een hoofdletter
Kerst

Afleidingen van feestdagen niet
eerste kerstdag

Dagen, maanden en seizoenen niet
maandag, januari, zomer

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Namen van bedrijven, organisaties en merken

Rabobank
 Greenpeece
 Coca-Cola

Uitzonderingen bij sommige organisaties en bedrijven
iPhone, HEMA 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

WEL hoofdletters

- aan het begin van een zin

- bij namen: Kimberley, Feiya

- bij aardrijkskundige namen: Etten-Leur, Rucphen, Nederland

- bij woorden die afgeleid zijn van namen: Engels, Bredase

- bij straatnamen: Trivium, Stationsstraat, Parklaan

- bij merknamen van producten: Lays, Mercedes, Wicky

- bij namen van bedrijven: Praxis, Xenos, Lidl


Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

GEEN hoofdletters

- namen van dagen: vrijdag, maandag, woensdag

- namen van maanden: januari, mei, juli

- namen van seizoenen: lente, zomer, herfst, winter

- namen van windstreken: noorden, zuiden, oosten

- historische periodes: middeleeuwen, renaissance

- afleidingen van feestdagen: oudjaarsavond, paasei

- geloven: christendom, imam, paus, jodendom

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

beste mevrouw tamineau
In de bovenstaande zin moet...
A
1 hoofdletter
B
2 hoofdletters
C
3 hoofdletters
D
geen hoofdletters

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

september
A
hoofdletter
B
kleine letter

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

moederdag
A
hoofdletter
B
kleine letter

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdletter of niet?
A
titanic
B
Titanic

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdletters: goed of fout?
Zuid-Hollandse
A
goed
B
fout

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De Kermis staat van Woensdag tot Zaterdag op het plein.
A
hoofdletters staan allemaal goed
B
niet alle hoofdletters staan goed

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar staan de hoofdletters goed?
A
mevrouw Van Beek
B
mevrouw van beek
C
mevrouw van Beek

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Is de zin goed of fout?

Zij is in januari jarig.



A
goed
B
fout

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Met kerst vieren wij dat Jezus christus is geboren.
Hoeveel hoofdletters mis je?
A
0
B
1
C
2
D
3

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Elke derde woensdag in ____ is er een festival in Maastricht.
A
juli
B
Juli

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

____ en ____ bieden veel werkgelegenheid.
A
Klm en ns
B
Klm en Ns
C
KLM en Ns
D
KLM en NS

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De ____ taal is lastig voor studenten uit ____.
A
engelse - China
B
engelse - china
C
Engelse - China
D
Engelse - china

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

____ eet ik vaak yoghurt met muesli en fruit.
A
'S Morgens
B
'S morgens
C
's Morgens
D
's morgens

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
Werkboek: 
opdracht 1, 2, 5, 8, 11 (vanaf blz. 187)

Online:
Deelvaardigheid spelling -> Hoofdletters

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies