14.5 Het autonome zenuwstelsel 5V 2526

14.5 Het autonome zenuwstelsel
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

14.5 Het autonome zenuwstelsel

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel 14.5 
Wat is het verschil tussen het autonome en het animale zenuwstelsel?

Hoe worden rust en actie door het zenuwstelsel geregeld?

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Animaal zenuwstelsel
Ontvangt informatie van de zintuigen, verwerkt en koppelt op de juist manier aan je spieren
.
Grote betrokkenheid van de cortex/ grote hersenen.

Aansturing skeletspieren.

Slide 4 - Tekstslide

Autonoom zenuwstelsel
Alle zaken die je zenuwstelsel regelt zonder dat je je hier bewust van bent: beïnvloeding van organen als darmen, hart, longen.

Grote betrokkenheid hypothalamus, hersenstam.

Aansturing gladde spieren.
 


Slide 5 - Tekstslide

Autonoom zenuwstelsel
Bestaat uit twee delen:

Orthosympatisch zenuwstelsel: actie

Parasympatisch zenuwstelsel: rust en herstel
 


Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Organen gekoppeld via de grensstrengen.
Orthosympatisch zenuwstelsel

Slide 8 - Tekstslide

Zenuwen
Grensstrengen verbinden
de horizontale zenuw-
banen ook vertikaal.

Perifeer zenuwstelsel.


Slide 9 - Tekstslide

Zenuwen
Ganglia bevatten
cellichamen van de 
zenuwcellen.


Slide 10 - Tekstslide

Organen o.a. gekoppeld via zwervende zenuw (nervus vagus)
Parasympatisch zenuwstelsel

Slide 11 - Tekstslide

Iemand raakt met de vingers van zijn rechterhand een heet voorwerp aan. Reflexmatig trekt hij zijn rechterhand terug. Vrijwel tegelijkertijd strekt hij eveneens reflexmatig zijn linkerarm.
In de afbeelding hieronder is schematisch een aantal zenuwverbindingen tussen het ruggenmerg en de rechter- en linkerarm getekend. Deze zenuwverbindingen zijn bij de beschreven reflexen betrokken.

Een aantal synapsen in het ruggenmerg is genummerd.
a. Welke typen neuronen zijn geheel of gedeeltelijk in de afbeelding getekend?
b. In welke van de synapsen 1, 2, 3 en 4 worden bij de beschreven reflex remmende neurotransmitters afgegeven?

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Iemand raakt met de vingers van zijn rechterhand een heet voorwerp aan. Reflexmatig trekt hij zijn rechterhand terug. Vrijwel tegelijkertijd strekt hij eveneens reflexmatig zijn linkerarm.
In de afbeelding hieronder is schematisch een aantal zenuwverbindingen tussen het ruggenmerg en de rechter- en linkerarm getekend. Deze zenuwverbindingen zijn bij de beschreven reflexen betrokken.

Een aantal synapsen in het ruggenmerg is genummerd.
a. Welke typen neuronen zijn geheel of gedeeltelijk in de afbeelding getekend? Sensorisch, schakel, motorisch
b. In welke van de synapsen 1, 2, 3 en 4 worden bij de beschreven reflex remmende neurotransmitters afgegeven? 2 en 4

Slide 14 - Tekstslide

1. De drempelwaarde van neuron 2 wordt niet bereikt, aangezien het potentiaalverschil over het membraan bij H niet voldoende is verkleind.
2. De drempelwaarde van neuron 2 wordt niet bereikt, aangezien bij E geen neurotransmitter is vrijgekomen.
3. De drempelwaarde van neuron 2 wordt niet bereikt, aangezien bij E een neurotransmitter is vrijgekomen die neuron 2 remt.
Welke van deze conclusies is of welke zijn juist?

Slide 15 - Tekstslide

1. De drempelwaarde van neuron 2 wordt niet bereikt, aangezien het potentiaalverschil over het membraan bij H niet voldoende is verkleind.
2. De drempelwaarde van neuron 2 wordt niet bereikt, aangezien bij E geen neurotransmitter is vrijgekomen.
3. De drempelwaarde van neuron 2 wordt niet bereikt, aangezien bij E een neurotransmitter is vrijgekomen die neuron 2 remt.
Welke van deze conclusies is of welke zijn juist?

Slide 16 - Tekstslide

Leerdoelen
11. Je beschrijft het verschil tussen het animale en het autonome zenuwstelsel.
12. Je herkent en beschrijft de werking van het parasympatische en het orthosympatische zenuwstelsel op organen.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide