cross

EINDTOETS SPELLING

Wat doen we tijdens deze les?
1. Huiswerk interpunctie bespreken.
2. Tafelrondje
3. Uitleg eindtoets spelling
4. Registeren via LessonUp
5. Opdrachten maken uit JufMelis + leren voor de toets
6. Afsluiting 
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nederlandshvmbo k, tLeerjaar 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Wat doen we tijdens deze les?
1. Huiswerk interpunctie bespreken.
2. Tafelrondje
3. Uitleg eindtoets spelling
4. Registeren via LessonUp
5. Opdrachten maken uit JufMelis + leren voor de toets
6. Afsluiting 

Slide 1 - Tekstslide

Tafelrondje
1 minuut: au/ou woorden
1 minuut: ei/ij woorden
1 minuut: ck woorden --> cola, circus, clown enz.


Slide 2 - Tekstslide

Eindtoets spelling
Spellingscategorie 
  • ou/au
  • ei/ij
  • CK woorden
  • Woorden met lange en korte klank
  • Open en gesloten lettergrepen
  • i, ie en y

Interpunctie
Samenstellingen e en en

Slide 3 - Tekstslide

Om te onthouden
Klinkers:
a, e, i, o, u

Medeklinkers
b, c, d, f, g, h, j, k, l, m, n, p, q, r, s, t, v, w, x, y en z 

Slide 4 - Tekstslide

Klinkers vervolg
5 korte klanken: a, e, i, o, u 

5 lange klanken: aa, ee, ie, oo, uu

Slide 5 - Tekstslide

Woorden au/ou
* Weetwoorden

Woorden om uit je hoofd te leren.


Slide 6 - Tekstslide

Woorden ei/ij
* Weetwoorden

Woorden om uit je hoofd te leren

Slide 7 - Tekstslide

CK woorden
* Weetwoorden

Woorden om uit je hoofd te leren.



Slide 8 - Tekstslide

Korte klank
'' a, e, i, o en u ''

Hoor je een korte klank aan het eind van een lettergreep?

Ga dan met twee dezelfde medeklinkers door!



Slide 9 - Tekstslide

Lange klank
Als je aan het eind van een woord een lange klank hoort.

aa, oo, ee of uu

Dan gebruik ik daar maar één letter voor.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Open lettergrepen
Een open lettergreep: eindigt op een klinker fo-to

lezen     ee-klank in een open lettergreep  *je schrijft er 1 *

Slide 12 - Tekstslide

Gesloten lettergreep
Gesloten lettergreep: eindigt op een medeklinker hand-doek


lees   ee-klank in een gesloten lettergreep *je schrijft er 2*

Slide 13 - Tekstslide

Weet je nog ?! 
Stomme 'e'

Hoor je een 'u' aan het einde van een woord  dan schrijf je een 'e'
Staat de 'e' aan het einde van een klankgroep dan schrijf  je daarna geen dubbele medeklinker meer.


Slide 14 - Tekstslide

Vervolg stomme 'e'
Zelfstandige naamwoorden die op een stomme 'e' eindigen, krijgen in het meervoud een s of een n.

Het horloge- de horloges
het meisje - de meisjes

Veel woorden kunnen zowel met een s als n .
de groente - de groenten en groentes (groentensoep = oude spelling)
de seconde - de seconden  of secondes


Slide 15 - Tekstslide

e en en in samenstellingen
  • Woorden die je met elkaar kunt verbinden om nieuwe woorden te maken. klein +  kind = kleinkind

  • boek + kast = boekenkast
  • groente + soep = groentesoep


Slide 16 - Tekstslide

Zelfstandig naamwoord = namen van mensen, dingen, dieren en planten 
Als het eerste woord een zelfstandig naamwoord is waarin in meervoud staat die eindigt op en dan schrijf je als tussenklank 'en'.

kippensoep -> zelfstandig naamwoord - kip
hondenhok -> zelfstandig naamwoord - hond

Zo niet? dan schrijf je een 'e'
horlogebandje - zelfstandig naamwoord - horloge


Slide 17 - Tekstslide

Uitzonderingen bij samenstellingen
  •  Als het eerste deel van het woord verwijst naar iemand of iets waar maar één van is dan schrijf je een 'e   maneschijn

  • Is het eerste deel van het woord een bijvoeglijk naamwoord in een samenstelling dan schrijf je een 'e' beregoed

  • Als het eerste deel van het woord een zelfstandig naamwoord is dat geen meervoud heeft schrijf je 'e'  rijstepap

Slide 18 - Tekstslide

Interpunctie
Punt, het vraagteken & het uitroepteken
Komma 
  • Tussen twee persoonsvormen 
  • Bijvoeglijke naamwoorden die je van plek kunt wisselen
  • Vóór de voegwoorden als je een korte pauze hoort
  • Opsomming
  • Als je bij het lezen een pauze hoort 

Slide 19 - Tekstslide

Interpunctie
Dubbelepunt 
  • Voor opsommingen
  • De directeur zei: "Wie zich niet aan de regels houdt, krijgt straf.''

Aanhalingstekens Als je precies opschrijft wat iemand zegt of gezegd heeft
Julia vraagt: ''Hoe laat zullen we afspreken? ''

Puntkomma zinnen die bij elkaar horen 
De excursie was leerzaam; toch waren sommige leerlingen niet enthousiast.

Slide 20 - Tekstslide

Welk woord is goed geschreven?
A
Blau
B
Blouw
C
Blauw

Slide 21 - Quizvraag

Welk woord is goed geschreven?
A
raukost
B
rouwkost
C
rauwkorst
D
rauwkost

Slide 22 - Quizvraag

Welk woord is goed geschreven?
A
Verkoudheid
B
Verkauwdheid
C
Verkoudhijd

Slide 23 - Quizvraag

Welk woord is goed geschreven?
A
Bioskoop
B
Bioscop
C
Bioscoop

Slide 24 - Quizvraag

Welk woord is goed geschreven?
A
Chockola
B
Chokola
C
Cochola
D
Chocola

Slide 25 - Quizvraag

Welk woord is goed geschreven?
meervoud: de kip -
A
kipen
B
kippen

Slide 26 - Quizvraag

Welk woord is goed geschreven
meervoud: - de voetstap
A
de voetstappen
B
de voetstapen

Slide 27 - Quizvraag

Kipp_pootjes
A
en
B
e

Slide 28 - Quizvraag

Grenz_loos
A
e
B
en

Slide 29 - Quizvraag

Man_schijn
A
en
B
e

Slide 30 - Quizvraag

fiets_dief
A
en
B
e

Slide 31 - Quizvraag

bruid_gom
A
en
B
e

Slide 32 - Quizvraag

Leren voor de toets:
JufMelis:
  • ou/au
  • ei/ij
  • CK woorden
  • Woorden met lange en korte klank
  • Open en gesloten lettergrepen
  • i, ie en y

Woordenlijst: woorden om te onthouden 

Slide 33 - Tekstslide