snelheid uitrekenen

Snelheid uitrekenen
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Snelheid uitrekenen

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt snelheid uitrekenen met behulp van het vijf stappenplan
  • Je kent de formule van snelheid uit je hoofd
  • Je kan de formule van snelheid ombouwen met de driehoek

In deze lessonup vind je uitleg.
Je vindt ook een link naar een website, waar oefeningen
opstaan.
Het is belangrijk dat jij die oefeningen doet!!
Natuurkunde leer je vooral door veel sommen te maken!!!

Slide 2 - Tekstslide

Groot- en eenheden lijst snelheid!
Let op! De eenheden die bij elkaar horen hebben dezelfde kleur!

Slide 3 - Tekstslide

Gebruik met berekeningen ALTIJD het 5 stappenplan!
Werk op een kladblaadje!!
Schrijf daarna pas je antwoord op!!
GEBRUIK JE REKENMACHINE!!!

Slide 4 - Tekstslide

Rekenen met snelheid
Werk ALTIJD met het 5 stappenplan!
Oefen goed met de formule: 
                                                          Snelheid = afstand : tijd
Werk ALTIJD met een rekenmachine!!
Leer het omrekenen van de eenheden uit je hoofd!!!

Slide 5 - Tekstslide

Snelheid, afstand of tijd berekenen
gemiddelde snelheid = afstand / tijd
afgelegde afstand = snelheid x tijd
tijd = afstand / snelheid

Slide 6 - Tekstslide

Eenheden moeten bij elkaar passen
Eenheden moeten bij elkaar passen: 

Deze horen bij elkaar:
Snelheid = km/h
Afstand = km
Tijd = h
Deze horen bij elkaar:
Snelheid = m/s
Afstand = m
Tijd = s

Slide 7 - Tekstslide

Eenheden moeten bij elkaar passen
Als ze niet bij elkaar passen? dan moet je ze omrekenen!!!

Deze horen bij elkaar:
Snelheid = km/h
Afstand = km
Tijd = h
Deze horen bij elkaar:
Snelheid = m/s
Afstand = m
Tijd = s

Slide 8 - Tekstslide

5 stappen plan
Je werkt bij natuurkunde altijd volgens het 5 stappenplan.
Dit zijn de stappen:
1  gevraagd.
2 gegeven
3 formule
4 invullen / berekenen
5 antwoord

Slide 9 - Tekstslide

5 stappen plan: stap 1
Haal uit de tekst, wat je wilt weten.
Schrijf dit volledig op 

Stap 1: gevraagd: De snelheid
Voorbeeld som:
Guillermo haast zich naar school, want hij is te laat opgestaan. Hij woont 4 kilometer van school af. Hij doet hier 30 minuten over. Hoe snel heeft Guillermo gelopen?

Slide 10 - Tekstslide

5 stappen plan: Stap 2
Haal uit de tekst wat er al gegeven is (wat je al weet)
Schrijf dit op.  Zorg ervoor dat de eenheden
bij elkaar horen!!! 
Stap 2:
gegeven:  afstand = 4 km
                      tijd          = 30 minuten  => dit moet uur worden
                                                                     => dus delen door 60
                      tijd          = 30 : 60 = 0.5 h
Voorbeeld som:
Guillermo haast zich naar school, want hij is te laat opgestaan. Hij woont 4 kilometer van school af. Hij doet hier 30 minuten over. Hoe snel heeft Guillermo gelopen?
Eenheden moeten bij elkaar horen, anders kan je niet rekenen.
Dus: 
Km/h hoort bij km en bij h
M/s hoort bij m en bij s
Staat het er anders? dan moet je omrekenen!!!

Slide 11 - Tekstslide

5 stappen plan: Stap 3
Nu schrijf je de formule op. Als je niet meer weet hoe je met de driehoek-truc de formule kan veranderen, kijk dan eerst het volgende filmpje:



Slide 12 - Tekstslide

0

Slide 13 - Video

oefenen driehoek-truc
Je hebt op de volgende pagina een formule voor snelheid
Zet deze in de driehoek.

Slide 14 - Tekstslide

De formule is:
Snelheid = afstand : tijd
Snelheid
Tijd
Afstand

Slide 15 - Sleepvraag

5 stappen plan: Stap 3
Formule!!!
Stap 1:  gevraagd: snelheid = ?
Stap 2:gegeven:   afstand = 4 km
                                     tijd = 0.5 h
Stap 3:  Snelheid = afstand : tijd




Slide 16 - Tekstslide

5 stappen plan: Stap 4
Invullen!!!
Stap 1: gevraagd: snelheid = ?
Stap 2:gegeven: afstand = 4 km
                                     tijd = 0.5 h
Stap 3: Snelheid = afstand : tijd
Stap 4: Snelheid = 4 km : 0.5 h

Slide 17 - Tekstslide

5 stappen plan: Stap 5
Uitrekenen!!
Stap 1: gevraagd: snelheid = ?
Stap 2:gegeven: afstand = 4 km
                                     tijd = 0.5 h
Stap 3: Snelheid = afstand : tijd
Stap 4: Snelheid = 4 km : 0.5 h
Stap 5: Snelheid = 8 km/h

Eenheid!!!
vergeet de eenheid niet! 
Als je die vergeet kost het je een punt!!

Slide 18 - Tekstslide

Oefensommen
Als je sommen wilt oefenen, kan dat met de website op de volgende pagina.
Klik alles aan zoals op het plaatje.
Je kunt dan sommen zien.
Je hoeft ze niet allemaal te maken.

Je kunt het antwoord ook zien,
dus controleer of je het goed 
gedaan hebt!!

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Link

Afstand =
A
Snelheid x tijd
B
Tijd : Snelheid
C
Afstand x snelheid
D
Snelheid : Tijd

Slide 21 - Quizvraag

Snelheid kan je uitrekenen met de formule snelheid is afstand/tijd, hoe bereken je met deze formule de tijd?
A
tijd = afstand/snelheid
B
tijd = afstand x snelheid
C
tijd = snelheid/afstand
D
tijd = snelheid /snelheid

Slide 22 - Quizvraag

Van snelheid in m/s naar snelheid km/h doe je door:
A
Snelheid in m/s keer 3,6
B
Snelheid in m/s gedeeld door 3,6
C
Snelheid in m/s keer 36
D
Snelheid in m/s gedeeld door 36

Slide 23 - Quizvraag

De snelheid van een voertuig is 75 km/uur. Het voertuig is 2 uur en 35 minuten onderweg.
Bereken de afgelegde afstand.
Stap 1 gevraagd
Stap 2 gegeven => let op: staan de gegevens in dezelfde eenheid??
  dus km/h bij km en bij h
  en   m/s     bij m   en bij s 
  -> Nee? reken om
Stap 3 formule  => staat de formule goed? Gebruik anders de driehoek!
Stap 4 invullen en berekenen
Stap 5 Antwoord  => vergeet je eenheid niet!!
A
0,48 km
B
31,9 km
C
176,3 km
D
193,8 km

Slide 24 - Quizvraag

Het vijf-stappen-plan

Sleep in de goede volgorde
1
2
3
4
5
Gevraagd
Gegeven
Formule
Berekening
Antwoord

Slide 25 - Sleepvraag

De snelheid van een voertuig is 20 km/uur. Het voertuig heeft 46 km afgelegd.
Hoelang was het voertuig onderweg? (Rond af op hele minuten)
Stap 1 gevraagd
Stap 2 gegeven => let op: staan de gegevens in dezelfde eenheid??
  dus km/h bij km en bij h
  en   m/s     bij m   en bij s 
  -> Nee? reken om
Stap 3 formule  => staat de formule goed? Gebruik anders de driehoek!
Stap 4 invullen en berekenen
Stap 5 Antwoord  => vergeet je eenheid niet!!
A
0,4 h = 26 minuten
B
2,3 h = 2 uur 17 minuten
C
920 h
D
2,3 h = 2 h 3 minuten

Slide 26 - Quizvraag

De snelheid van een voertuig is 115 km/uur. Het voertuig heeft 352 km afgelegd.
Hoelang was het voertuig onderweg? (Rond af op hele minuten)

Stap 1 gevraagd
Stap 2 gegeven => let op: staan de gegevens in dezelfde eenheid??
  dus km/h bij km en bij h
  en   m/s     bij m   en bij s 
  -> Nee? reken om
Stap 3 formule  => staat de formule goed? Gebruik anders de driehoek!
Stap 4 invullen en berekenen
Stap 5 Antwoord  => vergeet je eenheid niet!!
A
3,06h
B
0,3 h
C
40480 h
D
4,6 h

Slide 27 - Quizvraag

Je wilt de afstand berekenen.
Wat is de juiste formule?
Stap 1 gevraagd
Stap 2 gegeven => let op: staan de gegevens in dezelfde eenheid??
  dus km/h bij km en bij h
  en   m/s     bij m   en bij s 
  -> Nee? reken om
Stap 3 formule  => staat de formule goed? Gebruik anders de driehoek!
Stap 4 invullen en berekenen
Stap 5 Antwoord  => vergeet je eenheid niet!!
A
afstand = snelheid : tijd
B
afstand = snelheid x tijd
C
afstand = tijd : snelheid

Slide 28 - Quizvraag

Als de snelheid even groot is, dan is het getal in m/s altijd kleiner dan het getal in km/h
A
Waar
B
Niet waar
C
D
0,028 km/h

Slide 29 - Quizvraag

Het voertuig heeft in 2 uur en 45 minuten
in totaal 80 km afgelegd.
Bereken de snelheid van het voertuig.
(Rond af op 1 decimaal).
Stap 1 gevraagd
Stap 2 gegeven => let op: staan de gegevens in dezelfde eenheid??
  dus km/h bij km en bij h
  en   m/s     bij m   en bij s 
  -> Nee? reken om
Stap 3 formule  => staat de formule goed? Gebruik anders de driehoek!
Stap 4 invullen en berekenen
Stap 5 Antwoord  => vergeet je eenheid niet!!
A
32,6 km/h
B
196 km/h
C
29,1 km/h
D
220 km/h

Slide 30 - Quizvraag

Het voertuig heeft in 1 uur en 25 minuten in totaal 35 km afgelegd.
Bereken de snelheid van het voertuig. (Rond af op 1 decimaal).
Stap 1 gevraagd
Stap 2 gegeven => let op: staan de gegevens in dezelfde eenheid??
  dus km/h bij km en bij h
  en   m/s     bij m   en bij s 
  -> Nee? reken om
Stap 3 formule  => staat de formule goed? Gebruik anders de driehoek!
Stap 4 invullen en berekenen
Stap 5 Antwoord  => vergeet je eenheid niet!!
A
24,7 km/h
B
43,75 km/h
C
28 km/h

Slide 31 - Quizvraag

Johan rijdt met een snelheid van 28,5 m/s. Bereken de snelheid in km/u.

Slide 32 - Open vraag

hoe bereken je de snelheid?

Slide 33 - Open vraag

Waarom spreek je van gemiddelde snelheid en niet van alleen snelheid?

Slide 34 - Open vraag