Doelgroepen en levensfasen

Doelgroepen in levensfasen

1 / 16
volgende
Slide 1: Slide
newEditorVerpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Doelgroepen in levensfasen

Open met het idee dat mensen in verschillende levensfasen andere behoeften, vragen en interesses hebben. Koppel dit aan werken met doelgroepen: je boodschap of aanbod past niet bij iedereen op dezelfde manier.

Aan het einde van de les...

kan ik doelgroepen herkennen en uitleggen welke kenmerken vooral horen bij adolescentie en ouderdom.

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een doelgroep?

Een doelgroep is een groep mensen met vergelijkbare kenmerken.


Bij levensfasen kijk je vooral naar:

  • leeftijd

  • ontwikkeling

  • behoeften

  • gedrag

  • interesses


Zo kun je beter inschatten wat iemand nodig heeft of belangrijk vindt.

Houd het praktisch: een doelgroep helpt bij communicatie, begeleiding, verkoop of dienstverlening. Vermijd te veel marketingtaal; focus op herkennen van behoeften per fase.

Overzicht van 8 levensfasen

  • Baby (0-1,5 jaar) - vertrouwen en veilige hechting

  • Peuter/kleuter (1,5-6 jaar) - autonomie en initiatief

  • Schoolkind (6-12 jaar) - competentie en samenwerken

  • Adolescentie (12-21 jaar) - identiteit vormen

  • Jongvolwassenheid (21-40 jaar) - intimiteit, relaties en carrière

  • Middelbare leeftijd (40-65 jaar) - bijdrage leveren aan maatschappij

  • Ouderdom (65+ jaar) - terugkijken, zingeving en acceptatie

De invoer noemt 8 levensfasen maar somt er 7 op. Volg daarom de gegeven inhoud en benoem 7 fasen op de slide. Als dit opvalt, kun je mondeling zeggen dat de les uitgaat van de fasen die zijn aangeleverd.

Baby (0-1,5 jaar)

In deze fase draait alles om vertrouwen.


Een veilige hechting met verzorgers geeft:

  • zekerheid

  • rust

  • basis voor latere ontwikkeling

Noem dat reageren op huilen, voeden en troosten helpt bij veilige hechting. Houd het eenvoudig en functioneel.

Peuter/kleuter (1,5-6 jaar)

Kinderen ontdekken hun omgeving.


Centraal staan:

  • autonomie

  • initiatief nemen

  • basale vaardigheden oefenen

Voorbeelden: zelf willen kiezen, proberen, praten, bewegen, samen spelen. Leg de link met een doelgroep: behoefte aan veiligheid én ruimte om te ontdekken.

Schoolkind (6-12 jaar)

Competentie staat centraal.


Kinderen leren:

  • samenwerken

  • verantwoordelijkheid nemen

  • cognitieve vaardigheden ontwikkelen

Je kunt hier kort noemen dat succeservaringen belangrijk zijn voor zelfvertrouwen.

Adolescentie (12-21 jaar)

In de adolescentie staat identiteit centraal.


Jongeren vragen zich af:

  • Wie ben ik?

  • Waar hoor ik bij?

  • Wat vind ik belangrijk?


Ze experimenteren met rollen in de samenleving.

Dit is een kernslide van de les. Laat zien dat adolescentie meer is dan 'puberteit': het gaat ook om sociale en persoonlijke ontwikkeling.

Kenmerken van adolescentie

In deze fase verandert veel tegelijk:

  • lichaam en uiterlijk

  • vriendschappen

  • school of opleiding

  • meer zelfstandigheid


Daardoor zoeken jongeren naar een eigen plek (identiteitsvorming).

Koppel dit aan doelgroepdenken: jongeren zijn gevoelig voor erbij horen, zelfstandigheid en erkenning.

Deze slide heeft geen instructies

Gedrag van adolescenten

Veel adolescenten:

  • proberen verschillende stijlen of groepen uit

  • vergelijken zich met anderen

  • zoeken grenzen op

  • willen serieus genomen worden

  • bouwen aan een eigen mening


Dat gedrag past bij identiteitsvorming.

Voorkom een negatieve toon. Maak duidelijk dat experimenteren normaal is binnen deze fase, zolang het veilig blijft.

Jongvolwassenheid (21-40 jaar)

In deze fase worden intimiteit en relaties belangrijk.


Veel mensen richten zich op:

  • carrière

  • partnerrelatie

  • gezin

  • zelfstandige keuzes

Benadruk dat niet iedereen dezelfde route volgt; het gaat om veelvoorkomende kenmerken van de fase.

Midden volwassenheid (40-65 jaar)

Hier speelt generativiteit een rol.


Mensen willen bijdragen aan de maatschappij via:

  • werk

  • opvoeding

  • vrijwilligerswerk

  • ervaring doorgeven

Leg generativiteit eenvoudig uit als: iets waardevols nalaten of betekenen voor anderen.

Ouderdom (65+ jaar)

In de ouderdom kijken mensen vaker terug op hun leven.


Dat kan leiden tot:

  • integriteit - vrede met het leven

  • wanhoop - spijt, teleurstelling of moeite met accepteren


Zingeving en acceptatie worden belangrijker.

Dit is de tweede verdiepingsfase. Benadruk dat ouderdom niet alleen over achteruitgang gaat, maar ook over betekenis geven aan ervaringen.

Kenmerken van ouderdom

  • gezondheid

  • verlies van mensen of rollen

  • behoefte aan contact

  • terugkijken op keuzes

  • omgaan met het naderende einde

Noem voorzichtig dat verlies breed is: werk, partner, mobiliteit, gezondheid of sociale rol.

Deze slide heeft geen instructies