Levensloop 2.1 t/m 2.7

Welkom
4 vwo ECONOMIE  ||  2025-2026
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Welkom
4 vwo ECONOMIE  ||  2025-2026

Slide 1 - Tekstslide

Programma
  • Vorige les
  • Leerdoelen
  • Theorie
  • Leerdoelen
  • Aan de slag

Slide 2 - Tekstslide

Is hier sprake van een gevangenendilemma? En waarom? Gebruik het stappenplan.

Slide 3 - Open vraag

Leerdoelen
Verschillende belastingstelsels beschrijven en de gevolgen voor de inkomensverdeling concreet verklaren.
Vlaktaks beschrijven.
Het gemiddeld heffingstarief og gemiddelde heffingsdruk bepalen.
Het marginaal heffingstarief bepalen.
Box 1 herkennen en toepassen. 
Directe en indirecte belastingen kunnen onderscheiden. 

Slide 4 - Tekstslide

Belastingen
Inkomstenbelasting gaat direct van je werkgever naar de belastingdienst. Het is dan ook een directe belasting.

Bij de BTW bijvoorbeeld betaal je eerst aan een winkelier en die geeft het door aan de belastingen. Dat is indirect.

Slide 5 - Tekstslide

Loon- en inkomensheffing
Bruto loon = afgesproken loon tussen werkgever en werknemer

Netto loon = bruto loon - belastingen & premies volksverzekeringen

Loonheffing = voorheffing belastingen & premies volksverzekeringen (maandelijks)


Slide 6 - Tekstslide

Belastbaar inkomen
Het inkomen dat overblijft na de bijtellingen en aftrekposten noemen we het belastbaar inkomen. Schematisch kan je dat alvolgt weergeven:
Bruto jaarinkomen
Bijtellingen +
Aftrekposten      -
Belastbaar inkomen

Slide 7 - Tekstslide

Bijvoorbeeld
Je bruto-inkomen in 2019 was 76.000 euro.
Je hypotheek lening is 450.000 met een rente van 2,3%
Je eigenwoningforfait is 0,75% over je woz-waarde van 450.000.

Slide 8 - Tekstslide

Stappenplan uitrekenen inkomensheffing
Stap 1: Belastbaar inkomen uitrekenen:
               Bruto inkomen  + bijtellingen -aftrekposten= belastbaar inkomen
Het belastbaar inkomen is het inkomen waarover je belasting/inkomensheffing moet betalen
Aftrekposten zijn dingen als; pensioenpremie,  rente over je hypotheek en reiskosten.
Bijtelling; eigenwoningforfait

Stap 2: het schijvensysteem toepassen
Stap 3: de heffingskorting(en) er af halen.


Slide 9 - Tekstslide

Stap 1
450.000 x 0,023 = 10.350
450.000 x 0,0075 =3.375

Belastbaar inkomen = 76.000 - 10.350 + 3.375 = 69.025
Nu naar stap 2!

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Stap 2: Belastbaar inkomen van 69.025
Schijf 1: 68.507 x 0,371 = 25.416,10 euro
Schijf 2: 69.025 - 68.507 = 518 euro
518  x 0,4950 =  256,41 euro

Belasting totaal = 25.416,10 + 256.41  = 25.672,51 --> centen mag je weglaten, dus 25.672,- 

Slide 12 - Tekstslide

Stappenplan uitrekenen inkomensheffing
Stap 2: het schijvensysteem toepassen


Stap 3: de heffingskorting(en) er af halen.

Voorbeelden van heffingskortingen zijn: algemene heffingskorting, arbeidskorting


Slide 13 - Tekstslide

Stap 3: Te betalen belasting
Belasting totaal = 25.416.10 + 256.41 = 25.672,51 --> centen mag je weglaten, dus 25.672,- 

Verminderen met de heffingskortingen! 
Bijvoorbeeld algemene heffingskorting 500 euro
Arbeidskorting 1.250 euro
25.672 - 500 - 1.250 = 23.922 euro


Slide 14 - Tekstslide

Gemiddelde heffingstarief
Ook wel gemiddelde belastingdruk genoemd. 
26.068 - 500 = 25.568 inkomensheffing

Gemiddeld heffingstarief = inkomensheffing : brutoloon x 100%

Dus 25.568 : 76.000 x 100 = 33,6% 

Slide 15 - Tekstslide

Marginaal tarief
Schijf
Inkomen
Tarief
1
€ 0 - € 68.507
37,1 %
2
> € 68.507
49,5 %
Belastbaar inkomen Evelien € 37.500
Belastbaar inkomen Kira € 81.000
A. Marginaal tarief van Evelien --> 37,1 %
B. Marginaal tarief van Kira: --> 49,5 %

Slide 16 - Tekstslide

Marginaal tarief
Het marginaal tarief is het tarief dat je over je laatste euro aan belasting betaald.

Het marginaal tarief wordt dan steeds hoger bij een progressief belastingstelsel, waardoor er sprake is van nivellering.

Slide 17 - Tekstslide

Belastingstelsel
Drie soorten belastingstelsels: 
- Progressief: Bij een hoger inkomen, ga je
relatief meer belasting betalen (nivellerend). 
- Proportioneel: Iedereen betaalt hetzelfde
percentage. 
- Degressief:  Bij een hoger inkomen, ga je
relatief minder belasting betalen (denivellerend).

Slide 18 - Tekstslide

Voorbeeldprogressief belastingstelsel (nivellering)
Bij een progressief belastingstelsel moet er procentueel meer belasting betaald worden naarmate het inkomen stijgt.

Slide 19 - Tekstslide

Degressief belastingstelsel
Bij een degressief belastingstelsel wordt er procentueel minder belasting betaald naarmate het inkomen stijgt.

Slide 20 - Tekstslide

Proportioneel belastingstelsel:

Slide 21 - Tekstslide

Een belastingstelsel waarbij alle inkomens hetzelfde percentage belasting betalen.
A
Progressief belastingstelsel
B
Proportioneel belastingstelsel
C
Degressief belastingstelsel

Slide 22 - Quizvraag

Met welk belastingstelsel kun je inkomensverschillen nivelleren?
A
Proportioneel
B
Progressief
C
Primaire
D
Degressief

Slide 23 - Quizvraag

Een progressief belastingstelsel betekent dat ...
A
hogere inkomens meer belasting betalen
B
iedereen hetzelfde % belasting betaalt
C
iedereen evenveel belasting betaalt
D
hogere inkomens meer % belasting betalen

Slide 24 - Quizvraag

Geef (door middel van slepen) aan of de genoemde belasting een vorm van directe of indirecte belasting is.
Directe belastingen
Indirecte belastingen
BTW
Loon en inkomstenbelasting
Accijns
Vennootschapsbelasting

Slide 25 - Sleepvraag

Leerdoelen
Verschillende belastingstelsels beschrijven en de gevolgen voor de inkomensverdeling concreet verklaren.
Vlaktaks beschrijven.
Het gemiddeld heffingstarief og gemiddelde heffingsdruk bepalen.
Het marginaal heffingstarief bepalen.
Box 1 herkennen en toepassen. 
Directe en indirecte belastingen kunnen onderscheiden. 

Slide 26 - Tekstslide

Aan het werk
Maken 2.1 t/m 2.7
Nakijken
  • Wat heb je goed gedaan?
  • Wat kun je beter doen?
Lees de tekst
  • Onderstrepen
  • Samenvatten

Slide 27 - Tekstslide