Warmwalserij: gloeiend staal gaat door de walsen (foto: Erik Charlton, CC BY 2.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · MATERIALEN
Quiz
Terugblik: Materialen en eigenschappen
Warmwalserij: gloeiend staal gaat door de walsen (foto: Erik Charlton, CC BY 2.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · MATERIALEN
Quiz
Terugblik: Materialen en eigenschappen
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Erik Charlton / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Welke deeltjes zitten in een metaalrooster?
Positieve ionen en vrije elektronen
Positieve en negatieve ionen
Atomen met gedeelde elektronenparen
Moleculen met waterstofbruggen
Syllabus M3.2. Metaalrooster: positieve metaalionen en vrije elektronen. Positieve en negatieve ionen horen bij een ionrooster. Verwachte fout: ionrooster kiezen.
Welk materiaal is een legering?
Zuiver koper
Roest
Messing
Gewapend beton
Syllabus M3.1. Messing is koper met zink. Gewapend beton is een composiet, roest een ijzeroxide. Verwachte fout: gewapend beton, omdat het ook een mengsel is.
Vul in
Een materiaal met grote brosheid breekt zonder eerst te vervormen, en hardheid is de weerstand tegen krassen.
Syllabus M5.1. Begrippen op de dia Hardheid en brosheid (eigen omschrijvingen). Verwachte fout: brosheid en hardheid verwisselen.
Zet de stappen van gieten op volgorde
Syllabus R4.2. Verwachte fout: stollen voor gieten zetten.
Waarom wordt een metaal bij hoge temperatuur makkelijker vervormbaar?
De metaalbinding verdwijnt volledig
De vrije elektronen verlaten het metaal
De ionen trillen heftiger, dus de lagen schuiven makkelijker
De ionen vormen moleculen met elkaar
Syllabus M6.1 (invloed van de temperatuur). Heftiger trillende ionen laten de lagen makkelijker schuiven; de metaalbinding blijft bestaan. Verwachte fout: denken dat de binding verdwijnt.
Welk metaal corrodeert in vochtige lucht het minst?
Goud
IJzer
Zink
Magnesium
Syllabus M4.1 en M6.1 (edele en onedele metalen, corrosiegevoeligheid). Goud is een edel metaal en reageert niet met zuurstof en water. IJzer, zink en magnesium zijn onedel en corroderen. Verwachte fout: zink kiezen, omdat zink als beschermlaag op ijzer wordt gebruikt.
Staal met veel koolstof is hard. Welke eigenschap hoort daar ook bij?
Het is erg goed vervormbaar
Het geleidt geen stroom
Het is minder hard dan ijzer
Het is bros
Syllabus M5.1. Meer vreemde atomen betekent minder schuiven: harder, maar ook brosser. Verwachte fout: goed vervormbaar kiezen.
Katoen bindt veel water. Wat is de oorzaak?
De vrije elektronen trekken het water aan
Veel O-H-groepen maken het materiaal hydrofiel
Het materiaal is hydrofoob en trekt water aan
De C=C-bindingen trekken het water aan
Syllabus M5.1 en M6.1. Katoen bestaat uit cellulose met veel O-H-groepen: hydrofiel, waterbindend. Verwachte fout: hydrofoob kiezen.
Waarom roest roestvrij staal nauwelijks?
Chroom vormt een oxidelaagje dat het ijzer beschermt
Het bevat geen ijzer
Het is een edel metaal
Het bevat extra koolstof
Syllabus M4.1 en M5.1 (corrosiegevoeligheid van legeringen, beschermende laag). Roestvrij staal bevat ijzer met chroom. Verwachte fout: denken dat het een edel metaal is.
Noem een voorbeeld van een composiet.
Syllabus M5.1. Goed: glasvezel in polyester, koolstofvezel in kunststof of gewapend beton. Verwachte fout: een legering noemen zoals staal.
Een stempel drukt staalplaat in een mal tot een autodeur. Welke methode?
Walsen
Gieten
Persen
Extruderen
Syllabus R4.2. Persen: een metaal met een stempel in een mal drukken; dat kan omdat staal vervormbaar is. Walsen maakt een plaat tussen rollen, gieten laat vloeibaar metaal stollen, extruderen is een verwerking van thermoplasten. Verwachte fout: walsen kiezen, omdat het om plaat gaat.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · MATERIALEN
Goed gedaan!
Je kunt een eigenschap van een metaal, legering of composiet verklaren met het rooster of de ordening. Kijk de vragen na die fout gingen en zoek de dia op in les 1.
Deze slide heeft geen instructies