Wonen en woorden in de buurt

Wonen en woorden in de buurt

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsISK

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Wonen en woorden in de buurt

Introductieslide voor een NT2-les op A1/A2-niveau over woorden uit de leefomgeving. Houd de start eenvoudig en herkenbaar.

Voorkennis

Goede buur en slechte buur







Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel

Lesdoelen: 

  • Ik kan nieuwe woorden over wonen en gedrag leren die in de film Flodder voor komen.

  • Ik kan een korte filmtekst begrijpen. 

  • Ik kan praten over buren en wonen.


Deze slide heeft geen instructies

Welke woorden ken je al over wonen of kleding?

Gebruik de antwoorden als start: koppel bekende woorden aan de nieuwe woorden uit de les, zoals wijk, schort en laarzen.

De wijk



Een wijk is een deel van een stad of dorp.


Zin: Ik woon in een rustige wijk.

Benadruk het lidwoord: de wijk. Geef eventueel een voorbeeld uit de woonplaats van de leerlingen.

De schort



Een schort beschermt je kleren.


Zin: In de keuken draagt zij een schort.

Leg kort uit dat een schort vaak wordt gedragen bij koken of schoonmaken.

Lawaai maken



Lawaai maken is veel geluid maken.


Zin: De kinderen maken veel lawaai buiten.

Wijs op het werkwoord: lawaai maken. Laat horen dat het om geluid gaat dat vaak storend is.

De rommel


Rommel zijn spullen die niet netjes liggen.


Zin: Op tafel ligt veel rommel.

Je kunt ook kort noemen: rommel = niet opgeruimd. Houd het onderscheid met afval simpel.

De maatschappelijk werker



Een maatschappelijk werker helpt mensen met problemen.


Zin: De maatschappelijk werker helpt het gezin.

Dit woord is lang. Spreek het rustig in stukjes uit: maat-schap-pe-lijk wer-ker.

Hecht



Hecht betekent: goed samen en dicht bij elkaar.


Zin: Zij zijn een hechte familie.

Noem dat je vaak zegt: een hechte familie, een hechte groep, hechte vrienden.

Rubberen laarzen



Rubberen laarzen zijn laarzen waarmee je door water kunt lopen.


Zin: Bij regen draag ik rubberen laarzen.

Benadruk het meervoud: laarzen. Verbind het woord met regen en modder.

Welk woord past bij: een deel van een stad of dorp?

A

de rommel

B

de wijk

C

het schort

D

de familie

Controleert het begrip van 'de wijk'. 'De familie' is een bewuste afleider door de slide over 'hecht'.

Vul de juiste woorden in

Ik woon in een rustige wijk. In de keuken draagt zij een schort. De kinderen maken lawaaibuiten. Op tafel ligt veel rommel.

wijk
schort
lawaai
rommel

Alle woorden komen letterlijk uit de leszinnen. Let op dat leerlingen 'lawaai maken' als vaste uitdrukking herkennen.

Noem één nieuw woord en maak zelf een korte zin. Voorbeeld: De kok draagt een schort.

Bespreek voorbeelden uit de les of uit het dagelijks leven. Goede antwoorden noemen bijvoorbeeld: een maatschappelijk werker helpt mensen of een hechte familie is goed samen.

Welk woord uit deze les onthoud jij het best?

Laat leerlingen kort terugkijken op hun leerproces. Mogelijke antwoorden: wijk, schort, lawaai maken, rommel, maatschappelijk werker, hecht, rubberen laarzen.

Welk woord vond je het moeilijkst?

Stimuleer eerlijke reflectie. Mogelijke punten: het lange woord 'maatschappelijk werker', lidwoorden, of zelf een zin maken.

Woordenlijst

de wijk - een deel van een stad of dorp

het schort - kleding die je draagt om je kleren te beschermen

lawaai maken - veel geluid maken

de rommel - spullen die niet netjes liggen

de maatschappelijk werker - iemand die mensen helpt met problemen

hecht - goed samen en dicht bij elkaar

rubberen laarzen - laarzen van rubber

Deze slide heeft geen instructies