Wonen en woorden in de buurt
Wonen en woorden in de buurt
Introductieslide voor een NT2-les op A1/A2-niveau over woorden uit de leefomgeving. Houd de start eenvoudig en herkenbaar.
Voorkennis
Goede buur en slechte buur
Deze slide heeft geen instructies
Lesdoel
Lesdoelen:
Ik kan nieuwe woorden over wonen en gedrag leren die in de film Flodder voor komen.
Ik kan een korte filmtekst begrijpen.
Ik kan praten over buren en wonen.
Deze slide heeft geen instructies
Welke woorden ken je al over wonen of kleding?
Gebruik de antwoorden als start: koppel bekende woorden aan de nieuwe woorden uit de les, zoals wijk, schort en laarzen.
De wijk
Een wijk is een deel van een stad of dorp.
Zin: Ik woon in een rustige wijk.
Benadruk het lidwoord: de wijk. Geef eventueel een voorbeeld uit de woonplaats van de leerlingen.
De schort
Een schort beschermt je kleren.
Zin: In de keuken draagt zij een schort.
Leg kort uit dat een schort vaak wordt gedragen bij koken of schoonmaken.
Lawaai maken
Lawaai maken is veel geluid maken.
Zin: De kinderen maken veel lawaai buiten.
Wijs op het werkwoord: lawaai maken. Laat horen dat het om geluid gaat dat vaak storend is.
De rommel
Rommel zijn spullen die niet netjes liggen.
Zin: Op tafel ligt veel rommel.
Je kunt ook kort noemen: rommel = niet opgeruimd. Houd het onderscheid met afval simpel.
De maatschappelijk werker
Een maatschappelijk werker helpt mensen met problemen.
Zin: De maatschappelijk werker helpt het gezin.
Dit woord is lang. Spreek het rustig in stukjes uit: maat-schap-pe-lijk wer-ker.
Hecht
Hecht betekent: goed samen en dicht bij elkaar.
Zin: Zij zijn een hechte familie.
Noem dat je vaak zegt: een hechte familie, een hechte groep, hechte vrienden.
Rubberen laarzen
Rubberen laarzen zijn laarzen waarmee je door water kunt lopen.
Zin: Bij regen draag ik rubberen laarzen.
Benadruk het meervoud: laarzen. Verbind het woord met regen en modder.
Welk woord past bij: een deel van een stad of dorp?
de rommel
de wijk
het schort
de familie
Controleert het begrip van 'de wijk'. 'De familie' is een bewuste afleider door de slide over 'hecht'.
Vul de juiste woorden in
Ik woon in een rustige wijk. In de keuken draagt zij een schort. De kinderen maken lawaaibuiten. Op tafel ligt veel rommel.
Alle woorden komen letterlijk uit de leszinnen. Let op dat leerlingen 'lawaai maken' als vaste uitdrukking herkennen.
Noem één nieuw woord en maak zelf een korte zin. Voorbeeld: De kok draagt een schort.
Bespreek voorbeelden uit de les of uit het dagelijks leven. Goede antwoorden noemen bijvoorbeeld: een maatschappelijk werker helpt mensen of een hechte familie is goed samen.
Welk woord uit deze les onthoud jij het best?
Laat leerlingen kort terugkijken op hun leerproces. Mogelijke antwoorden: wijk, schort, lawaai maken, rommel, maatschappelijk werker, hecht, rubberen laarzen.
Welk woord vond je het moeilijkst?
Stimuleer eerlijke reflectie. Mogelijke punten: het lange woord 'maatschappelijk werker', lidwoorden, of zelf een zin maken.
Woordenlijst
de wijk - een deel van een stad of dorp
het schort - kleding die je draagt om je kleren te beschermen
lawaai maken - veel geluid maken
de rommel - spullen die niet netjes liggen
de maatschappelijk werker - iemand die mensen helpt met problemen
hecht - goed samen en dicht bij elkaar
rubberen laarzen - laarzen van rubber
Deze slide heeft geen instructies