Ondernemingen en mvo (Economie vmbo), les 2: Examentraining

PRODUCTIE · ONDERNEMINGEN

Examentraining

Ondernemingen en mvo: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met casusvragen over de ondernemingsvorm, beleggen en samenwerken, kosten en baten voor anderen en mvo.

Onderdelen in deze les

PRODUCTIE · ONDERNEMINGEN

Examentraining

Ondernemingen en mvo: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: rawpixel.com / Wikimedia Commons, CC0

PRODUCTIE · ONDERNEMINGEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over ondernemingsvormen, beleggen, samenwerken, kosten en baten voor anderen en mvo beantwoorden.

Deze slide heeft geen instructies

PRODUCTIE · ONDERNEMINGEN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: de casus. Wie is eigenaar, wie heeft last of voordeel?

  • 2. Zoek: het begrip dat past: een ondernemingsvorm, aandeel, kartel, externe effecten of mvo.

  • 3. Check: klopt elk woord uit de vraag met het begrip dat je kiest?

  • 4. Kies: het antwoord en controleer of de andere opties echt niet kloppen.

Deze slide heeft geen instructies

PRODUCTIE · ONDERNEMINGEN

Vraagtype 1: de ondernemingsvorm herkennen

  • Eén eigenaar: eenmanszaak. Twee of meer eigenaren die samen ondernemen: vof.

  • Aandelen: bv of nv. Geen eigenaars en geen winstoogmerk: stichting.

  • Eigenaren aansprakelijk met privébezit: eenmanszaak of vof.

Alleen GL/TL.

Lena en Kim openen samen een koffiebar. Beiden zijn eigenaar en aansprakelijk met privébezit. Welke vorm?

A

Eenmanszaak

B

Stichting

C

Vof

D

Nv

Twee eigenaren en aansprakelijk met privébezit: vof. Verwachte fout: eenmanszaak.

Een speeltuin heeft een bestuur, geen eigenaars en geen winstoogmerk. Welke vorm?

A

Bv

B

Stichting

C

Nv

D

Vof

Geen eigenaars en geen winstoogmerk: stichting.

PRODUCTIE · ONDERNEMINGEN

Het beursgebouw van Euronext in Amsterdam

Vraagtype 2: beleggen en samenwerken

  • Aandeel: je bent mede-eigenaar. Obligatie: je leent geld uit.

  • Kartel: afspraken. Overname: een bedrijf kopen. Fusie: samengaan.

  • Beleggen heeft risico: je kunt geld verliezen.

Alleen GL/TL. Image credit: APK / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Mira koopt een aandeel van een nv. Wat is ze dan?

A

Schuldeiser van het bedrijf

B

Werknemer van het bedrijf

C

Bestuurder van het bedrijf

D

Mede-eigenaar van het bedrijf

Een aandeel geeft eigendom. Verwachte fout: schuldeiser (dat past bij een obligatie).

Bakkerij Zon koopt bakkerij Maan. Maan is nu van Zon. Hoe heet dit?

A

Fusie

B

Kartel

C

Obligatie

D

Overname

Het ene bedrijf koopt het andere: overname.

PRODUCTIE · ONDERNEMINGEN

Vraagtype 3: kosten en baten voor anderen

  • Bedrijfskosten zitten in de verkoopprijs.

  • Maatschappelijke kosten en baten zitten niet in de prijs.

  • Externe effecten zijn positief of negatief voor anderen.

  • Rust en gezondheid zijn moeilijk in geld uit te drukken.

Alle leerwegen.

Bij een festival hebben omwonenden last van lawaai. Wat zijn dit voor kosten?

A

Bedrijfskosten

B

Maatschappelijke kosten

C

Maatschappelijke baten

D

Kosten van een kartel

Lawaai raakt omwonenden en zit niet in de prijs van het kaartje.

Een bedrijf plant bomen. De buurt heeft schaduw en schone lucht. Het bedrijf krijgt niets betaald. Wat is dit?

A

Negatieve externe effecten

B

Maatschappelijke kosten

C

Positieve externe effecten

D

Winst voor het bedrijf

Voordeel voor anderen dan de veroorzaker: positief extern effect.

PRODUCTIE · ONDERNEMINGEN

Een jongen maakt manden in een fabriek, Evansville (VS), 1908

Vraagtype 4: kosten-batenanalyse en mvo

  • Kosten-batenanalyse: zet kosten en baten naast elkaar.

  • Herken de belangen: wie heeft last en wie profijt?

  • Mvo: duurzaamheid, geen uitbuiting, geen kinderarbeid.

Kosten en baten voor alle leerwegen. Mvo alleen KB en GL/TL. De foto is historisch (1908) en laat zien wat kinderarbeid is; kinderarbeid bestaat helaas nog op sommige plekken. Image credit: Lewis Hine / Wikimedia Commons, publiek domein

Gemeente Dorp wil een bedrijventerrein. Wat is een maatschappelijke baat?

A

Meer banen voor mensen uit de buurt

B

Meer vrachtwagens op de weg

C

Minder groen in de omgeving

D

De aanlegkosten voor de gemeente

Banen zijn een voordeel voor de buurt. De andere opties zijn nadelen of kosten.

Een kledingbedrijf laat 10-jarigen in een fabriek werken. Waar gaat dit tegenin?

A

Mvo: minder afval

B

Mvo: geen kinderarbeid

C

Mvo: zonnepanelen op het dak

D

Een kartel: prijsafspraken

Kinderen laten werken is kinderarbeid en gaat tegen mvo in.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

De ondernemingsvorm herkennen

2

Beleggen en samenwerken

3

Kosten en baten voor anderen

4

Kosten-batenanalyse en mvo

Deze slide heeft geen instructies

PRODUCTIE · ONDERNEMINGEN

Tips voor op het examen

  • Eén eigenaar is een eenmanszaak, twee of meer eigenaren die samen ondernemen een vof.

  • Aandeel is eigendom, obligatie is een lening. Beleggen heeft altijd risico.

  • Overname: een bedrijf koopt het andere. Fusie: twee bedrijven worden één.

  • Zit de kost of baat niet in de prijs en merken anderen het? Dan zijn het maatschappelijke kosten of baten.

Deze slide heeft geen instructies