Betoog 4.3

1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Zakelijke e-mail

Slide 2 - Tekstslide

Wat moet je weten voordat je gaat schrijven?
  • Wat zijn doelgroepen?
  • Hoe ziet een goede e-mail eruit:
  1. Begin nooit met 'Ik' in de inleiding
  2. Inleiding, kern en slot
  3. Maak alinea's
  4. Blijf altijd netjes en beleefd




Slide 3 - Tekstslide

De opbouw van een zakelijke e-mail heeft...
A
begin, midden, einde
B
inleiding, kern, slot
C
inleiding, midden, slot
D
inleiding, kern, einde

Slide 4 - Quizvraag

Wat is een goede afsluiting voor een zakelijke brief of e-mail?
A
Groetjes
B
Liefs
C
Met vriendelijke groet
D
Hoogachtend

Slide 5 - Quizvraag

Je gaat een klachtenbrief schrijven naar een bungalowpark. Welk taalgebruik gebruik je?
A
Formeel - u
B
Informeel - je

Slide 6 - Quizvraag

Welk antwoord is goed?
A
Apeldoorn, 13-01-2019
B
Apeldoorn 13 januari 2019
C
Apeldoorn, 13 jan. 2019
D
Apeldoorn, 13 januari 2019

Slide 7 - Quizvraag

Welk antwoord is goed?
A
Betreft: uitnodiging presentatie
B
Betreft: Uitnodiging presentatie
C
Betreft: uitnodiging presentatie.
D
Betreft: Uitnodiging presentatie.

Slide 8 - Quizvraag

Welk antwoord is goed?
A
t.a.v. mevrouw De Vries
B
T.a.v. Mevrouw de Vries
C
T.a.v. mevrouw De Vries
D
T.a.v. Mevrouw De Vries

Slide 9 - Quizvraag

Wat is de juiste aanhef van een e-mail als je de naam van de lezer niet weet?

Slide 10 - Open vraag

Welke inleiding is goed?
A
Dit artikel schrijf ik, omdat er een discussie in de klas ontstond.
B
Dit artikel schrijf ik omdat, er een discussie in de klas ontstond.
C
Ik schrijf dit artikel, omdat er een discussie in de klas ontstond.
D
Hallo allemaal, dit artikel schrijf ik, omdat er een discussie in de klas ontstond.

Slide 11 - Quizvraag

Hoeveel alinea's moet je zakelijke brief minimaal hebben?
A
2
B
3
C
4
D
5

Slide 12 - Quizvraag

Welk antwoord is goed?
A
Bedankt voor uw medewerking.
B
Bedankt voor Uw medewerking.
C
Bedankt voor u medewerking.
D
Bedankt voor U medewerking.

Slide 13 - Quizvraag

Welke afsluiting bij een zakelijke brief is goed?
A
Met vriendelijke groet, Naam + Achternaam
B
met vriendelijke groet, Naam + Achternaam
C
Mvg, Naam + Achternaam
D
Naam + Achternaam

Slide 14 - Quizvraag

Slotzin brief

Slide 15 - Woordweb

Emailadres:
Onderwerp:

Geachte heer/mevrouw,

Slide 16 - Tekstslide

Inleiding:
Formeel beginnen. Niet met IK.
Beschrijf hier waarom je de brief gaat schrijven ( de aanleiding)
Maak duidelijk wie je bent en waarom je de brief schrijft. 


Middenstuk: 
Hier geef je alle informatie. Je kunt het ook opdelen in 2 alinea’s! Zorg dat het overzichtelijk blijft!



Slot: Je gaat hier aan wat je wil bereiken. ( Uitnodigen?, Geld terug? Enz)

Slotzin: Bedanken voor het lezen en netjes vragen om een reactie.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Wat is een standpunt?
A
Een mening over iets.
B
Een onderbouwing.
C
Een argument.
D
Het ergens niet mee eens zijn.

Slide 19 - Quizvraag

Het zal mij verbazen als dit jaar de carnavalsoptocht in Den Bosch doorgaat. [Er wordt namelijk een erg harde wind voorspeld.]
A
Standpunt
B
Argument

Slide 20 - Quizvraag

Ik denk niet dat de Forum voor Democratie veel stemmen zal krijgen bij de verkiezingen, want ik denk dat veel kiezers het erg rommelig vinden nu er veel mensen uit de partij stappen.

Wat is het standpunt in bovenstaande argumentatie?
A
Ik denk niet dat Forum voor Democratie veel stemmen zal krijgen bij de verkiezingen
B
Ik denk dat veel kiezers het erg rommelig vinden nu er veel mensen uit de partij stappen

Slide 21 - Quizvraag

Marcus is duidelijk te veel bezig geweest met de beest uithangen; nu heeft hij een flinke studievertraging opgelopen!

Wat is het argument in bovenstaande argumentatie?
A
Marcus heeft een flinke studievertraging opgelopen.
B
Marcus is duidelijk te veel bezig geweest met de beest uithangen.

Slide 22 - Quizvraag

Hoe weet je of je argument klopt?
stelling     want     argument
Consumentenvuurwerk moet verboden worden want er zijn iedere jaarwisseling veel ongelukken.

Slide 23 - Tekstslide

Smartphones op school
Ze zijn niet meer weg te denken: smartphones. Bijna iedereen heeft er wel een en we brengen flink wat uren achter ons scherm door. Ook in de klas ligt de verleiding op de loer. Hoe ga je daar als school mee om? Verbieden? Ik vind dat telefoons in de klas niet verboden moeten worden.

Slide 24 - Tekstslide

Te eerste biedt de smartphone in de klas veel nieuwe mogelijkheden (Kahoot, Socrative, LessonUp)
Daarnaast kunnen we de leerlingen beter leren om op de juiste manier om te gaan met hun telefoon, dan het te verbieden.

De telefoon kan invloed hebben op de concentratie van leerlingen, maar we kunnen ze leren om een goede balans te hebben tussen online en offline. (tegenargument + weerlegging)

Conclusie: kort standpunt samenvatten + argumenten

Slide 25 - Tekstslide

Oefenstelling
Consumentenvuurwerk moet verboden worden.

Slide 26 - Tekstslide

Bedenk een argument vóór de stelling.

Slide 27 - Open vraag

Bedenk een argument tegen de stelling.

Slide 28 - Open vraag

Opdracht
- Schrijf een betoog over de oefenstelling: consumentenvuurwerk moet verboden worden
- Standpunt: voor of tegen
- Minimaal 2 argumenten
- 1 tegenargument + weerlegging
- Inleiding, middenstuk, slot

Slide 29 - Tekstslide


Slide 30 - Open vraag