De tweede industriële revolutie (onafgewerkt)

Wat heb je onthouden uit de tekst C2?

1 / 23
volgende
Slide 1: Woordwolk
newEditorGeschiedenisBuitengewoon secundair onderwijs

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Wat heb je onthouden uit de tekst C2?

Welke vragen heb je na het lezen van het de tekst C2?

De (tweede) industriële revolutie

Hoe kwam ze tot stand?
welke gevolgen had de revolutie?

Wat voorafging...


  • Agrarische revolutie (ca. 1650-1850)

    • nieuwe productiemethoden

    • veranderde verhoudingen grondbezit

    • opkomst van huisnijverheid

Agrarische revolutie


  • verandering productiewijze

    • vierslagstelsel

      • geen braak meer

    • nieuwe gewassen
      18e + 19e eeuw
      -->bv opkomst aardappel

    • verbetering werktuigen (opkomst metaal)

    • selectie zaaizaad,...,


Agrarische revolutie

  • Veranderende verhouding grondbezit.

  • schaalvergroting bv 'enclosures' in Engeland

    • pacht (stukje grond huren)

    • werken als arbeider op land grootgrondbezitter



Agrarische revolutie gevolg:

  • Sterke stijging agrarische productie

  • hogere productiviteit /persoon.

  • opkomst huisnijverheid (meer tijd over)

  • stijging vraag consumptiegoederen

  • aanzet ontstaan moderne ijzerindustrie

  • sterke bevolkingsgroei

    • meer en beter voedsel +vetbeterde hygiëne

  • concentratie kapitaal bij grootgrondbezitters --> investeren in nijverheden

  • verspreiding handelskapitalisme (putting-out systeem)

Op welke manier creëerde de agrarische revolutie de mogelijkheid tot de industriële revolutie?

Selecteer een woord om je eerste invulwoord te maken


De eerste industriële revolutie (ca. 1750-1815)


  • Start in Engeland

  • vernieuwing industrie en opkomst moderne markt

    • bv opkomst fabriekssysteem en machines

      • onpersoonlijke kapitalistische werkwijze

    • snelle verstedelijking (arbeiders wonen in buurt fabriek)

  • 3 sectoren essentieel

    • steenkoolontginning

    • ijzerindustrie

    • katoenindustrie

De eerste industriële revolutie: steenkool


  • vanaf 2e helft 16e eeuw houtschaarste --> opkomst steenkool als brandstof

    • moesten steeds dieper boren --> vuurpomp Thomas Newcomen

      • James Watt verbetert stoommachine -->machine die machines aandrijft

De eerste industriële revolutie: ijzer


  • steenkool niet geschikt voor hoogovens (codes procédé)

    • steenkool zuiveren om broosheid ijzer tegen te gaan

      • nood aan grotere en sterkere ovens met
        blaasgalg

    • gevolg: beter gietijzer

      • aanleg spoorwegen, beter transport,...,

    • smederij: puddle en walsprocédé.

De eerste industriële revolutie: katoen

Ontstaan van machines die meerdere draden spinnen

  • schietspoel

  • Spinning Jenny (spierkracht)

  • waterframe (waterkracht/paardenkracht)

  • spinning mule

De aanleiding voor tweede industriële revolutie


  • crisis in Europa

    • landbouw: (goedkoop graan Amerika) + misoogsten

    • ijzer: buitenlandse concurrentie + saturatie (spoorwegen waren er intussen)

  • gevolg: deflatie (werklozen, lagere productie,..., daling lonen)

  • opkomst protectionisme (beschermen eigen markt tegen buitenlandse markten.)


De tweede industriële revolutie (ca.1871-1918): Nood aan vernieuwing


  • stoomkracht zeer inefficiënt, vervuilend,..., uitputting voorraad steenkool -->energiecrisis

  • zoeken nieuwe energiebronnen

    • elektriciteit

    • olie

  • ijzer niet bestand tegen druk en spanning transport

    • ontwikkelen van staal

De tweede industriële revolutie wetenschappelijke vooruitgang:


  • uitvinding van verbrandingsmotor (1883 benzinemotor)

  • productie staal

  • scheikundige nijverheid:

    • sodaproductie zonder zwavelzuur

    • synthetische verfstoffen

sleep de sectoren naar de correcte revolutie

eerste industriële revolutie

Tweede industriële revolutie

Katoen

staal

Ijzer

olie


Tweede industriële revolutie: transformatie kapitalisme


  • verdere schaalvergroting (sterkere impact financiële groepen)

    • verbeterde communicatiemiddelen

    • opkomst naamloze vennootschappen

    • overgang naar massaconsumptie

    • fusies,..., leidden tot steeds minder concurrenten en monopolies door trusts en kartels,...,

      • horizontaal of verticaal

De gevolgen van de tweede industriële revolutie: een sociaal-economisch strijdtoneel.


  • zware omstandigheden voor arbeiders

  • lange tijd maatschappelijke ongelijkheid gezien als wil van God

    • rijk moet voor arm zorgen.

    • arm moet zich berusten in de situatie en pogen zich omhoog te werken

  • wegwerken factoren die opkomst fabrieken tegenwerken

    • Franse revolutie: wet Le chapelier: verbod op ambachten.

    • Engeland "Combination act" verbod verenigingen van arbeiders

  • Wet beschermd werkgever

De gevolgen van de tweede industriële revolutie: een sociaal-economisch strijdtoneel.


  • steeds meer mechanisatie --> aantal werklozen stijgt

    • stakingen, vernielingen,...,

    • repressie door overheid

  • Opkomst nieuwe denkers

    • doel= lot arbeiders verbeteren

    • Karl Marx: Niet Liberté, maar Egalité moet centraal staan

      • kleine groep bourgeoisie buit arbeidsproletariaat uit

De gevolgen van de tweede industriële revolutie: een sociaal-economisch strijdtoneel.


  • arbeiders organiseren zichzelf 'onderlinge bijstand' of ziekenkassen/mutualiteiten

  • vaak 'verdoken vakbond' --> bij wantrouw hard optreden overheid

  • zware omstandigheden en laag loon -->stakingen

  • ca. 1860 eerste 'echte' vakbonden

  • 'eerste internationale' --> internationale organisatie die arbeidersorganisaties aanmoedigt(ook in België)

    • aanvankelijk socialistisch = klassenstrijd is nodig

    • ca. 1880 ook splitsing --(later christelijke vakbond) uit op klassenverzoening

Reactie van de paus: Rerum novarum


  • reactie op de wantoestanden

  • ligt aan basis van latere christelijke arbeidersbewegingen

Wat was de visie van de paus?

Slide tekst

Om dit kwaad te verhelpen, beweren de socialisten, nadat zij eerst bij de armen afgunst verwekten tegen de bezittenden, dat het privaatbezit moet opgeheven worden en omgezet in gemeenschappelijk eigendom onder leiding van hen, die aan het hoofd staan òf van de gemeente òf van de gehele staat. Door op die wijze de goederen der individuen naar de gemeenschap over te dragen en door verder de goederen en opbrengsten gelijkelijk onder de burgers te verdelen, menen zij de heersende nood te kunnen lenigen.
Maar zo weinig is hun systeem in staat, om de strijd te beslechten, dat het zelfs de arbeidersstand benadeelt: bovendien is dit systeem ook zeer onrechtvaardig, omdat het geweld pleegt tegenover de rechtmatige bezitters, de taak van de staat verkeerd opzet en volslagen verwarring brengt in de maatschappij.

Onderzoek prent:

Pas de bronnenkritiek toe op de prent:

Wie?
Wanneer?
Doel?
Soort bron?
Objectief/subjectief?

Het onverzadelijke monster

Albert Hanh 1908