7.1 van procent naar factor

7-1 Van procent naar
       factor (blz. 10 dl B)
SPOORBOEKJE
5 min - Lesdoel uitleggen
10 min - Uitleg: % en factor
20 min - Oefenopdracht 
           
Zelfstandig werken 
maken §7.1 (huiswerk voor vrijdag)


Wat heb je nodig? Pen, potlood geodriehoek, schrift, leerboek.
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

7-1 Van procent naar
       factor (blz. 10 dl B)
SPOORBOEKJE
5 min - Lesdoel uitleggen
10 min - Uitleg: % en factor
20 min - Oefenopdracht 
           
Zelfstandig werken 
maken §7.1 (huiswerk voor vrijdag)


Wat heb je nodig? Pen, potlood geodriehoek, schrift, leerboek.

Slide 1 - Tekstslide

H7 Procentuele groei
Terugblik
Start H 7, blz. 10
Huiswerk §7.1

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Van procent naar factor
50% van 250,00
Dan kun 250:2 of 0,5 x250 doen.

Wat betekent procent?


Slide 5 - Tekstslide

Van procent naar factor

Slide 6 - Tekstslide

Welke factor hoort er bij 65%?
A
65
B
6,5
C
0,65
D
0,065

Slide 7 - Quizvraag

Welke factor hoort er bij 120%
A
0,12
B
1,2
C
12
D
120

Slide 8 - Quizvraag

Slide 9 - Tekstslide

Let goed op met een afname
We gebruiken ALTIJD toename.
Een afname van 8% moet je dus eerst omzetten naar een toename van 100-8 = 92%

Slide 10 - Tekstslide

Let goed op met btw
De prijs (100%) + btw (21%) is dus in totaal 121%

Slide 11 - Tekstslide

Even oefenen

Slide 12 - Tekstslide

Exponentiële groei
Wiskunde

Leerdoelen toetsen!
- Ik kan procenten omzetten naar factoren

- Ik kan een exponentiële groei herkennen

- Ik kan bij een exponentiële groei de groeifactor berekenen

Slide 13 - Tekstslide

Exponentiële groei
- Ik kan procenten omzetten naar factoren
3 multiple choice vragen

Slide 14 - Tekstslide

Jan krijgt 12% korting op zijn broek. Met welke factor rekent hij de nieuwe prijs uit?
A
0,12
B
0,88
C
1,12
D
1,2

Slide 15 - Quizvraag

Hoe duur wordt een artikel van €28.90 wanneer de prijs het 22% hoger wordt?
A
€33,50
B
€35,38
C
€35,26
D
€22,54

Slide 16 - Quizvraag

Een scooter kost €2690 euro inclusief btw. Met welke factor reken je uit hoeveel deze zonder btw kost?
A
0,79
B
0,12
C
0,83
D
1,21

Slide 17 - Quizvraag

Bereken:
5% van 15% van €380,-
A
€2,85
B
€306,85
C
€5,07
D
€28,50

Slide 18 - Quizvraag

Huiswerk
Maken en nakijken opgaven §7.1
van hoofdstuk 7 (boek B!)

 


Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Tekstslide