Hoofdstuk 3 - De samenleving en bindingen | VWO

Hoofdstuk 3
De samenleving en bindingen
1 / 103
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5,6

In deze les zitten 103 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 24 videos.

time-iconLesduur is: 150 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 3
De samenleving en bindingen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


'Ik voel me verbonden met mijn klasgenoten.'
'Ik voel me verbonden met mijn klasgenoten.' 
Eens
Oneens

Slide 2 - Poll

Deze stelling zet leerlingen aan om na te denken over groepsvorming en bindingen. 
Wat leer ik deze les?
  • ik weet wat sociale ongelijkheid is.
  • ik kan macht en dwang onderscheiden en relateren.
  • ik snap het begrip gezag.
  • ik begrijp de tegenpolen samenwerking en conflict.
  • ik ken de gevolgen van democratisering en globalisering.
Vorige les...

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat leer ik deze les?
  • ik ken verschillende soorten bindingen en groepen
  • ik weet wat sociale cohesie is en hoe het ontstaat
  • ik weet wat sociale instituties zijn
  • ik ken de cultuurdimensies van Hofstede
  • ik begrijp de invloed van institutionalisering en globalisering op de bindingen van mensen


Leerdoelen

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

§3.1 Groepsvorming

Slide 5 - Tekstslide

Pagina 55

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Economische binding
Binding die te maken heeft met werk, met goederen die nodig zijn voor het bestaan.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Noem een voorbeeld van een economische binding.
Noem een voorbeeld van een economische 
binding.

Slide 8 - Open vraag

Voorbeelden zijn: werkgever-werknemer, verkoper-koper (zoals caissière en klant) en bouwvakker-opdrachtgever.
Politieke binding
Binding die te maken heeft met zaken die geregeld moeten worden op het gebied van bijvoorbeeld onderwijs, zorg, verkeer en veiligheid.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cognitieve binding
Bindingen en afhankelijkheden die te maken hebben met kennisvorming en  kennisoverdracht. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Affectieve binding
Emotionele binding. Affectieve bindingen verwijzen naar gevoelens om ergens bij te horen, zoals familie, vrienden of een land.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Met wie heb jij een affectieve binding?

Met wie heb jij een
affectieve binding?

Slide 12 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies



'Bij je vriendengroep heb je vaak het gevoel dat je er wel bij hoort.'
Om welk soort binding gaat het hier?
'Bij je vriendengroep heb je vaak het gevoel dat je er wel bij hoort.'
Om welk soort binding gaat het hier?
A
Affectieve binding
B
Cognitieve binding
C
Economische binding
D
Politieke binding

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Om welk(e) soort(en) binding gaat het in de afbeelding?
Om welk(e) soort(en) binding gaat het in de afbeelding?
A
Affectieve binding
B
Cognitieve binding
C
Economische binding
D
Politieke binding

Slide 15 - Quizvraag

Bij een rijles is er zowel sprake van een cognitieve binding (kennisoverdracht) en een economische binding (de leerling betaalt de rij-instructeur).

Dit voorbeeld laat zien dat bindingen elkaar niet uitsluiten, maar soms ook hand in hand gaan.

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Groepsvorming
Bindingen tussen meer dan twee mensen die tot stand komen doordat ze elkaar beïnvloeden en gemeenschappelijke waarden en normen ontwikkelen.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Van welke groep of groepen en ben jij onderdeel?
Van welke groep of groepen en ben jij 
onderdeel?

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Fasen van groepsvorming
1. Oriëntatiefase: onzekerheid overheerst
2. Conflictfase: verschillen in opvattingen worden duidelijk
3. Integratiefase: ontstaan van evenwicht
4. Uitvoeringsfase: samenwerking
5. Ordefase: institutionalisering van groepssamenwerking


Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Ingroup
De groep mensen die bij de groep horen.
Outgroup
De groep mensen die niet bij de 
groep horen.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociale controle
Wanneer mensen anderen ertoe bewegen (of dwingen) om zich te houden aan de normen van de groep.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

(In)formele sociale controle
  • Informele sociale controle: wanneer groepsleden elkaar wijzen op de waarden en normen van de groep. 
  • Formele sociale controle: wanneer iemand vanuit zijn beroep of functie iemand op de regels wijst.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Om welke vorm van sociale controle gaat het op de afbeelding?
Om welke vorm van sociale controle gaat het op de afbeelding?
Informele sociale controle
Formele sociale controle

Slide 26 - Poll

Deze slide heeft geen instructies



Welke vrouw luistert het liefst naar rockmuziek?
Welke vrouw luistert het liefst naar rockmuziek?
A
B
C
D

Slide 27 - Quizvraag

Het antwoord van de leerlingen is waarschijnlijk gebaseerd op een vooroordeel: mensen met tattoos zijn stoer en luisteren naar rockmuziek
Stereotypen en vooroordelen
Cultureel aangeleerde beelden, gegeneraliseerde en veronderstellingen, bijvoorbeeld over bepaalde groepen mensen. 

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Video

Eventueel is ook het hele filmpje te bekijken, hier wordt dieper ingegaan op het ontstaan van vooroordelen en stereotypes en dat het kan leiden tot discriminatie.




Met welke vooroordelen heb jij weleens te maken gehad?
Met welke vooroordelen heb jij 
weleens te maken gehad?

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Video

Dit filmpje laat pijnlijk zien wat de vooroordelen van kinderen op de basisschool zijn, maar ook dat vooroordelen twee kanten op werken. 
Groepsvorming
Een groep houdt niet altijd stand. Het kan zijn dat leden van de groep  niet meer tot de groep te willen, mogen of kunnen behoren. 

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Video

Deze slide heeft geen instructies

(In)formele groepen
Formele groepen
Informele groepen
  • Er is sprake van een hiërarchie
  • Alle leden van de groep hebben een rol
  • Regels zijn vastgelegd op papier
  • Er zijn doelen en normen voor de groep
  • Bijvoorbeeld: bedrijfsafdeling
  • Mensen kennen elkaar goed en  voelen zich emotioneel met elkaar verbonden
  • Geen officiële of vastliggende afspraken
  • Rollenstructuur is flexibel
  • Bijvoorbeeld: vriendengroep

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Primaire en secundaire groepen
Primaire groepen
Secundaire groepen
  • Een groep met persoonlijke en emotionele banden, die elkaar steun biedt en loyaal is aan elkaar
  • Deze groepen zijn erg belangrijk bij socialisatie
  • Bijvoorbeeld: familie of vriendengroepen
  • Een groep die doelgericht, onpersoonlijk en functioneel is.
  • Bijvoorbeeld: collega's op een kantoor

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Om welke soort groep gaat het bij het Kabinet?
Om welk soort groep gaat het 
bij het Kabinet?
A
Informele groep
B
Formele groep
C
Primaire groep
D
Secundaire groep

Slide 36 - Quizvraag

Bij het kabinet is er zowel sprake van een formele als van een secundaire groep.
§3.2 Sociale cohesie

Slide 37 - Tekstslide

Pagina 60
Waardoor voel jij je verbonden met degene die naast je zit?
Waardoor voel jij je verbonden
met degene die naast je zit?

Slide 38 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Samenhang in een samenleving
Samenhang in de samenleving ontstaat door: 
- Gedeelde normen en waarden
- Wederzijdse afhankelijkheid
- Dwang


Samenhang en afhankelijkheid zorgt voor zorgzaamheid, bijvoorbeeld door hulp te bieden.

Slide 39 - Tekstslide

Benadruk bij wederzijdse afhankelijkheid dat dit te maken heeft met eigenbelang

Slide 40 - Video

Deze slide heeft geen instructies



Ontgroeningen moeten zorgen voor verbinding
tussen leden van een studentenvereniging.
Waar is deze verbinding op gebaseerd?
Ontgroeningen moeten zorgen voor verbinding 
tussen leden van een studentenvereniging. 
Waar is deze verbinding op gebaseerd? 
A
Gedeelde normen en waarden
B
Wederzijdse afhankelijkheid
C
Dwang

Slide 41 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies



Hoe kan eigenbelang zorgen voor binding tussen mensen?
Leg uit aan de hand van een voorbeeld.
Hoe kan eigenbelang zorgen voor binding tussen mensen? Leg uit aan de hand van een voorbeeld.

Slide 42 - Open vraag

Soms kan het streven naar voordelen leiden tot het deelnemen aan een groep om door samen te werken die voordelen te bereiken of nadelen te beperken. Denk aan collectieve inkoop van zonnepanelen, elektriciteit of andere zaken.

Sociale cohesie
Het aantal en de kwaliteit van de bindingen die mensen in een ruimer sociaal kader met elkaar hebben, het gevoel een groep te zijn, lid te zijn van een gemeenschap, de mate van verantwoordelijkheid voor elkaars welzijn en de mate waarin anderen daar ook een beroep op kunnen doen.

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2

Slide 44 - Video

Deze slide heeft geen instructies

01:08
Wat denk je dat sociale cohesie kan bevorderen?
Wat denk je dat sociale
cohesie kan bevorderen?

Slide 45 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

03:38
Wat zouden negatieve kanten van sociale cohesie kunnen zijn?
Wat zouden negatieve kanten van
sociale cohesie kunnen zijn?

Slide 46 - Woordweb

Negatieve kanten:
- uitsluiten van anderen
§3.3 Sociale institutie

Slide 47 - Tekstslide

Pagina 62

Slide 48 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Sociale institutie
Een complex van min of meer geformaliseerde regels die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties reguleren. Bijvoorbeeld: het huwelijk.

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geformaliseerde regels
Welke min of meer geformaliseerde regels van het huwelijk herken je in het volgende filmpje?

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 51 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke geformaliseerde regels van het huwelijk zag je in het filmpje?
Welke geformaliseerde regels van
het huwelijk zag je in het filmpje?

Slide 52 - Woordweb

Voorbeelden van goede antwoorden zijn: dragen van corsages, boeket, trouwjurk, ceremonie, ringen, groepsfoto's, bruidsmeisjes en bruidsjonkers, trouwgelofte, speeches, taart, openingsdans 

Slide 53 - Video

Deze slide heeft geen instructies

5 kenmerken van sociale instituties
1. Ze bestaan buiten het individu om
2. Ze hebben vaak een lange traditie
3. Ze zijn vrij stabiel, maar wel veranderlijk door de samenleving
4.Ze berusten vaak op moreel gezag
5. Ze zijn dwingend

Slide 54 - Tekstslide

Pagina 63


Welk(e) kenmerk(en) passen bij de Nationale Dodenherdenking op 4 mei?
Welk(e) kenmerk(en) passen bij de Nationale  Dodenherdenking op 4 mei? 
A
Dwingend
B
Moreel gezag
C
Stabiel en een lange traditie
D
Buiten individu

Slide 55 - Quizvraag

Dit voorbeeld kan dienen om alle kenmerken langs te gaan, want de 4 mei herdenking past binnen elk kenmerk. 

Welke andere voorbeelden van sociale instituties kun je bedenken?
Welke andere voorbeelden van sociale instituties kun je bedenken? 

Slide 56 - Open vraag

Voorbeelden van goede antwoorden zijn: het onderwijssysteem, het gezin, het rechtssysteem, de wetenschap, de media, rituelen rondom rouw, religie, taal etc.
§3.4 Cultuurdimensies

Slide 57 - Tekstslide

Pagina 65
Microniveau
Mesoniveau
Macroniveau
Gezin, families, individueel
School, werk, instellingen
Politiek, religie, instituties
Cultuurniveaus
Culturen zijn te verdelen in verschillende niveaus:

Slide 58 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 59 - Video

Deze slide heeft geen instructies



Om welk cultuurniveau gaat het in het onderzoek van Joris Luyendijk?
Om welk cultuurniveau gaat het in het onderzoek van Joris Luyendijk?
A
Microniveau
B
Mesoniveau
C
Macroniveau

Slide 60 - Quizvraag

Het onderzoek naar de bankenwereld in Londen van Luyendijk zit een beetje tussen meso- en macroniveau in. Het gaat om werk, maar niet om 1 instelling en valt daarom te beargumenteren als macroniveau. 
Geert Hofstede (1928-2020)

Slide 61 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dimensies van Hofstede
Een indeling op basis van 6 verschillende dimensies om culturen te kunnen onderscheiden en vergelijken. Hierbij wordt een score tussen 0 (laag) en 100 (hoog) gegeven. 

Slide 62 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 63 - Video

Deze slide heeft geen instructies

1. Kleine versus grote machtsafstand
De mate waarin de minder machtige leden in een cultuur verwachten en accepteren dat de macht ongelijk verdeeld is.

Slide 64 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 65 - Video

Deze slide heeft geen instructies

2.  Individualistisch versus collectivistisch
De manier waarop culturen omgaan met vrijheid voor het individu ten opzichte van de groep waar dat individu bij hoort.

Slide 66 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2.  Individualistisch versus collectivistisch

Het individuele belang gaat voor het belang van de groep.
Individualistisch
Collectivistisch
De enkeling schikt zich naar de groep.

Slide 67 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 68 - Video

Deze slide heeft geen instructies


Is China eerder een individualistische of een collectivistische samenleving denk je?
Is China eerder een individualistische of een collectivistische samenleving denk je?
Individualistisch
Collectivistisch

Slide 69 - Poll

Deze slide heeft geen instructies



Is Nederland een individualistisch of een collectivistisch land?
Bedenk voor beide een argument
Is Nederland een individualistisch of een collectivistisch land? 
Bedenk voor beide een argument. 

Slide 70 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 71 - Video

Deze slide heeft geen instructies

3. Masculien versus feminien
De vraag of binnen een cultuur verwacht en geaccepteerd wordt dat genderrollen gescheiden zijn (masculien) of juist overlappen (feminien).

Slide 72 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3. Masculien versus feminien
Masuclien


- Genderrollen zijn gescheiden
- M: Buitenshuis presteren               V:  Zorgtaken
- M: Ambitieus, zakelijk.                     V: Relaties onderhouden
- Beide: assertief gedrag en zorgen dat je de sterkste of de beste bent
Feminien
- Genderrollen overlappen
- Mannen en vrouwen zijn gelijkwaardig
- Beide: samenwerken en hulpvaardigheid
- Doen wat je leuk vindt
- Ruimte voor seksuele diversiteit

Slide 73 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 74 - Video

Nederlandse ondertiteling kan worden aangezet bij de video. 

Doorpraten over het onderwerp gender? De documentaire Genderbende van Sophie Dros vertelt het verhaal van vijf jonge mensen die zich geen man en geen vrouw voelen, maar iets daartussenin. Deze film viert het individu en kan het opening van een gesprek zijn over seksuele diversiteit: https://www.youtube.com/watch?v=z9L50imu0mg

Past de gendercompensatie school eerder bij een feminiene of een masculiene samenleving?
Past de gendercompensatie school eerder bij een feminiene of een masculiene samenleving?
Masculiene samenleving
Feminiene samenleving

Slide 75 - Poll

Deze slide heeft geen instructies



Op een schaal van 1 tot 10, vind je Nederland eerder feminien (1) of masculien (10)? Leg uit.
Op een schaal van 1 tot 10, vind je Nederland eerder feminien (1) of masculien (10)? Leg uit.

Slide 76 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 77 - Video

Deze slide heeft geen instructies

4. Zwakke versus sterkte onzekerheidsvermijding
Hoe culturen omgaan met onzekere of onbekende situaties. Daarbij gaat het om de mate waarin mensen zich bedreigd voelen door onzekere of onbekende situaties. 

Slide 78 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 79 - Video

Deze slide heeft geen instructies

5. Lange versus korte termijngerichtheid
De verschillende manieren waarop culturen bezig zijn met het heden, verleden en de toekomst.

Slide 80 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

5. Lange versus korte termijngerichtheid
Langetermijngerichtheid
Kortetermijngerichtheid
Streven naar een toekomstige beloning door middel van volharding en spaarzaamheid. 
Mensen hechten waarde aan deugden zoals respect voor traditie, het voorkomen van gezichtsverlies en het voldoen aan sociale verplichtingen.  

Slide 81 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de afbeeldingen naar het juiste begrip.
Kortetermijngerichtheid
Langetermijngerichtheid

Slide 82 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 83 - Video

Deze slide heeft geen instructies

6. Hedonisme versus soberheid
Hierbij gaat het over de vraag in hoeverre genieten van het leven en plezier maken in een samenleving centraal staat.

Slide 84 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de uitspraken naar het juiste begrip
Soberheid
Hedonisme
Pluk de dag!
We leven om te werken
We werken om te leven
Doe maar normaal dan doe je al gek genoeg!

Slide 85 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies


Welk kritiek heb je op de dimensies van Hofstede?
Welk kritiek heb je op de dimensies van Hofstede?

Slide 86 - Open vraag

Mogelijke antwoorden:
- De dimensies gaan alleen over de dominante cultuur in een land
- De dimensies zetten aan tot zwart-wit denken, terwijl de werkelijkheid vaak veel genuanceerder is. 

Slide 87 - Video

Deze slide heeft geen instructies

§3.5 Binding in een veranderende samenleving

Slide 88 - Tekstslide

Pagina 70

Slide 89 - Video

Deze slide heeft geen instructies



'Boeren in het openbaar is onbeleefd.'
Eens of oneens?
 'Boeren in het openbaar is onbeleefd.'
Eens of oneens?
Eens
Oneens

Slide 90 - Poll

Boeren is een voorbeeld van de manier waarop culturen relatief zijn. In het Westen is het laten van een boer over het algemeen ongepast, terwijl dat in China juist beleefd is en je laat zien dat het eten gesmaakt heeft.

Een ander voorbeeld: volgens antropoloog Franz Boas hebben de Inuit wel 60 verschillende woorden om (verschillende soorten) sneeuw aan te duiden, terwijl wij er veel minder kennen. Dit heeft dus te maken met je referentiekader.
Relativiteit
Culturen zijn relatief. Wat in de ene cultuur normaal is, hoeft dat in de andere cultuur niet te zijn. Wat 'normaal' is, heeft te maken met je referentiekader.

Slide 91 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 92 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Institutionalisering
Het proces waarbij een complex van waarden en min of meer geformaliseerde regels vastgelegd worden in standaard gedragspatronen.

Slide 93 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden van institutionalisering
- Voor de jaren '60: kostwinnersgezin en bevelshuishouding
- Verzuiling
- Verandering van wetten, zoals de wetswijziging in 1956 die ervoor zorgde dat vrouwen niet langer als handelingsonbekwaam werden gezien.

Slide 94 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Is institutionalisering volgens jou een positieve of een negatieve ontwikkeling? Leg uit.
Is institutionalisering volgens jou een positieve of een negatieve ontwikkeling? Leg uit.

Slide 95 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Institutionalisering
Voordelen
Nadelen
- Het gedrag van mensen wordt voorspelbaar, wat leidt tot meer vrijheid. 
- Het kan zin geven aan het handelen van mensen. 
- Institutionalisering leidt tot het ontstaan van bindingen, bijvoorbeeld in organisaties.
- Er wordt vaak gehandeld vanuit regels, in plaats vanuit de mens.

Slide 96 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Globalisering
Kan zowel leiden tot meer binding (bijvoorbeeld: sociale media) als tot ontbinding (bijvoorbeeld: internationale criminaliteit). 

Slide 97 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 98 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 99 - Link

Deze slide heeft geen instructies



Wat heb je geleerd deze les?
Wat heb je geleerd deze les?

Slide 100 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies



Wat vind je nog lastig?
Wat vind je nog lastig?

Slide 101 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Volgende les: onderzoeksvaardigheden
Leerdoelen
  • Ik ken verschillende soorten bindingen en groepen.
  • Ik weet wat sociale cohesie is en hoe het ontstaat.
  • Ik weet wat sociale instituties zijn.
  • Ik ken de cultuurdimensies van Hofstede.
  • Ik begrijp de invloed van institutionalisering en globalisering op de bindingen van mensen.


Slide 102 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Einde van hoofdstuk 3
De samenleving en bindingen

Slide 103 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies