Voortplanting (Biologie vwo), les 2: Examentraining

ORGANISME · VOORTPLANTING

Examentraining

Voortplanting: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen en acht vragen: een schema van organen lezen, een hormoongrafiek lezen, het effect van een hormoon afleiden en standpunten beargumenteren. Handig om eerst de uitleg te doen.

Onderdelen in deze les

ORGANISME · VOORTPLANTING

Examentraining

Voortplanting: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Wolfgang Moroder / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 (uitsnede)

ORGANISME · VOORTPLANTING

Wat ga je kunnen?

Ik kan een schema en een hormoongrafiek lezen, het effect van een hormoon afleiden en een argument over ingrijpen in de voortplanting beoordelen.

Deze slide heeft geen instructies

ORGANISME · VOORTPLANTING

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat is gegeven: een schema, een grafiek, een situatie of een argument?

  • 2. Zoek: letters, assen, lijnen en eenheden: wat stijgt, wat daalt, wat volgt waarop?

  • 3. Redeneer: koppel het gegeven aan het orgaan, het hormoon of de gebeurtenis die erbij hoort.

  • 4. Schrijf: een kort antwoord met het begrip en de reden, met eenheid als je rekent.

Deze slide heeft geen instructies

ORGANISME · VOORTPLANTING

Vraagtype 1: een schema van organen lezen

  • Lees eerst de letters en volg elke lijn tot het orgaan waar die eindigt.

  • Let op de vorm: de baarmoeder is een peervormige spierwand, de eileider is een buis met franje.

  • Bij een reeks tekeningen volg je de pijlen en let je op wat er verandert in de eierstok.

Deze slide heeft geen instructies

Welke letter geeft de eileider aan?

A

Letter B

B

Letter A

C

Letter C

D

Letter D

A is de baarmoeder, B de eileider, C de eierstok, D de vagina en E de clitoris. Verwachte fout: C kiezen omdat de franje van de eileider vlak bij de eierstok liggen. Image credit: Eigen schema, LessonUp

Welke letter laat het geel lichaam zien?

A

Letter A

B

Letter B

C

Letter D

D

Letter C

A is een follikel met eicel, B een rijpe follikel, C het moment van de ovulatie en D het geel lichaam. Verwachte fout: C kiezen omdat daar de follikel is opengebarsten. Image credit: Eigen schema, LessonUp

ORGANISME · VOORTPLANTING

Vraagtype 2: een hormoongrafiek lezen

  • Kijk eerst naar de assen: de dag van de cyclus op de horizontale as, de hoeveelheid hormoon op de verticale as.

  • Volg elke lijn apart: waar stijgt die, waar piekt die en waar daalt die?

  • Koppel pieken en dalen aan gebeurtenissen in de eierstok en de baarmoeder.

Deze slide heeft geen instructies

Welke lijn laat progesteron zien?

A

Lijn A

B

Lijn C

C

Lijn B

D

Lijn D

A is LH (scherpe piek), B is FSH, C is progesteron (laag tot de ovulatie en hoog in de tweede helft) en D is oestrogeen (piek voor de ovulatie en een tweede, lagere piek). Verwachte fout: D kiezen omdat oestrogeen ook in de tweede helft stijgt. Image credit: Eigen schema, LessonUp

Op welke dag vindt ongeveer de ovulatie plaats?

A

Dag 7

B

Dag 21

C

Dag 28

D

Dag 14

De scherpe LH-piek (lijn A) valt op dag 14; de ovulatie volgt kort daarna. Verwachte fout: dag 21 kiezen, de dag met de piek van progesteron. Image credit: Eigen schema, LessonUp

ORGANISME · VOORTPLANTING

Vraagtype 3: het effect van een hormoon afleiden

  • Bepaal eerst welk orgaan het hormoon maakt en welk orgaan het doelwit is.

  • Zoek dan het effect: wat doet het hormoon met het doelwit?

  • Controleer of het effect past bij wat je weet over remmen en stimuleren.

Deze slide heeft geen instructies

Door de pil blijven oestrogeen en progesteron hoog. Wat gebeurt met FSH en LH?

A

FSH stijgt: er rijpen extra follikels

B

LH stijgt: de ovulatie komt eerder

C

Er verandert niets: de pil werkt op de baarmoeder

D

Ze blijven laag: er rijpt geen follikel

Hoge concentraties oestrogeen en progesteron remmen de afgifte van FSH en LH door de hypofyse, dus er rijpt geen follikel en er is geen ovulatie. Verwachte fout: denken dat de pil FSH laat stijgen.

Een jongen krijgt in de puberteit baardgroei en een lagere stem. Welk hormoon?

A

Oestrogeen

B

Testosteron

C

Progesteron

D

HCG

Testosteron uit de teelballen veroorzaakt de secundaire geslachtskenmerken bij de man. Verwachte fout: oestrogeen kiezen omdat dat ook een geslachtshormoon is.

Het opgezette schaap Dolly in het National Museum of Scotland

ORGANISME · VOORTPLANTING

Vraagtype 4: standpunten beargumenteren

  • Een ethisch argument gaat over goed en fout, een biologisch argument over wat er in het organisme gebeurt.

  • Noem bij een standpunt altijd het argument en zeg of het ethisch of biologisch is.

  • Een argument is geen mening: geef een reden.

Image credit: Sgerbic / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Welk argument tegen klonen is een biologisch argument?

A

Mensen horen niet te sturen hoe een leven ontstaat

B

Een kloon heeft geen recht op een eigen identiteit

C

Klonen verkleint de genetische variatie in de populatie

D

Een dier wordt door klonen een koopwaar voor de mens

Klonen levert genetisch gelijke dieren, dus de variatie neemt af: een biologisch argument. De andere opties gaan over goed en fout. Verwachte fout: een ethisch argument kiezen omdat de rest van de opties vaak als eerste opkomt.

Welk argument over ingrijpen is een ethisch argument?

A

Een embryo verdient bescherming als begin van een mens

B

De slagingskans van IVF per poging is vrij laag

C

Bij hormoonbehandeling kunnen meerlingen ontstaan

D

Een kloon heeft hetzelfde DNA als de donor

De status van het embryo is een morele vraag. De andere opties beschrijven biologische feiten. Verwachte fout: de lage slagingskans kiezen, omdat dat een tegenargument is.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Een schema van organen lezen

2

Een hormoongrafiek lezen

3

Het effect van een hormoon afleiden

4

Standpunten beargumenteren

Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen kort na met een voorbeeld.

ORGANISME · VOORTPLANTING

Tips voor op het examen

  • Lees bij een schema eerst de letters en volg elke lijn tot het orgaan.

  • Bij een grafiek: eerst de assen, dan elke lijn apart; een scherpe piek van LH hoort bij de ovulatie.

  • Hormoon-vragen: noem welk orgaan het hormoon maakt, welk doelwit het heeft en of het remt of stimuleert.

  • Bij standpunten: noem het argument, zeg of het ethisch of biologisch is en geef een reden.

Deze slide heeft geen instructies