De zomer, het weer, een praatje over het weer, het weer in de zomer
Learning objective
De zomer, het weer, een praatje over het weer, het weer in de zomer
Learning objective
Nederlanders praten graag over het weer
Slide tekst
De seizoenen
Slide tekst
Woorden die bij de zomer en het weer horen
Slide tekst
Woorden over de zomer met juf M. het weer
Slide tekst
De zon, wolken, onweer
Slide tekst
Mooi weer
Het is mooi weer. De zon schijnt. Het is zonnig.
Het is warm, de warmte, de hitte
Het is warm, het is heet.
De warmte, de hitte
Ik heb het heet.
Ik heb last van de warmte
Wolken
Slide tekst
half bewolkt
onbewolkt
bewolkt
Soorten wolken
Slide tekst
Witte wolken
Licht donkere wolken
Dreigende, donkere wolken
Donkere wolken
Slide tekst
Regen
Het regent
Een regenbui
Donkere wolken - hagel
Slide tekst
Hagelsteen
Hagelstenen
Hagel in het verkeer
Het hagelt.
Het hagelt hagelstenen.
Het onweer
Slide tekst
Het onweer.
Het onweert.
De donder (het geluid).
De bliksem (het licht).
Wat moet je doen bij onweer?
Niet onder een boom.
Bliksem in de boom.
Dat is gevaarlijk. Wel doen!
Bukken, jezelf klein maken,
Twee voeten op de grond
Niet in het water. Belangrijk! Ga naar binnen.
Bliksem in het water.
Niet plat op de grond.
Onweer? Niet onder een boom!
Bliksem in de boom.
Dat is gevaarlijk.
Onweer? Niet in het water!
Bliksem in het water.
Onweer? Niet plat op de grond
Niet plat op de grond.
Wat moet je doen bij onweer?
Bukken, jezelf klein maken,
Twee voeten op de grond
Belangrijk! Ga naar binnen.
Herhaling woorden, zomer, weer
Het weer. Het is mooi weer.
De zomer
De zon, het is zonnig
De wolk, bewolkt, het is bewolkt
Het is koud. Het is warm. Het is heet.
Ik heb het koud. Ik heb het warm. Ik heb het heet.
Ik heb last van de hitte.
Ik heb last van de warmte.
De regen. Het regent.
De hagel. Het hagelt.
Herhaling woorden, zomer, weer
Het onweer. Het onweert.
De donder (het geluid)
De bliksem (het licht)
Wat moet je doen bij onweer?
Niet onder een boom gaan zitten.
Niet in het water gaan.
Niet plat op de grond gaan liggen.
Wel doen, bukken, je klein maken, op je hurken zitten, twee voeten op de grond.
Ga naar binnen!
Geniet van het weer!
Slide tekst