Quiz maatschappijleer

Quiz maatschappijleer
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Quiz maatschappijleer

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kritisch denken bestaat uit drie onderdelen:

Slide 2 - Open vraag

Info op waarde: 
• Klopt de informatie die ik heb?
• Is er nog meer informatie beschikbaar?

Andere kant: 
- Wat is de mening van andere mensen over de informatie? Een mening is wat je van iets vindt.
• Waarom hebben andere mensen die mening? Kan ik daar iets 
 van leren?

 Eigen mening:
• Klopt de informatie die ik heb nog wel?
• Moet ik mijn mening aanpassen?

Een feit is iets dat je kan bewijzen.
A
waar
B
niet waar

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De Eerste en Tweede kamer heet:
A
het kabinet
B
het parlement
C
de regering

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Redenen waarmee je kunt onderbouwen waarom
je iets vindt.
A
mening
B
feit
C
argument

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan welke vier voorwaarden moet een probleem voldoen om een maatschappelijk probleem te zijn?

Slide 6 - Open vraag

1 Veel mensen hebben er last van.
2 Er zijn verschillende meningen over de oorzaak en de oplossing.
3 Je hoort er veel over in de media.
4 De politiek is meestal nodig voor een oplossing van het probleem.
Wat is het verschil tussen de regering en het kabinet?

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Het parlement heeft twee hoofdtaken:
A
wetgeving en regelgeving
B
wetgevende en controlerende taak
C
controlerende taak
D
wetgevende taak

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bewust of onbewust aanleren van waarden, normen en gewoonten die bij jouw groep of samenleving horen.
A
socialisatie
B
sociale cohesie
C
waarden en normen
D
dominante cultuur

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De koning, premier en de ministers.
A
Parlement
B
kabinet
C
regering
D
Tweede kamer

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het socialisatieproces stopt na de middelbare school.
A
waar
B
niet waar

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In tekst 3 gaat het inhoudelijk over een:
A
compromis tussen stadsbestuur en B&B-eigenaren
B
gemeenschappelijk belang van stadsbestuur en B&B-eigenaren
C
positieve actie van stadsbestuur en B&B-eigenaren
D
tegengesteld belang van stadsbestuur en B&B-eigenaren

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Als het stadsbestuur de regels voor de B&B's echt wil aanpassen in Amsterdam, wie zal daar dan uiteindelijk over beslissen?
A
de gemeenteraad van Amsterdam
B
de verantwoordelijke minister in Den Haag
C
verantwoordelijke wethouder van Amsterdam
D
Stadsbestuur zelf

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk woord verwijst naar een politiek systeem waarbij het volk direct of indirect invloed heeft op de besluitvorming?
A
christendemocratie
B
democratie
C
dictatuur
D
liberalisme

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke van de volgende uitspraken is een feit?
A
de aarde draait om de zon
B
ik houd van strandvakanties
C
jammer dat het vandaag regent
D
wat een prachtig uitzicht

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is geen voorbeeld van sociale controle?
A
dat mensen in jouw omgeving letten op hoe jij je gedraagt
B
dat mensen camera's ophangen om inbrekers bij hun huis te weren
C
de overheid let er op hoe burgers zich gedragen en bestraft waar nodig
D
de politie deelt boetes uit aan mensen die op straat de wet overtreden

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je bijna alles vervangt van de cultuur uit het land waar je vandaan komt door de dominante cultuur van het land waar je woont.
A
assimilatie
B
segregatie
C
integratie
D
discriminatie

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De strijd voor gelijke rechten en gelijke behandeling.
A
discriminatie
B
gratie
C
polarisatie
D
emancipatie

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Gedrag en gedachten gaan in tegen de waarden en normen van de democratische rechtsstaat.
A
radicalisering
B
rascisme
C
tolerantie
D
respect

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De onderhandelingen om tot een nieuw kabinet te komen.
A
Debatteren
B
kabinetsformatie
C
compromissen sluiten
D
provinciale staten

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je vraagt toestemming om in Nederland te mogen verblijven.
A
migratie
B
asiel
C
emmigreren
D
immigreren

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een wereldwijd samenwerkingsverband voor vrede en veiligheid.
A
EU
B
NAVO
C
VN
D
NGO

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Problemen die over landsgrenzen heen gaan.
A
landsproblemen
B
grensoverstijgend
C
grensoverstijgende problemen
D
globalisering

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een stroming waarin solidariteit en gelijkwaardigheid de belangrijkste waarden zijn.
A
Christenunie
B
sociaaldemocratie
C
liberalen
D
populisme

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een plek in het parlement.
A
zetel
B
stoel
C
bank

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Boek:
Check of je alle begrippenlijsten in je boek ingevuld hebt. 

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies