In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 50 min
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
Slide 1 - Tekstslide
Nut van logica:
We redeneren de hele dag
Natuurlijke taal = verwarrend
Formele logica
Waarheid - geldigheid
Slide 2 - Tekstslide
P1. Alle mussen zijn vogels. P2. De mens is een mus. C. De mens is een vogel.
A
Geldig en waar
B
Geldig en onwaar
C
Ongeldig en waar
D
Ongeldig en onwaar
Slide 3 - Quizvraag
P1. Zonder eten ga je dood. P2. Pizza is eten. C. Zonder pizza ga je dood.
A
Geldig en waar
B
Geldig en onwaar
C
Ongeldig en waar
D
Ongeldig en onwaar
Slide 4 - Quizvraag
P1. Alle docenten zijn leugenaars. P2. Mevrouw Vonder is een docent. C. Mevrouw Vonder is een leugenaar.
A
Geldig en waar
B
Geldig en onwaar
C
Ongeldig en waar
D
Ongeldig en onwaar
Slide 5 - Quizvraag
P1. Alle leerlingen zijn morgen vrij. P2. Ik ben morgen vrij. C. Ik ben een leerling.
A
Geldig en waar
B
Geldig en onwaar
C
Ongeldig en waar
D
Ongeldig en onwaar
Slide 6 - Quizvraag
Maak de volgende redeneringen af:
Slide 7 - Tekstslide
P1. Iedereen die dit leest is gek P2. ......?...... C. Ik ben gek
Slide 8 - Open vraag
P1. ....?.... P2. Lisa is een Meppeler. C. Lisa houdt van muggen.
Slide 9 - Open vraag
Slide 10 - Tekstslide
Slide 11 - Tekstslide
<div>Een verzwegen argument is een argument dat niet letterlijk gegeven wordt, maar die wel hoort bij de hele redenering.</div><div><br></div><div>In de logica moeten ze deze zichtbaar maken/uitschrijven.<br></div><br>
Slide 12 - Tekstslide
<div>P1 = <b>premisse</b> 1</div><div>P2=<b> premisse</b> 2</div><div>C = conclusie</div><div><br></div><div>P1 & P2 zijn argumenten</div><div><br></div><div>P1 + P2 + C zijn samen het <b>redeneerschema</b><br></div>
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Tekstslide
Slide 15 - Tekstslide
Slide 16 - Tekstslide
Slide 17 - Tekstslide
<div>Logisch geldig, maar inhoudelijk onwaar.</div><div><br></div><div>Dat komt doordat (één van) de premissen onwaar is, dan is de hele redenering dus ook onwaar. Tegelijkertijd kan de redenering wel geldig zijn.<br></div>
Slide 18 - Tekstslide
<div>Een redenering van deze vorm noemen we een modus tollens.</div><div><br></div><div><br></div><div>P1. Als A, dan niet-B</div><div><u>P2. niet-B<br></u></div><div>C. Dus niet-A<br></div><div><br></div><div>Officiële logica'taal'</div><div><br></div><div>P1. p -> q</div><div><u>P2. niet-q</u></div><div>C. niet-p<br></div>
Slide 19 - Tekstslide
<div>Dit is een modus ponens en die verschilt van de vorige.</div><div><br></div><div><b><br></b></div><div><b>Vorige redenering:</b></div><div>Modus tollens<br>P1. p -> q<br><u>P2. niet-q</u><br>C. niet-p</div><div><br></div><div><b>Deze redenering:</b></div><div>Modus ponens<br></div><div>P1. p -> q</div><div><u>P2. p</u></div><div>C. q<br></div>