Proefles

Proefles

23 oktober 2026

1 / 38
volgende
Slide 1: Slide
newEditorZorg en WelzijnMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Proefles

23 oktober 2026

Lesplanning

  • Op een gestructureerde manier aantekeningen maken met de Cornell-methode

  • RUMBA

  • Stageverslag volgcliënt – werkplekleren verdieping

Leerdoelen

Na deze les kun je:

  • Zelfstandig aantekeningen maken volgens de Cornell-methode.

  • De belangrijkste begrippen uit een les met elkaar verbinden en in je eigen woorden uitleggen hoe ze samenhangen, bijvoorbeeld door oorzaken en gevolgen te benoemen. Je noteert deze samenhang kort in de samenvatting.

  • Leerdoelen formuleren die voldoen aan de RUMBA-eisen.

  • Een correct leerdoel formuleren aan de hand van de RUMBA-eisen.

  • De informatie die je nodig hebt voor je stageverslag verzamelen en ordenen.


Cornell-methode


Wat neem je mee van de Cornell-methode?

Waar denk je aan bij RUMBA?

RUMBA

Met de afkorting RUMBA controleer je of de formulering van het doel relevant, begrijpelijk, meetbaar, concreet en haalbaar is.

Een goed omschreven doel voldoet aan alle vijf de eisen. Wanneer slechts aan vier van de vijf eisen is voldaan, is het doel dus niet goed omschreven. Als vuistregel geldt: hoe eenvoudiger de taal die je gebruikt, hoe gemakkelijker het zal zijn om een doel te formuleren.





RUMBA

R = Relevant
Het doel moet voor de zorgvrager ter zake doende zijn. Hij is het onderwerp in het gestelde doel. Het verpleegdoel hoeft dus niet per se relevant te zijn voor de verpleegkundige of de naaste van de zorgvrager.




Voorbeeld

Meneer Van Dam (45 jaar) is na een beenamputatie opgenomen om te revalideren. Hij is alleenstaand en heeft weinig contacten. Zijn hobby’s zijn klaverjassen en joggen. Meneer heeft een BMI van 28 (overgewicht) en rookt dagelijks een pakje zware shag. Meneer wil niet op dieet. Hij vindt zijn gewicht geen probleem.


Niet relevant is: meneer Van Dam krijgt een gezond gewicht. Dat kan de verpleegkundige wel een belangrijk doel vinden, maar meneer Van Dam vindt het niet nodig.


Relevant is: meneer Van Dam bezoekt twee keer per week de activiteitentherapie, waar hij deelneemt aan het klaverjassen en praat met medezorgvragers. Want: meneer Van Dam heeft aangegeven dat hij zich eenzaam voelt en dat hij graag klaverjast. Dit doel komt tegemoet aan de behoeften van de zorgvrager.

RUMBA

U = Understandable
Het doel moet in begrijpelijke taal omschreven zijn voor de zorgvrager, de naaste en de verpleegkundige.

Voorbeeld

Onduidelijk geformuleerd is: meneer Van Dam kan meer contacten leggen. Want: contacten kun je op vele manieren leggen. Wat er precies van meneer Van Dam wordt verwacht, is niet duidelijk. Ook is niet duidelijk met wie hij contacten kan leggen.


Duidelijk en begrijpelijk is: meneer Van Dam praat dagelijks met medezorgvragers en doet ten minste eenmaal per dag mee aan een groepsactiviteit.

RUMBA

M=Measurable
Een doel moet je kunnen meten of toetsen. Daarom moeten in het doel eenheden of toetsbare gegevens benoemd worden.

Voorbeeld

Niet meetbaar is: meneer Van Dam eet voldoende. Want: wat ‘voldoende’ eten is voor meneer Van Dam, hangt af van zijn gewicht, lengte en lichaamsactiviteit.

Niet meetbaar is: meneer Van Dam accepteert zijn opname. Want: accepteren kun je niet meten.

Meetbaar is: meneer Van Dam beweegt dagelijks ten minste een halfuur intensief.

Meetbaar is: meneer Van Dam praat met de verpleegkundige over zijn beleving van de opname. Want: tijdens gesprekken kun je vaststellen hoe zwaar de acceptatieproblemen zijn en of ze verminderen door erover te praten.

RUMBA

B = Behavioral
In een doel moet duidelijk worden beschreven welk gedrag of uiterlijk er wordt verwacht. Het moet concreet en waarneembaar zijn.

Voorbeeld

Niet waarneembaar is: meneer Van Dam weet wanneer hij naar de fysiotherapeut moet. Want: ‘weten’ kun je niet concreet waarnemen.


Waarneembaar gedrag is: meneer Van Dam is op tijd aanwezig bij de fysiotherapeut, of: meneer Van Dam noteert de afspraken met de fysiotherapeut in zijn agenda.

RUMBA

A = Attainable
Doelen moeten haalbaar zijn. Hierbij staat de mening van de zorgvrager centraal. Als verpleegkundige kun je verpleegdoelen maken, maar je moet ze samen met de zorgvrager behalen. Het doel moet binnen de zorgorganisatie en bij de zorgvrager passen. Bij een kind met een ernstige verstandelijke handicap kun je niet als verpleegdoel stellen: doucht zichzelf zonder hulp. Bij een kind met een normale intelligentie dat voor een chirurgische ingreep wordt opgenomen, kan dat wel een verpleegdoel zijn.

Voorbeeld

Niet haalbaar is: meneer Van Dam krijgt een eenpersoonskamer. Want: op de revalidatieafdeling zijn geen eenpersoonskamers.


Haalbaar is: meneer Van Dam kan met zijn prothese aan een duurtraining deelnemen.

Waar staat de afkorting RUMBA voor?


Waar staat de afkorting RUMBA voor?

In het plan van meneer Stanis lees je als doel:
Meneer heeft binnen twee weken meer contacten gelegd met mensen.

Aan welke RUMBA-eis wordt bij dit doel niet voldaan?

A

R

B

U

C

M

D

B

Pas je kennis toe

Beoordeel onderstaand doel aan de hand van RUMBA. Voldoet deze wel of niet aan de eisen?


Probleem: Mevrouw Belkiz is met een sectio bevallen van haar eerste kindje. Het kindje is in de eerste twee dagen te veel afgevallen. Mevrouw heeft erg gespannen borsten.

Doel: Mevrouw leert om de baby goed aan te leggen.

Antwoord

Dit doel voldoet niet aan de eisen. Het is wel relevant, begrijpelijk en haalbaar, maar niet meetbaar: wanneer moet mevrouw dat geleerd hebben, wat is goed? Dit doel is ook niet concreet: hoe kun je meten of iemand iets heeft geleerd? Het gaat er in dit geval om dat mevrouw Belkiz iets kan.

Pas je kennis toe

Beoordeel onderstaand doel aan de hand van RUMBA. Voldoet deze wel of niet aan de eisen?


Probleem: Mevrouw Peeters woont in een verpleeghuis. Mevrouw is veel te zwaar. Ze weegt 110 kilo en is 1.60 meter lang. Ze heeft een BMI van 43. Mevrouw snoept graag en heeft een hekel aan bewegen. Ze heeft zware botten, zegt ze.

Doel: Mevrouw heeft over drie maanden een gezond BMI (minder dan 25).

Antwoord

Dit doel voldoet niet aan de eisen. Het is wel relevant, begrijpelijk, meetbaar en concreet, maar het is niet haalbaar. Het zou betekenen dat een zorgvrager die graag snoept en niet van bewegen houdt in drie maanden 45 kilo af moet vallen. Dat is niet haalbaar en waarschijnlijk niet eens wenselijk.

SMART

Een andere afkorting voor de eisen aan doelen is SMART. Dit staat voor:

  • Specifiek: het doel moet een duidelijk, concreet, waarneembaar resultaat hebben, waaraan je een getal, percentage of ander kwantitatief gegeven kunt verbinden.

  • Meetbaar: je moet kunnen meten in welke mate het doel op een bepaald moment is bereikt. Een SMART-doel moet je kunnen zien, horen, proeven, ruiken of voelen: wat is er als het doel is bereikt?

  • Acceptabel: het doel moet acceptabel zijn voor de zorgvrager. De ‘A’ in SMART wordt ook wel vertaald als ‘Aanwijsbaar’: het moet duidelijk zijn wie wat moet doen om het doel te behalen.

  • Realistisch: het doel moet haalbaar zijn. Een onbereikbaar doel motiveert de zorgvrager niet. Het doel moet niet te moeilijk, maar ook niet te makkelijk zijn. Het doel moet ook passen bij de zorginstelling. Bij een ziekenhuisopname van een week past geen verpleegdoel dat ver in de toekomst ligt. En bij een zorgvrager met een progressieve ziekte kan een verpleegdoel niet uitgaan van genezing.

  • Tijdgebonden: het doel moet een duidelijke start- en einddatum hebben. Dat geldt vooral voor kortetermijndoelen. Voor langetermijndoelen is dat niet altijd mogelijk.

Wat kun je zeggen over de relatie tussen RUMBA en SMART?

Relatie tussen RUMBA en SMART

RUMBA en SMART zijn twee hulpmiddelen voor hetzelfde doel: goede doelen formuleren. Welk middel je gebruikt, hangt af van je eigen voorkeur of van de eisen van je organisatie. Je kunt ook beide hulpmiddelen gebruiken voor een nog scherper geformuleerd doel.

Wat neem je mee van RUMBA en SMART?

Leg in je eigen woorden uit wat je moet doen voor het stageverslag volgcliënt.

Wat leer je met het stageverslag?

  • Een visie op ergotherapie uitschrijven.

  • Een gegevensbeschrijving van een volgcliënt opmaken.

  • Een handelingsdiagnose formuleren.

  • Een individueel behandelplan opstellen.

  • Een advies formuleren in functie van de nazorg van de cliënt.


Richtlijn verslaggeving: maximaal 45 blz. in totaal.

Stappenplan professionele kaders koppelen aan je stageplaats

Stap 1 – Leer je stageplaats kennen
Bekijk de website en zoek op wat de visie en manier van werken van je stageplaats zijn.

Stap 2 – Verdiep je in de professionele kaders
Lees de theorie en leg in je eigen woorden uit wat elk professioneel kader betekent.

Stap 3 – Leg de link met je stageplaats
Bekijk hoe de professionele kaders aansluiten bij de visie en manier van werken van je stageplaats.

Stap 4 – Kijk naar de praktijk
Observeer je mentor en collega’s. Hoe herken je de professionele kaders in wat zij doen?

Stap 5 – Zoek concrete voorbeelden
Beschrijf situaties die je zelf hebt gezien of gehoord en leg uit hoe deze bij een professioneel kader passen.


Stappenplan professionele kaders koppelen aan je stageplaats

Stap 6 – Werk je verslag uit
Werk elk professioneel kader afzonderlijk uit. Leg uit wat het betekent, hoe het aansluit bij je stageplaats en welke voorbeelden je hebt gevonden.

Stap 7 – Bespreek je werk
Breng je vragen en je uitwerking mee naar de (wekelijkse) lessen. Je krijgt feedback om je verslag verder uit te werken.


Je beschrijft niet alleen wat een professioneel kader betekent, maar legt ook uit hoe je dit herkent in de visie en de dagelijkse praktijk van je stageplaats.

Stageverslag

1. Planning en deadlines

  • Wat is de deadline van het stageverslag? Waar vind je deze terug in de ''Studiewijzer Werkplekleren Basis'' en Canvas?

  • Wanneer start je op je stageplaats?

  • Welke deadlines of andere belangrijke momenten moet je alvast in je agenda zetten?

2. Stageplaats en cliënt

  • Weet je al waar je stage gaat lopen?

  • Heb je de website van je stageplaats al bekeken? Wat weet je al over de visie en de werking?

  • Weet je al met welke doelgroep je gaat werken?

  • Heb je al een cliënt in gedachten die je als volgcliënt kunt kiezen? Wanneer moet je deze keuze maken?



Stageverslag

3. Wat heeft nu prioriteit?

  • Wat heb je al gedaan en wat moet nog gebeuren?

  • Waar moet je op dit moment vooral aan werken?

  • Kun je al starten met onderdelen 1.1 en 1.2 of heb je daarvoor eerst nog informatie nodig?

  • Wat kun je voorbereiden vóór de start van je stage?

4. Feedback en begeleiding

  • Hoe vaak plannen we een feedbackmoment in?

  • Sjabloon gebruiken, hoe deel je je verslag met mij, zodat ik feedback kan geven?

  • Hoe wil je de feedback ontvangen?

  • Hoe verwerk je de feedback en hoe geef je aan wat je ermee hebt gedaan?

Stageverslag

5. Hulpvragen en volgende stappen

  • Wat vind je op dit moment moeilijk of onduidelijk?

  • Waar heb je het meeste hulp bij nodig?

  • Wat ga je na deze les concreet doen?

  • Wanneer bekijken we samen je vooruitgang?

Huiswerk

  1. Neem een casus mee uit je praktijk als ergotherapeut. Beschrijf deze kort en formuleer één doel volgens de RUMBA-criteria. De volgende les bespreken we de casus en doel.

  2. De eerste drie dingen die je nu gaat doen voor je stageverslag



Wat vond je van de les?