In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 43 min
Onderdelen in deze les
Jaar 2, Chapitre 5, cour 2,
Slide 1 - Tekstslide
Chap 5, 2Havo, Grammaire D
De ontkenning
=
La négation
Slide 2 - Tekstslide
Les buts:
1. Kun je iets schrijven over jezelf.
2. Weet je hoe je de ontkenning gebruikt.
Slide 3 - Tekstslide
Au programme: Grammaire D : De ontekenning= La négation
1. Terugblik 10 min
2. Voca a, b, e et F 10 min
3. Grammaire D: 20 min
3.Blooket 15 min
4. Devoirs: Faire: E- Regarder
Apprendre: Voca a, b, e et f, Parler C et grammaire D
Slide 4 - Tekstslide
Parler:
1. Bonjour, ça va?
2. Tu habites où?
3. Comment tu t'appelles?
4. Tu as un frère?
5. Tu as quel âge?
6. C'est quoi?
7. Tu aimes les maths?
8. Quelle est ta matière préférée?
9. Qui est ton prof de biologie? Il est sympa?
Slide 5 - Tekstslide
Terugblik
Slide 6 - Tekstslide
Je trouve que............exercice est facile.
A
cet
B
cette
C
ces
D
ce
Slide 7 - Quizvraag
Elle dit que .............travail est difficile.
A
cet
B
cette
C
ces
D
ce
Slide 8 - Quizvraag
Elise (vouloir) acheter un cadeau.
A
veux
B
veut
C
veulent
D
voulez
Slide 9 - Quizvraag
Vous (vouloir) jouer au foot?
A
veux
B
veut
C
veulent
D
voulez
Slide 10 - Quizvraag
Voca a, b, e, f (sleepvraag)
Slide 11 - Tekstslide
Terugblik
Slide 12 - Tekstslide
Vertaal: Zij is nooit ziek.
A
Elle n'est pas malade.
B
Elle n'est jamais malade.
C
Elle est pas malade.
D
Elle est jamais malade.
Slide 13 - Quizvraag
Beantwoord de vragen. Maak ontkennende zinnen met de onderstreepte werkwoorden en de woorden tussen haakjes. Il cherche son portable. (niet meer)
Slide 14 - Open vraag
Beantwoord de vragen. Maak ontkennende zinnen met de onderstreepte werkwoorden en de woorden tussen haakjes. Il téléphone à ses copains (nooit)
Slide 15 - Open vraag
Beantwoord de vragen. Maak ontkennende zinnen met de onderstreepte werkwoorden en de woorden tussen haakjes. Ils vont à la piscine. (nog niet)
Slide 16 - Open vraag
Beantwoord de vragen. Maak ontkennende zinnen met de onderstreepte werkwoorden en de woorden tussen haakjes. Samuel a trouvé son short de bain (niet)
Slide 17 - Open vraag
Beantwoord de vragen. Maak ontkennende zinnen met de onderstreepte werkwoorden en de woorden tussen haakjes. Ce soir, ils vont manger en ville. (niets)
Slide 18 - Open vraag
Voca F
Zeg mij na ! (Répétez après moi !)
Schrijf de woorden en zinnen uit voca F over in je schrift. p. 41 (10 min en silence)
Als je eerder klaar bent: 'SlimStampen'
Welke woorden heb je geleerd? (Quels mots as-tu appris)
Slide 19 - Tekstslide
Phrases-clés C et G
Zeg mij na ! (Répétez après moi !)
Schrijf de woorden en zinnen uit phrases-clés C et G over in je schrift. p. 42 (10 min en silence)
Als je eerder klaar bent: 'SlimStampen'
Welke zinnen heb je geleerd? (Quelles phrases as-tu appris)
Slide 20 - Tekstslide
Voca a, b, e, f (sleepvraag)
Slide 21 - Tekstslide
vraiment
le dos
le pied
la main
fatigué
je crois
je moet
vergeten
ressemler à
dormir
très
mettre
de hand
echt
slapen
lijken op
leggen, zetten
erg
de rug
de voet
moe
il faut
ik geloof
oublier
Slide 22 - Sleepvraag
la nuit
ce matin
de koorts
het vertrouwen
malade
de gezondheid
vooral
quelqu'un
de maaltijd
boire
par exemple
arriver
la confiance
de nacht
drinken
le repas
aankomen
bijvoorbeeld
vanochtend
la fièvre
ziek
surtout
la santé
iemand
Slide 23 - Sleepvraag
l'endroit
le meilleur ami
à cause de
gagner
rentrer
gelijk hebben
comme ça
faire du vélo
faire de la natation
faire du cheval
faire du hockey
dansen
winnen
de plek
paardrijden
zwemmen
faire la danse
hockeyen
de beste vriend
vanwege
naar huis gaan
op die manier
avoir raison
fietsen
Slide 24 - Sleepvraag
malade
les légumes
le passetemps
accro
eindelijk
les céréales
je m'entraine
le temps
vite
le yaourt
la fois
le pain
verslaafd
ziek
de yoghurt
snel
het brood
de keer
de groenten
de hobby
enfin
ik train
de ontbijtgranen
de tijd
Slide 25 - Sleepvraag
vraiment
le dos
le pied
la main
fatigué
je crois
je moet
vergeten
ressemler à
dormir
très
mettre
de hand
echt
slapen
lijken op
leggen, zetten
erg
de rug
de voet
moe
il faut
ik geloof
oublier
Slide 26 - Sleepvraag
la nuit
ce matin
de koorts
het vertrouwen
malade
de gezondheid
vooral
quelqu'un
de maaltijd
boire
par exemple
arriver
la confiance
de nacht
drinken
le repas
aankomen
bijvoorbeeld
vanochtend
la fièvre
ziek
surtout
la santé
iemand
Slide 27 - Sleepvraag
malade
les légumes
le passetemps
accro
endelijk
les céréales
je m'entraine
le temps
vite
le yaourt
la fois
le pain
verslaafd
ziek
de yoghurt
snel
het brood
de keer
de groenten
de hobby
enfin
ik train
de ontbijtgranen
de tijd
Slide 28 - Sleepvraag
Slide 29 - Video
De ontkenning:
niet en geen = ne.......................pas. ne staat vóór de persoonsvorm en pas direct erna
Je ne regarde pas la télé. = Ik kijk niet naar de tv.
Je n'aime pas les médicaments. = Ik hou niet van medicijnen.
ne....plus = niet meer ne ...rien = niets
ne....jamais = nooit ne ....pas encore = nog niet
Slide 30 - Tekstslide
Faire:
Quoi: Faire: Grammaire D ex: 16, 17, 18 et 19
Comment: en ligne avec les écouteurs
Temps: 20 minutes
Déjà fini: Faire les devoirs: E : regarder
Apprendre: Phrases clés C et Grammaire D
Slide 31 - Tekstslide
kahoot/ chanson (15min)
Slide 32 - Tekstslide
Devoirs
1. Faire E- regarder (28-29)
2. Apprendre: voca, a, b, c, d, Phrases clés C et Grammaire D