Blok 2

Facilitaire dienstverlening
Catering en Inrichting 



Blok  2
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Facilitaire dienstverlening
Catering en Inrichting 



Blok  2

Slide 1 - Tekstslide

Over dit blok
Over een paar weken is de open dag bij ROC Waterkant. Op deze dag moet alles tip top in orde zijn. Zo’n open dag is erg belangrijk. Er komen leerlingen van het vmbo. Zij kijken niet alleen naar de opleidingen, maar komen ook de sfeer proeven. Wat is het voor school en welke mensen lopen hier rond?

In dit blok loop jij stage op ROC de Waterkant. Lees hier meer over in je boek op blz. 47.  

Slide 2 - Tekstslide

Wat leer je deze les? 
  • Omgaan met vragen en klachten
  • Keuken reinigen
  • Voedingsgewoonten


Slide 3 - Tekstslide

Hoe maak je deze les?
In deze LessonUp komt de theorie en de begrippen terug van het blok waarin we aan het werk zijn. Op deze manier kun je overzichtelijk zelfstandig aan het werk. 
In deze LessonUp staat welke opdrachten uit het boek je wanneer moet maken. 
Je mag natuurlijk ook eerst deze les doorlopen en later alle opdrachten uit het boek maken. 

Slide 4 - Tekstslide

Omgaan met vragen en klachten

Slide 5 - Tekstslide

Wanneer mensen vragen hebben, komen ze vaak eerst bij de receptie. Soms kan de receptionist(e) de klant verder helpen. In andere gevallen informeert hij of zij bij andere collega’s of verwijst hen door.


Soms komen mensen met een klacht. Iemand is het niet eens met een bepaalde gang van zaken. Hij wil graag dat er iets aan wordt gedaan. Je kunt dan het volgende doen: 
  • Luister goed naar de klacht.
  • Blijf beleefd en geduldig.
  • Probeer je in te leven in de situatie van de klant.
  • Beloof niets wat je niet kunt waarmaken.
  • Maak een aantekening van de klacht.
  • Geef de klacht door aan degene die klachten behandelt.
  • Vertel de klant hoe de klacht wordt afgehandeld.











Slide 6 - Tekstslide

1

Slide 7 - Video

01:45
Het is verstandig om altijd beleefd en vriendelijk te blijven. De klant heeft niets tegen jou persoonlijk.

 

Hij is het alleen niet eens met de gang van zaken. Als je vriendelijk blijft, vertrouwt de klant erop dat de klacht serieus wordt genomen.

Slide 8 - Tekstslide

Maak nu opdracht 1 en LOB opdracht 11 en 12 in je online boek. 

1.7 & 12.6 hoef je niet te maken

Slide 9 - Tekstslide

Keuken reinigen

Slide 10 - Tekstslide

Een goede hygiëne in de keuken is van groot belang voor onze gezondheid. Bacteriën kunnen zich razendsnel vermenigvuldigen en een goede schoonmaak is dan ook van groot belang.

Bij het reinigen van de keuken volg je de volgende stappen.
  • Stap 1  Grote vuildelen weghalen
  • Stap 2 Schoonmaken met heet water en schoonmaakmiddel
  • Stap 3 Naspoelen en drogen
  • Stap 4 Conroleren

Slide 11 - Tekstslide

Stap 1: Grote vuildelen weghalen
Bij het schoonmaken van de keuken begin je met het weghalen van grote vuildelen. Dit is bijvoorbeeld het afschrapen van kookplaten en pannen, het afstoffen van werkoppervlakken en het vegen van vloeren. 
Het verzamelde vuil gooi je weg voordat je verder gaat met schoonmaken.


Slide 12 - Tekstslide

Stap 2: Schoonmaken met heet water en schoonmaakmiddelen


Als de grote vuildelen weg zijn, ga je schoonmaken met een reinigingsmiddel en heet water.

Je maakt altijd nat schoon in de keuken. Dit is om de bacteriën te doden en al het vuil goed te verwijderen. Houd je aan de volgende regels.
  • Gebruik water dat goed heet is.
  • Gebruik het juiste schoonmaakmiddel.
  • Gebruik een borstel om hardnekkig vuil te verwijderen.
  • Wring je werkdoek goed uit.




Slide 13 - Tekstslide

Stap 3: Naspoelen en drogen
Na het schoonmaken met een reinigingsmiddel neem je schoon, heet water en een schone werkdoek.

Hiermee neem je het schoongemaakte oppervlak nogmaals af. Zo verwijder je achtergebleven vuilresten en achtergebleven resten schoonmaakmiddel. Droog daarna het oppervlak na met een schone, droge doek. Bacteriën hebben vochtigheid nodig om zich te verspreiden. Dit voorkom je door het oppervlak af te drogen.


Slide 14 - Tekstslide

Stap 4: Controleren
Controleer aan het eind of het oppervlak dat je hebt schoongemaakt schoon is. Er mag geen vuil meer te zien zijn en er mogen geen luchtjes zijn achtergebleven.

Slide 15 - Tekstslide

Vier gouden schoonmaakregels
Voor het schoonmaakgemak zijn regels bedacht. Deze regels noemen we ook wel de ‘gouden schoonmaakregels’. Deze regels gebruik je ook bij het schoonmaken van de keuken.
  1. Werk van schoon naar vuil. Als de oven van binnen viezer is dan van buiten, maak dan eerst de oven aan de binnenkant schoon, voordat je de buitenkant schoonmaakt.
  2. Werk van boven naar beneden. Als je het aanrecht schoonmaakt, dan maak je eerst de achterwand van het aanrecht schoon. Daarna maak je de kraan schoon, dan het aanrechtblad en dan de spoelbak. Ander voorbeeld: maak eerst de keukenkastjes schoon, voordat je de vloer gaat moppen. Vuil van de keukenkastjes valt namelijk voor een deel op de vloer.
  3. Begin altijd op een vast punt. Bij het dweilen van de vloer is het handig om zo ver mogelijk van de deur vandaan te beginnen en naar de deur toe te werken.
  4. Werk van de zijkant naar het midden. Als je bijvoorbeeld de keukenkastjes schoonmaakt, maak je eerst de bovenkant en zijkanten schoon. Daarna maak je de binnenkant schoon, je begint met de bovenste plank en dan de onderliggende planken.



Slide 16 - Tekstslide

Opdracht
Maak nu opracht 4.1, 4.2 en 4.3 uit je online boek. 

Deze theorie kun je ook gebruiken voor portfolio opdracht dweilen en koelkast schoonmaken. 

Slide 17 - Tekstslide

Voedingsgewoonten

Slide 18 - Tekstslide

Bekijk het filmpje waarin de theorie over voedingsgewoonten wordt getoont op de volgende dia of lees zelf de theorie in je boek op bladzijde 238. 

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video


Slide 21 - Open vraag

Belangrijke begrippen

Slide 22 - Tekstslide

Voedingsgewoonte
A
De tijden waarop je eet op een dag.
B
Gewone voeding die je koopt in de winkel.
C
Een bepaalde manier van eten of het klaarmaken van eten.
D
Dingen die je niet mag eten.

Slide 23 - Quizvraag

Einde van de theorie van deze week

Slide 24 - Tekstslide