5.2 De sociale kwestie


Paragraaf 5.2
De sociale kwestie


1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
geschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les


Paragraaf 5.2
De sociale kwestie


Slide 1 - Tekstslide

Beeldmerk
Op de achtergrond zie je een grand café waar deftige burgers elkaar ontmoeten en op de voorgrond een fabriek. De rook uit de fabrieksschoorsteen komt van stoommachines.
De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving
  • §5.1 Industrie en samenleving
  • §6.2 Transport en communicatie
De opkomst van emancipatiebewegingen: confessionalisme en feminisme
  • §5.3 Democratie in Nederland
  • §5.4 Liberalen, socialisten en confessionelen
  • §5.5 De wereld van Aletta Jacobs
De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie
  • §6.1 Europa na Napoleon
  • §6.3 Europese wereldrijken
Discussies over de ‘sociale kwestie’
  • §5.2 De sociale kwestie
de opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme
  • §5.3 Democratie in Nederland
  • §5.4 Liberalen, socialisten en confessionelen
  • §5.5 De wereld van Aletta Jacobs
De voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces
  • §5.3 Democratie in Nederland
Tijd van Burgers en Stoommachines 1800 - 1900

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoel
Aan het eind van deze les kun je uitleggen  hoe door de industralisatie de sociale kwestie onstond.
En kan je uitleggen hoe het leven van een arbeider er uit zag.

Slide 3 - Tekstslide

Industriële Revolutie
  • De overgang van kleinschalige handmatige productie naar grootschalige machinale productie

  • Tussen 1750-1900 begonnen in Engeland (als gevolg van de bevolkingsgroei)

Slide 4 - Tekstslide

Gevolgen van de industrialistatie
  • Huisnijverheid kan niet meer op tegen snelle productie van de fabrieken.

  • Arbeiders trekken naar de stad 

  • Steden groeien erg snel

Slide 5 - Tekstslide

Video
De sociale kwestie - Daens 8:19

Slide 6 - Tekstslide

0

Slide 7 - Video

Je hebt dit filmfragment bekeken. Wat zou de sociale kwestie kunnen zijn?

Slide 8 - Open vraag

De Sociale Kwestie
  • Een kwestie is een probleem

  • Het probleem van de slechte woon- en werkomstandigheden van de arbeiders.

  • Armoede probleem

Slide 9 - Tekstslide

Wat is de Sociale Kwestie? 
  • ‘De rijken worden rijker, de armen worden armer’

  • Alleen ‘de rijken’ mogen stemmen.

  • Hierdoor blijven ‘de rijken’ aan de macht.

  • Eind 19e eeuw.

  • Vooral in de steden.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slechte werkomstandigheden
  • onveilig en ongezond, saai werk
  • lange werkdagen (14u/dag)
  • lage lonen => amper gezin onderhouden
  • geen rechten !

Slide 12 - Tekstslide

Kinderarbeid

  • Goedkoper dan volwassenen.

  • Nauwelijks onderwijs gehad. 
     (leerplicht vanaf 1900)

  • Noodzakelijk voor onderhoud gezin.

Slide 13 - Tekstslide

Kinderarbeid was heel gewoon

Slide 14 - Tekstslide

Wat hoort niet bij de sociale kwestie?
A
Lage lonen
B
Lange werktijden
C
Slechte wegen
D
Onveilige fabrieken

Slide 15 - Quizvraag

en nu...

Slide 16 - Tekstslide

Kinderwetje van van Houten
  • Eerste sociale wet 1874

  • Kinderen onder de 12 jaar mochten niet meer werken in fabrieken 

  • Begin van sociale wetgeving in Nederland.

Slide 17 - Tekstslide

Erbarmelijke woonomstandigheden
  • slechte kleine huisjes (krotten)
  • grauwe arbeiderswijken
  • veel gezinsleden
  • slecht eentonig voedsel (vlees was zeldzaam)
  • hoge kindersterfte
  • weinig hygiëne -> één toiletblok voor heel de wijk.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Geen uitkering
  • Zieken, bejaarden en invaliden waren aangewezen op de liefdadigheid van de kerkelijke armenzorg.

  • Ze kregen eten, kleding en brandstof van de kerk 
      (maar dat was weinig)

Slide 20 - Tekstslide

Wie helpt de arbeiders?

- vanaf 'de werkvloer'

  • Vakbonden: organisatie die opkomt voor de belangen van werknemers.

  • Als je lid was van een vakbond kon je staken: door lidmaatschap was er een kas waaruit je betaald werd, ook als je ziek was.

Slide 21 - Tekstslide

Waarom werden er vakbonden opgericht door de arbeiders?

Slide 22 - Open vraag

Aan de slag
Wat: Lezen 5.2 en maken opdracht 3 en 5

Slide 23 - Tekstslide

  • Hij vond het wel oké, want kinderen werkten volgens hem spelend.
  • Ja, want het is een letterlijk verslag van een onderzoek door het parlement.

Slide 24 - Tekstslide

  • Hahn, omstreeks 1900, Amsterdam
  • Een dikke man ligt met een geldzak te slapen. Hij wordt gedragen door zwetende mannen (arbeiders).
  • De sociale kwestie
  • Kinderarbeid in fabrieken is slecht.

Slide 25 - Tekstslide


Paragraaf 5.2
De sociale kwestie


Slide 26 - Tekstslide

Video
Fabrieksarbeiders 3:47

Slide 27 - Tekstslide

0

Slide 28 - Video

Slide 29 - Tekstslide

Heeft deze foto met de sociale kwestie te maken? Leg kort uit.

Slide 30 - Open vraag

Slide 31 - Tekstslide

Heeft deze foto met de sociale kwestie te maken? Leg kort uit.

Slide 32 - Open vraag

Slide 33 - Tekstslide

Heeft deze afbeelding met de sociale kwestie te maken? Leg kort uit.

Slide 34 - Open vraag

Slide 35 - Tekstslide

Heeft deze afbeelding te maken met de sociale kwestie? Leg kort uit.

Slide 36 - Open vraag

Slide 37 - Tekstslide

Heeft deze foto met de sociale kwestie te maken? Leg kort uit.

Slide 38 - Open vraag

Leg het verband uit tussen de industrialisatie en de sociale kwestie in Nederland in de 19e eeuw (3p)

Slide 39 - Open vraag

Aan de slag
Wat: Lezen 5.2 en maken opdracht 6 en 8

Slide 40 - Tekstslide

  • Het probleem van de slechte werk- en leefomstandigheden van arbeiders
  • In industriesteden viel de ellende van arbeiders meer op dan vroeger. Burgers gingen armoede zien als groot probleem. 
  • Kerkelijke armenzorg, sociale wetten
  • door het oprichten vakbonden
  • een achturige werkdag 

Slide 41 - Tekstslide

  • vrouwen en jongeren onder de zestien.
  • door een ongeluk op het werk invalide waren geworden.
  • woningen.
  • 12 
  • 15
  • 2
  • 14

Slide 42 - Tekstslide

  • In beide landen wordt kinderarbeid veroorzaakt door armoede. In Nederland was er ook sprake van schuldslavernij. 

Slide 43 - Tekstslide

Samenvattend
5.2 De sociale kwestie
Door armoede werkten ook kinderen in fabrieken (ongezond en gevaarlijk) in 1874 kwam het kinderwetje van Van Houten die fabrieksarbeid voor kinderen onder 12 jaar verbood. Daarnaast nam kinderarbeid af door stijgende lonen, mechanisatie van de landbouw en de leerplichtwet (1900).

De rijke burgerij profiteerde van de industriële revolutie. Onder arbeiders was veel ellende: kinderarbeid, slechte woonomstandigheden, lage lonen, lange werkdagen, gevaarlijke machines, gemakkelijk ontslagen, geen inkomen bij ziekte of ongevallen. Dit wordt de sociale kwestie genoemd.
Zieken, ouden en invaliden waren aangewezen op kerkelijke armenzorg  Ze konden daar geld en brood krijgen.
Werknemers richtten organisatie op om voor hun belangen op te komen, deze vakbonden dwongen bij werkgevers betere arbeidsomstandigheden af.

Na 1889 werden sociale wetten gemaakt die de zwakkere mens beschermden: uitkering bij ongevallen, minimumeisen voor woningen, leerplicht voor kinderen.



het probleem van de slechte leef- en werkomstandigheden van de arbeiders in de 19e eeuw.
door de kerk georganiseerde hulp aan arme mensen.

Slide 44 - Tekstslide