cross

D1BTh7 B3 Bestuiving uitleg

D1BTh8 B3
Bestuiving
Info gebruikt van:
Malmberg methode Biologie en verzorging voor jou
Biologiepagina.nl
Bioplek.org
Biologieweb.nl
e.a. 
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 1

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

D1BTh8 B3
Bestuiving
Info gebruikt van:
Malmberg methode Biologie en verzorging voor jou
Biologiepagina.nl
Bioplek.org
Biologieweb.nl
e.a. 

Slide 1 - Tekstslide

Bestuiving, hoe gaat dat?

Slide 2 - Woordweb

Slide 3 - Tekstslide

Ziek of afwezig of herhaling uitleg?
Kijk 
het uitleg-filmpje
 5 minuten

In de titel van het filmpje staat: Basisstof 2  -  Bestuiving.
Ons boek: Basisstof 3  -  Bestuiving.
Kijk het filmpje over bestuiving!

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Ziek of afwezig of herhaling uitleg?
Kijk het uitleg-filmpje
 3 minuten

In de titel van het filmpje staat: Basisstof 7  
Ons boek: Basisstof 3  -  Bestuiving.
Kijk het filmpje over kruisbestuiving en zelfbestuiving!

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Ken je de lesstof?
Je kunt antwoord geven op de volgende vragen:
  1. Wat is bestuiving?
  2. Wat weet je over het belang van de geur van de bloemen van insectenbloemen? 
  3. Wat weet je over de vorm van de stuifmeelkorrels van insectenbloemen?
  4. Wat weet je over het belang van de geur van de windbloemen? 
  5. Wat weet je over de vorm van de stuifmeelkorrels van windbloemen?
  6. Wat weet je over de grootte en de vorm van de stempels van windbloemen?
  7. Waar bevinden zich de helmknoppen en de stempels van insectenbloemen? Waarom?
  8. Waar bevinden zich de helmknoppen en de stempels van windbloemen? Waarom?
  9. Hoe zit het met zelfbestuiving, buurbestuiving en kruisbestuiving?
  10. Kun je voorbeelden geven van insectenbloemen en windbloemen?

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Bestuiving
Bestuiving:  
Stuifmeel van een meeldraad komt op de stempel van een bloem van een plant van dezelfde soort.



Bij welk nummer is er geen sprake van bestuiving?
1 en 3

Slide 10 - Tekstslide

Insectenbloemen

  • Meestal grote en opvallend 
     gekleurde kroonbladeren
  • Geven een geur af
  • Bloem heeft nectar

     Insecten komen daar op af.

Een insectenbloem heeft een honingklier. 
Daar wordt nectar gemaakt. 
De hommel krijgt stuifmeel op zijn lichaam. 
Dit 'neemt hij mee' naar een andere plant.

Slide 11 - Tekstslide

Insectenbloemen

De nectar zit onderin de bloem.   
Een bij of hommel raakt de meeldraden en de stampers aan bij het zoeken naar nectar.

Het stuifmeel komt op zijn lichaam. 

- Als hij bij een volgende bloem naar nectar
  zoekt, komt dat stuifmeel op de stempel van 
  die bloem.
Het stuifmeel is ruw en kleverig
Het plakt vast aan de rug van het insect.
Zo kan een insect 10-tallen bloemen bestuiven. 

Slide 12 - Tekstslide

Bestuiving door insecten
Veel insecten hebben een voorkeur voor een bepaalde plant.

Bijen bestuiven bijvoorbeeld appel- en kersenbomen, aardbeien, augurk, courgette.

De akkerhommel bestuift vooral de witte dovenetel.

Slide 13 - Tekstslide

1.
Insectenbloemen zijn bloemen met gekleurde bloemblaadjes
2.
In insectenbloemen zit een honingklier die nectar maakt.

A
beide waar
B
beide nietwaar
C
1 waar 2 nietwaar
D
1 nietwaar 2 waar

Slide 14 - Quizvraag

Zelfbestuiving


Het stuifmeel van de plant komt terecht op de stempel van een andere bloem van dezelfde bloem / plant.


Bij buurbestuiving komt er stuifmeel op een andere bloem van dezelfde plant
Je mag dit ook zelfbestuiving noemen.

Slide 15 - Tekstslide

Kruisbestuiving


Het stuifmeel komt terecht op de stempel van een andere bloem op een andere plant van dezelfde soort.

Als er stuifmeel van een plant op de stempel van een andere plant komt van een ander soort, vindt er geen bestuiving plaats.

Slide 16 - Tekstslide

Buurbestuiving mag je ook zelfbestuiving noemen
2 planten, deze staan op afstand van elkaar.
1 plant. Aan deze plant zitten meerdere bloemen. 
                        Sleep A, B, C en D naar de juiste plaats
zelfbestuiving
Kruisbestuiving
Geen bestuiving
Buurbestuiving

Slide 17 - Sleepvraag

Windbloemen
Bestuiving door de wind.
De wind blaast het stuifmeel weg.

Het stuifmeel is licht en glad.

Bij toeval komt een stuifmeelkorrel op een bloem van dezelfde soort. Windbloemen maken heel veel stuifmeelkorrels. Hun stempels zijn groot en vertakt en steken buiten de bloem uit. 

Daardoor is er meer kans op bestuiving.


De stempel is groot en vertakt: Veervormig

Slide 18 - Tekstslide

Windbloemen
Allergie
Grassen en bomen hebben bloemen die niet mooi gekleurd zijn. De kelkbladen en de kroonbladen zijn onopvallend groen. De bloemen worden door de wind bestoven. 


Stuifmeelkorrels worden ook wel pollen genoemd. 

Sommige mensen zijn voor pollen allergisch, zij krijgen een loopneus, verstopte neus of tranende ogen van het stuifmeel dat in de lucht aanwezig is.
Grote meeldraden met heel veel stuifmeel.
Ze hangen buiten de bloem.
De wind kan het lichte, gladde stuifmeel makkelijk 'meenemen'.

Slide 19 - Tekstslide

1. Nectar is stuifmeel.

2. Windbloemen hebben grote meeldraden die veel stuifmeel maken.

A
beide waar
B
beide nietwaar
C
1 waar 2 nietwaar
D
1 nietwaar 2 waar

Slide 20 - Quizvraag

Insectenbloemen       en               Windbloemen

Slide 21 - Tekstslide

Het geslacht van een bloem:
De voortplantingsorganen

Je weet het verschil tussen:

- Mannelijke bloem
- Vrouwelijke bloem
- Tweeslachtige bloem

Slide 22 - Tekstslide


Bekijk de afbeelding.
Je ziet 2 soorten planten.

Bekijk de nummers met de pijltjes.

Waar is sprake van buurbestuiving?



A
nr: 3 soms noemt men het ook zelfbestuiving
B
nr: 6
C
nr: 5
D
nrs: 7

Slide 23 - Quizvraag

Bijen als bestuivers

Bijen worden ingezet voor bestuivingen van cultuurgewassen, waar ze meestal tot 100 % verantwoordelijk zijn voor de bestuivingen. Door het gebruiken van bijen is men meer verzekerd van een goede bestuiving.

Door voldoende bijenkasten in een boomgaard te plaatsen zijn er op elk moment voldoende bijen aanwezig om een goede bestuiving en daardoor een goede vruchtzetting te bewerkstelligen.

Slide 24 - Tekstslide

2 filmpjes

.....je slaat geen mug meer dood.....

en 

.....je bekijkt insecten met andere ogen.....

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

Slide 27 - Video

Slide 28 - Video

Bestuiving in het water

Voorbeelden van bestuiving onder water zijn het Nimfkruid (afbeelding) waarvan de pollen zwaarder zijn dan het water; hij zakt dus naar beneden en wordt opgevangen door de stempel eronder.

In andere gevallen hebben de pollen een luchtzakje, ze stijgen op naar de stempels erboven; (zeegras).

De regen treedt ook op als stuifmeeloverbrenger. Bij de Anemoon loopt het bloempje vol water; de pollen komen bovendrijven en als het water verdampt bestuift hij de stempel 

Slide 29 - Tekstslide