LBV

1 / 72
volgende
Slide 1: Video
LevensbeschouwingSecundair onderwijs

In deze les zitten 72 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 7 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Video

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Wat roept dit beeld
bij jullie op?

Slide 4 - Woordweb

Discriminatie en
Racisme

Slide 5 - Tekstslide

Wat is discriminatie?

Slide 6 - Woordweb

racisme en discriminatie
Is discriminatie hetzelfde als racisme?
Neee... maar hoe zit dat dan?

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Ben je ooit getuige geweest van een racistisch incident?
ja
nee

Slide 9 - Poll

Ben je ooit zelf het slachtoffer geweest van racisme?
ja
nee

Slide 10 - Poll

Als ik een racistische opmerking hoor,
verander ik gewoon het onderwerp
wijs ik die persoon hierop en ga ik de discussie aan
doe ik alsof ik het niet hoor
doe ik niets maar kook ik vanbinnen

Slide 11 - Poll

herken jij racisme en discriminatie?
en herken je de verschillende soorten discriminatie?


Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Een persoon met een witte huidskleur die een huis expliciet niet aan vluchtelingen verhuurt doet aan ...
A
directe discriminatie
B
racistische discriminatie
C
opdracht tot discriminatie
D
discriminerende intimidatie (pesten)

Slide 14 - Quizvraag

Voetbalsupporter scheldt zwarte speler uit 'vuile ...'
A
Racisme
B
Discriminatie

Slide 15 - Quizvraag

Een persoon in een rolstoel wil naar de bibliotheek. Hij kan niet binnen omdat de toegang enkel met trappen is.
A
Racisme
B
Discriminatie

Slide 16 - Quizvraag

Een persoon in een rolstoel wil naar de bibliotheek. Hij kan niet binnen omdat de toegang enkel met trappen is.
A
directe discriminatie
B
indirecte discriminatie
C
opdracht tot discriminatie
D
gebrek aan redelijke aanpassing

Slide 17 - Quizvraag

Een eigenaar die het verhuurkantoor vraagt om het huis niet aan vluchtelingen te verhuren doet aan ...
A
directe discriminatie
B
indirecte discriminatie
C
opdracht tot discriminatie
D
discriminerende intimidatie

Slide 18 - Quizvraag

Een jongen met bruine huidskleur mag niet binnen in de discotheek (terwijl zijn witte vrienden net binnen gingen).
A
directe discriminatie
B
indirecte discriminatie
C
opdracht tot discriminatie
D
discriminerende intimidatie (pesten)

Slide 19 - Quizvraag

Een teamleider spreekt een medewerker elke keer aan met 'rosse'. Hij maakt ook heel de tijd vernederende moppen over mensen met rood haar.
A
directe discriminatie
B
indirecte discriminatie
C
opdracht tot discriminatie
D
discriminerende intimidatie (pesten)

Slide 20 - Quizvraag

Discriminatie komt overal
en in verschillende situaties voor.
Geef voorbeelden van situaties waarin er
gediscrimineerd kan worden (algemeen).

Slide 21 - Woordweb

De algemene wet ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie verbiedt discriminatie op grond van ...

  • leeftijd,
  • seksuele geaardheid,
  • burgerlijke staat,
  • geboorte,
  • vermogen,
  • geloof of levensbeschouwing,
  • politieke overtuiging,
  • taal,
  • huidige of toekomstige gezondheidstoestand,
  • een handicap,
  • een fysieke of genetische eigenschap
  • of sociale afkomst.
De wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden verbiedt discriminatie op grond van 

  • nationaliteit,
  • een zogenaamd ras,
  • huidskleur,
  • afkomst (waar je geboren bent)
  • nationale of etnische afstamming (als je ouders/voorouders elders geboren zijn)

Slide 22 - Tekstslide

Welk voorbeeld kun jij geven van een situatie in jouw eigen omgeving waarin er sprake was van discriminatie?
+ welk soort discriminatie was dit?

Slide 23 - Open vraag

Wanneer is iets discriminatie?
Wie bepaalt dat?
En is discriminerend denken erger dan het hardop uitspreken?

Slide 24 - Open vraag

Discriminatie uit zich op verschillende manieren. Sommige vormen van discriminatie zijn erger dan anderen. 

Per 2 : ben je het eens met deze uitspraak? Of niet? Overleg.


Slide 25 - Tekstslide

Wat kan je doen om zelf sterker te kunnen optreden
tegen racisme of discriminatie?
-1 idee per antwoord-

Slide 26 - Woordweb

Je medeleerling spreekt vernederend over een allochtoon: 'Dat zijn echt typische werklozen, ze krijgen een uitkering en denken dat ze gesetteld zijn. En dan nog eens zoveel kinderen maken, profiteurs'.

Reageer. Wat kan jij zeggen / doen?

Slide 27 - Open vraag

Je merkt dat jouw collega een bepaalde cliënt bewust veel langer laat wachten dan nodig. Ze laat zelfs een andere cliënt voorgaan. De cliënt die ze laat wachten is een vrouw met hoofddoek en 3 jonge kinderen, ze spreekt zelf weinig Nederlands.
Reageer. Wat kan jij zeggen / doen?

Slide 28 - Open vraag

Je zit met je collega's te lunchen tijdens een teamdag. Je collega vertelt lachend over zichzelf "wij hebben zo ne grote "makakkenbak", ge weet wel met 8 plaatsen"

Hoe zou jij op deze woordkeuze reageren?

Slide 29 - Open vraag

verbindend communiceren
ik-boodschap: gedrag
mijn gevoel
mijn behoefte, als oorzaak van mijn gevoel
positief verzoek

Slide 30 - Tekstslide

Racisme is niet meer dan angst voor het onbekende.
helemaal akkoord
akkoord
niet akkoord
helemaal niet akkoord

Slide 31 - Poll

Een multiculturele samenleving kan onmogelijk werken.
helemaal akkoord
akkoord
niet akkoord
helemaal niet akkoord

Slide 32 - Poll

Migranten nemen huizen en jobs af.
helemaal akkoord
akkoord
niet akkoord
helemaal niet akkoord

Slide 33 - Poll

Mensen met een andere huidskleur belanden vaker in de criminaliteit omdat ze minder kansen krijgen in onze blanke maatschappij.
helemaal akkoord
akkoord
niet akkoord
helemaal niet akkoord

Slide 34 - Poll

Het is terecht dat sommige verhuurders rekening houden met de afkomst, naam en huidskleur van een eventuele nieuwe huurder.
helemaal akkoord
akkoord
niet akkoord
helemaal niet akkoord

Slide 35 - Poll

Vul deze krantenkop aan met het juiste cijfer: 'Jonge zwarte mannen in de Verenigde Staten hadden in 2015 .... keer meer kans om door de politie te worden doodgeschoten dan andere mannen.'
drie
vijf
negen

Slide 36 - Poll

De politiek moet ervoor zorgen dat de vluchtelingenstroom naar België stopt.
helemaal akkoord
akkoord
niet akkoord
helemaal niet akkoord

Slide 37 - Poll

Mensen met een andere afkomst moeten vlot Nederlands kunnen praten als ze hier willen wonen.
helemaal akkoord
akkoord
niet akkoord
helemaal niet akkoord

Slide 38 - Poll

Wat moet er veranderen?
Hoe zou jij het oplossen?

Slide 39 - Woordweb

Ik ben het ferm beu dat je steeds zo binnen valt. Leer eens te kloppen!
A
ik-boodschap (verbindend)
B
jij-boodschap (aanvallend)

Slide 40 - Quizvraag

Als je binnenkomt zonder kloppen, vind ik dat niet prettig (ben ik gefrustreerd), omdat ik mijn privé op prijs stel. Ik zou graag hebben dat je de volgende keer zou kloppen voor je binnenkomt.
A
ik-boodschap (verbindend)
B
jij-boodschap (aanvallend)

Slide 41 - Quizvraag

verbindend communiceren


Geef een concrete situatie waarin je verwijderend/aanvallend reageerde. Zet je eigen reactie nu om in een verbindende reactie volgens de 4 stappen.

Slide 42 - Tekstslide

Stereotiep of vooroordeel



                                                             ?

Slide 43 - Tekstslide

bij homo's denk ik aan kleur en glitters
stereotype
vooroordeel
Hollanders zijn gierig. (dat weet iedereen)
alle Duitse Herders zijn vals en levensgevaarlijk (ze bijten kinderen)
Joden? Dat zijn die mensen met zo'n hoedje en krullen.
Vrouwen met een hoofddoek worden onderdrukt door hun mannen.

Slide 44 - Sleepvraag

Slide 45 - Video

"Dat je met dit T-shirt onder de Amerikaanse vlag staat, is een belediging voor veel Amerikanen."
Waarom is dat een belediging?

Slide 46 - Open vraag

De winkelier zegt: "Het is mijn eigen terrein." Vind je dit een goed argument? Leg uit waarom.

Slide 47 - Open vraag

Zou jij het een belediging vinden als iemand met deze tekst op zijn t-shirt onder jou vlag staat? Waarom wel of niet?

Slide 48 - Open vraag

Wat symboliseert de vlag volgens de klant?

Slide 49 - Open vraag

Wat symboliseert de vlag volgens de winkelier?

Slide 50 - Open vraag

Wat is de betekenis van de uitspraak "God is dood" van Nietzsche.

Slide 51 - Open vraag

Hoe is de reactie van de klant als hij het eerste deel van de tekst ziet?
(God is...)

Slide 52 - Open vraag

Hoe is zijn reactie als hij de volledige tekst op de voorkant leest? Kun je zijn reactie verklaren?
(God is... dead. Nietzsche.)

Slide 53 - Open vraag

Hoe zou zijn reactie op de tekst op de achterkant van het t-shirt zijn, denk je?
(No, Nietzsche is dead. God.)

Slide 54 - Open vraag

Waarom laat de winkelier niet meteen de achterkant van zijn t-shirt zien, denk je?

Slide 55 - Open vraag

Waar denk jij aan bij het woord beledigen?

Slide 56 - Woordweb

De winkelier vergelijkt de klant met een Taliban. Waarom maakt hij die vergelijking?

Slide 57 - Open vraag

Kun jij een situatie benoemen waarin jij je beledigd voelde?

Slide 58 - Open vraag

Slide 59 - Video

Welke uitspraken zijn niet juist?
A
Beiden zijn gelovig.
B
Beiden houden van baseball.
C
Beiden houden van Slowakije.

Slide 60 - Quizvraag

Als de klant een pistool trekt, neemt het verhaal een gewelddadig einde. Schrijf een scenario voor een verhaal zonder gewelddadig einde. Beschrijf de dialoog die tijdens jouw nieuwe einde tussen de twee mannen ontstaat. Wat doen, zeggen en/of voelen ze?
(Jullie mogen zelf beslissen waar in het verhaal jullie aanpassingen beginnen.)

Slide 61 - Open vraag

Slide 62 - Video

Hoe voelde jij je bij het zien van de beelden van het politiegeweld op George Floyd?

Slide 63 - Woordweb

Ik wil later graag juf worden, maar daarvoor moet ik eerst wit worden (Sarah) 

Slide 64 - Tekstslide

Vandaag:

klassen*

Een indeling op basis van economische status, inkomen, beroep en bezit, waardoor sociale mobiliteit (verplaatsing tussen klassen) mogelijk is.
Middeleeuwen:

standen* 
een standenmaatschappij met vaste, erfelijke groepen (adel, geestelijkheid, burgers/boeren) met ongelijke rechten

->

standenmaatschappij*
(= gelaagde samenleving*)

Slide 65 - Tekstslide

Slide 66 - Tekstslide

Kenmerk van een stand
Kenmerk van een klasse
Door geboorte behoor je hiertoe
Redelijk gesloten: een maal je ertoe behoort, moeilijk te veranderen
Specifieke rechten en plichten per groep
Structurele ongelijkheid
Zeer sterk bepalend voor de levenskansen
Door familie, bezit of prestaties behoor je hiertoe.
De groep waartoe je behoort kan veranderen doorheen je leven
Rechten en plichten zijn voor iedereen hetzelfde
Levenskansen in beperktere mate gekoppeld aan de groep waartoe je behoort.
Geen ongelijkheid volgens de wet

Slide 67 - Sleepvraag

Slide 68 - Tekstslide

geef een voorbeeld van een vooroordeel

Slide 69 - Woordweb

Waarom zijn vooroordelen een slechte zaak?

Slide 70 - Open vraag

Zijn er ook voordelen aan vooroordelen?

Slide 71 - Open vraag

Waar krijgen we onze vooroordelen vandaan?

Slide 72 - Open vraag