ONDERNEMERSCHAP

Aspraken 
  • leerstof over de toets dat je moet kennen
  • Hoofdstuk Samenleven afgesloten
  • De opdrachten maken  
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Aspraken 
  • leerstof over de toets dat je moet kennen
  • Hoofdstuk Samenleven afgesloten
  • De opdrachten maken  

Slide 1 - Tekstslide

Kennen voor de  toets week 
1. Sparen : EW en CW van 1 bedrag
2. Samenleven: Trouwen, scheiden, erven en schenken

Slide 2 - Tekstslide

De leerdoelen
Ondernemerschap

Slide 3 - Tekstslide

Noem een voordeel van zelfstandig ondernemerschap t.o.v. werken in loondienst

Slide 4 - Open vraag

Noem een nadeel van zelfstandig ondernemerschap t.o.v. werken in loondienst

Slide 5 - Open vraag

Causation:
  • Je beging met een doel
  • Je kijkt welke middelen je hebt
  • Je gaat een plan maken die je uitvoert
Ondernemingsplan bestaat uit:
1. Persoonlijk plan 
2. Marketing plan (o.a. 4 p's)
3. Financieel plan (investerings- en financieringsbegroting, resultaten-
begroting en liquiditeitsbegroting

Slide 6 - Tekstslide

Effectuation
Bird in the hand
Affordable loss
Crazy Quilt
Lemonade
pilot in the plain
Start met wie je bent, wat je weet, wie je kent en wat je hebt
Denk in termen van risico's
Samenwerken
Benut verassingen in je voordeel
Bepaal zelf de toekomst met jouw acties

Slide 7 - Sleepvraag

Causation of effectuation?
Het is niet zo dat effectuation beter is dan 
causation. Succesvolle ondernemers gebruiken
vaak effectkation bij de start van een nieuwe onderneming.
In latere fases is er meer behoefte aan structuur en planning.

Slide 8 - Tekstslide

Marktonderzoek
Doelen:

Slide 9 - Tekstslide

Richten op bedrijven of op consumenten? 

Slide 10 - Tekstslide

Noem 2 vb van: B2B

Slide 11 - Woordweb

Noem 2 vb van: B2C

Slide 12 - Woordweb

Noem 2 vb van: C2C

Slide 13 - Woordweb

Noem 2 vb van: C2B

Slide 14 - Woordweb

Marktonderzoek
Dit is systematisch onderzoek naar de afzetmogelijkheden v.e. bepaald product in een gebied (tijdens een bepaalde periode)

Deskresearch: onderzoeker gebruikt materiaal dat al eerder voor andere doeleinden is verzameld.
Fieldresearch: onderzoeker gaat op zoek naar informatie die nog niet aanwezig is. Een enquete is een voorbeeld hiervan.

Marktonderzoek geeft inzicht in het marktaandeel.

Slide 15 - Tekstslide

Marktonderzoek
Dit is systematisch onderzoek naar de afzetmogelijkheden v.e. bepaald product in een gebied (tijdens een bepaalde periode)

Deskresearch: onderzoeker gebruikt materiaal dat al eerder voor andere doeleinden is verzameld.
Fieldresearch: onderzoeker gaat op zoek naar informatie die nog niet aanwezig is. Een enquete is een voorbeeld hiervan.

Marktonderzoek geeft inzicht in het marktaandeel.

Slide 16 - Tekstslide

Marktonderzoek
Een marktonderzoek kan:
1. kwantitatief of 
2. kwalitatief zijn.

Ad.1: Harde cijfers, geeft bv. inzicht in het marktaandeel.
Ad.2: Interpretaties over bv. ervaringen, gedachten, meningen en gevoelens

Slide 17 - Tekstslide

Marktonderzoek
Belangrijk zijn de 
 
  • marktgrootte en het 
  • marktaandeel

Het marktaandeel is te berekenen op basis van afzet en op basis van omzet.

Slide 18 - Tekstslide

Marktonderzoek
Het vijfkrachtenmodel van Porter: Een model om de aantrekkelijkheid in de markt te bepalen:x§

Slide 19 - Tekstslide

Marktonderzoek
SWOT-analyse en vijf krachten model van Porter:

Slide 20 - Tekstslide

I. Een beleggingskantoor beschikt over hoog opgeleide professionals. Dit biedt kansen voor het beleggingskantoor.

II. Amsterdam stelt een milieuzone in voor scooters en brommers. In de bebouwde kom zijn deze voertuigen niet meer toegestaan. Dit vormt een zwakte voor de producenten van deze voertuigen.
A
Beide beweringen zijn juist
B
Bewering I is juist en bewering II is onjuist
C
Bewering I in onjuist en bewering II is juist
D
Beide beweringen zijn onjuist

Slide 21 - Quizvraag

I. Door toepassing van het vijfkrachtenmodel van Porter krijgt een potentiële ondernemer inzicht in de macro-economische omgeving van de onderneming.

II. De vijfkrachten uit het model van Porter zijn de macht van leveranciers, de macht van afnemers, de mate waarin substituten verkrijgbaar zijn, de dreiging van nieuwe concurrenten en de interne bedrijfstakconcurrentie
A
Beide beweringen zijn juist
B
Bewering I is juist bewering II is onjuist
C
Bewering I is onjuist bewering II is juist
D
Bewering I is onjuist bewering II is juist

Slide 22 - Quizvraag

Volgende keer Marketing en rechtsvormen

Slide 23 - Tekstslide

Nu:
Nakijken: De Keijzer, blz. 112

Maken: 
  • 4G blz. 113
  • Van Gaal metaal blz.114

Slide 24 - Tekstslide

21.1 Doel Marketing (H)
Je kunt 
  • doelen van marketing noemen en het begrip klantwaarde propositie omschrijven
  • voorbeelden geven van de business-to-businessmarkt en de consumentenmarkt

Slide 25 - Tekstslide

Hoofddoelen marketing:
  • informeren van de doelgroep
  • het creëren van een markt
  • het winnen van marktaandeel of klantbehoud

Organisatie moet hiervoor blijven voorzien in de behoeften van haar afnemers. 
Wat kunnen we onze doelgroep bieden?

Slide 26 - Tekstslide

Waardepropositie:
Dit is een pakket dat bestaat uit:
  • functionele voordelen (bijv. kwaliteit, weinig onderhoud, gemak)
  • verkleinde nadelen (minder lange levertijd, lagere prijs)
  • meer emotionele waarde (bijv. status, trend, groepsgevoel)

Slide 27 - Tekstslide

Klantwaarde
Dit is de totale waarde van 
de aankopen van een klant (omzet)

Je kunt niet zomaar de waardepropositie veranderen, bijvoorbeeld:
je richt je op het imago van prijsstunter zonder service, dan moet je je blijven richten op dezelfde doelgroep.






Slide 28 - Tekstslide

Marketing mix (21.2 / 23.1)
Je kunt          :
  • de definitie van marketing geven
  • de marketingmix beschrijven

Marketing: omvat alle activiteiten v.e. onderneming die gericht zijn op maximale behoeftebevrediging van de klant.

Slide 29 - Tekstslide

Onderdelen van het marketingbeleid zijn:
Productbeleid           wat voor soort product?    
Prijsbeleid            hoge/lage prijs? Kortingen?
Plaatsbeleid           hoe komt het product bij de klant?  
Promotiebeleid            wel/geen reclame, welke media etc.?

Dit zijn de marketinginstrumenten. De vier onderdelen moeten altijd op elkaar zijn afgestemd ---> marketingmix

Slide 30 - Tekstslide

Aankoopgedrag (21.4 / 23.4)
Je kunt         :
  • De soorten aankoopgedrag onderscheiden (RAG/BPO/UPO)
  • Producten indelen in convenience, shopping, specialty en unsought goods.

RAG (routinematig aankoopgedrag): producten die de consument vaak koopt en al vaak heeft gekocht. Interesse voor informatie is beperkt. Bijv.dagelijkse boodschappen --> convenience goods en daarnaast unsought goods (impulsaankopen). Aankoop gaat op dezelfde manier.




Slide 31 - Tekstslide

BPO (beperkt probleemoplossend aankoopgedrag): het is niet nieuw maar consument koopt het minder vaak.

Hij weet nog niet precies welke kwaliteit/kleur/merk. Hij is bereid om meer informatie in te winnen. 
De prijs is hoger dan bij convenience goods --> 
                                                                        shopping goods

Bijv. kleding of apparatuur die regelmatig wordt vervangen.

Slide 32 - Tekstslide

UPO (uitgebreid probleemoplossend aankoopgedrag): een belangrijke aankoop voor de consument met een hoge prijs
Weinig ervaring met het product of koopt het voor de eerste keer. Veel moeite en tijd aan besteden, veel informatie in-winnen   -->   specialty goods

Indeling is niet hard: wat voor de één een convenience good is, is voor de ander een shopping good.

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Marktsegmentatie (21.5 / 23.5 vwo)
Onderneming splitst de totale markt op in kleine en homogene deelmarkten (groepen klanten).

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Bij de bepaling van de doelgroepen zijn er 3 mogelijkheden:
  1. Ongedifferentieerde marketing
  2. Gedifferentieerde marketing
  3. Geconcentreerde marketing

Slide 37 - Tekstslide

Ongedifferentieerde marktstrategie
  • Een strategie waarbij de markt als 1 geheel 
    wordt beschouwd.
  • Bijvoorbeeld Zeeman of Wibra.

Slide 38 - Tekstslide

Gedifferentieerde marktstrategie
  • Markt wordt opgesplitst in segmenten die
    elk via een eigen marketingprogramma wordt
    benaderd.
  • Bijvoorbeeld Gamma en Karwei
  • Of H&M formule gericht op heren, dames en
    kinderen

Slide 39 - Tekstslide

Geconcentreerde marktstratiegie
  • Markt is opgesplitst in delen, waarvan
    er maar 1 wordt benaderd.
  • Bijvoorbeeld kleding winkel die zich richt
    op meisjeskleding. In het hogere prijs-
    segment

Slide 40 - Tekstslide