Hoofdstuk 14 Uitlooples

HOOFDSTUK 14
DUURZAAM LEVEN
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 7 videos.

Onderdelen in deze les

HOOFDSTUK 14
DUURZAAM LEVEN

Slide 1 - Tekstslide

Programma van de les
Herhalen van het hoofdstuk 

Stellen van vragen over de gegeven lessen

Afmaken paragrafen




Slide 2 - Tekstslide

Je invloed op aarde (§1)
Hoeveel van de aarde gebruik jij?
- primaire levensbehoefte  (basisbehoeften)
- secundaire levensbehoefte (luxebehoeften)

We gebruiken de aarde op 4 manieren:
1. Energie                                                                3. Grondstoffen
2. Voedsel en water                                           4. Afval
Je ecologische voetafdruk is een manier om te kijken hoeveel invloed jij hebt.

Slide 3 - Tekstslide

Je invloed op aarde (§1)
We voorkomen uitputting van de aarde, als we weer aanvullen datgene wat we ook gebruiken (circulaire economie).

In de natuur gebruikt dat met kringlopen:
- Voedselkringloop
- Koolstofkringloop

Bij een goede kringloop zijn de kringlopen gesloten, er hoeft niet steeds iets bij om de kringloop te laten werken. 

Slide 4 - Tekstslide

Voedsel produceren (§2)
Bijna al ons voedsel komt van agrarische bedrijven:
Akkerbouwers. Tuinbouwers. Veehouders

Om effectief te produceren zijn er 4 manieren die de productieverhogen
1. Veel van hetzelfde produceren (monocultuur, bio-industrie
2. Opbrengst verhogen (mest, krachtvoer)
3. Ziekte en schade voorkomen (gewasbeschermingsmiddelen, hygiëne)
4. Supergewassen en supervee (veredelen, fokken)

Slide 5 - Tekstslide

Voedsel produceren (§2)
Omdat we de aarde ook goed willen houden zijn er strenge regels voor agrarische bedrijven.
- Vermesting. Bepaalde soorten groeien (te) goed en verdringen anderen
- Verzuring. Via de grond of lucht verzuurt het mest de bodem waardoor planten en dieren verdwijnen
- Gifophoping. Selectief, biologische afbreekbaar. Gifstoffen komen anders in de voedselkringloop terecht

Slide 6 - Tekstslide

Vervuiling (§3)

Slide 7 - Tekstslide

wat gebeurt er met jouw afval?
- huishoudelijk afval -->
   Nuttige toepassing:

- recycling (blik, glas, papier,    plastic)
- gft -> compost
- hergebruik (meubels, kleding)

Slide 8 - Tekstslide


Verbranden
 restafval: - metalen -> recycled
- restavfal:
  Storten:
- vuilstort/vuilnisbelt
- zwerfafval (vooral plastic schadelijk)
Wat gebeurt er met jouw afval?

Slide 9 - Tekstslide

Hoe wordt afvalwater weer schoon?
  Afvalwater --> rioolwaterzuiveringsinstallatie

  • Mechanische reiniging
  • Biologische reiniging

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Hoe wordt afvalwater weer schoon?
- afvalwater
- rioolzuiveringsinstallatie
- mechanische reiniging: roosters->opvangtank->bezinkingstank
- biologische reiniging: - met behulp van bacteriën

Slide 12 - Tekstslide

14.3
  • Vervuiling heeft invloed op kringlopen!
  • Koolstof/zwaveldioxide, stikstofoxide uitstoot
  • blz 257/258
  • --> Fijnstof, Smog, Verzuring

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Koolstofkringloop

Slide 15 - Tekstslide

Broeikaseffect/opwarming
  • Overdag opwarming door zon, 's nacht houdt CO2 warmte vast ---> Natuurlijk broeikaseffect
  • Door meer CO2 in de atmosfeer koelt de aarde minder af   ---> Versterkt broeikaseffect

Slide 16 - Tekstslide

Hoeveel vervuiling verdragen organismen?
- breed tolerantiegebied
- smal tolerantiegebied (gevoeliger voor veranderingen)
- aanpassingen ontwikkelen -> natuurlijke selectie
- nieuwe soorten

Slide 17 - Tekstslide

Hoeveel vervuiling verdragen organismen?
- habitat -> abiotische factoren
- tolerantiegrenzen
- tolerantiegebied
- optimumgrafiek
- vgl mens en werking enzymen


Slide 18 - Tekstslide

Duurzaam kiezen (§4)

Slide 19 - Tekstslide

Wanneer ben je milieubewust?
- Als je kiest voor dingen die het minst schadelijk zijn voor het milieu

Bijvoorbeeld:
-hergebruik van spullen 
- recyclen van afval / afval scheiden

'Cradle to cradle' =  spullen volledig gemaakt van gerecyled materiaal. 

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

Wanneer is je voedsel duurzaam?
Biologische landbouw - wanneer een boer zoveel mogelijk volgens natuurlijke kringlopen en op een zo diervriendelijke manier werkt. 

Slide 22 - Tekstslide

Biologisch boeren...Hoe dan?!
1. Dierlijke mest/comost, ipv kunstmest
2. Gewassen niet met chemische middelen beschermen, maar op een natuurlijke manier: bv
- onkruid zelf wieden, of
- plaagdieren met een natuurlijke vijand bestrijden. (biologische plaagbestrijding) 

Slide 23 - Tekstslide

Biologisch boeren...Hoe dan?!
3. Biologische veehouders houden zoveel mogelijk rekening met het dierenwelzijn
- dieren hebben vaak meer ruimte; meer kans hun 'natuurlijke gedrag' te vertonen.

Slide 24 - Tekstslide

Hoe verminder je het broeikaseffect?

1. Minder elektriciteit of gas gebruiken
2. Duurzame energie gebruiken; wind-en zonne-energie, of
biobrandstoffen(gemaakt door planten); zoals biogas uit afval of biodiesel uit algen

Slide 25 - Tekstslide

Wat helpt tegen luchtvervuiling?
- Minder fossiele brandstoffen gebruiken (minder CO2 - ook minder zwaveldioxide, stikstofdioxiden en fijnstof in de lucht
- Fabrieken rook zuiveren en CO2 opslaan 
- Auto's : katalysator in uitlaat 
- Dieselauto's met roetfilter

Slide 26 - Tekstslide

Een warmere aarde (§5)

Slide 27 - Tekstslide

Opwarming...
  • Oorzaken:  natuurlijke schommelingen/'man-made'
  • Gevolgen...:  zeespiegel, klimaatzones, het weer, natuur

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video

Minder bos.. en dus? 
Minder bos = minder opname van CO2 door planten. 
'Ontbossing' noem je dit. -> versterkte broeikaseffect

Slide 30 - Tekstslide

Waardoor verandert het klimaat?
Klimaat: gemiddelde weer over langere periode in bepaald gebied. 
- in NL: stijgende temp. 
- algemeen op aarde: stijgende temperatuur. 
Gevolgen?.....

Slide 31 - Tekstslide

Waardoor vindt er opwarming van de aarde plaats? 
1. natuurlijke schommelingen -> vroeger waren er immers ook ijstijden, tijdens middeleeuwen juist hoge temperatuur -> weinig bewijs 

2. Versterkt broeikaseffect - veel bewijs -> CO2 stijgt door verbranding fossiele brandstoffen + ontbossing. 
opwarming aarde

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Video

Slide 34 - Video

Slide 35 - Video

Leg in eigen woorden uit wat het verschil is tussen het natuurlijke en versterkte broeikaseffect is.

Slide 36 - Open vraag

Leg uit welke duurzame keuzes je kunt maken op het gebied van voedselkeuzes en de vermindering van het broeikaseffect.

Slide 37 - Open vraag

Volgens schattingen is er nog aardolie tot ongeveer 2050. Die kunnen we gewoon opmaken want daarna hebben ze heus wel iets anders gevonden. Dus we maken het gewoon op en daarna zien we wel.
A
Eens
B
Oneens

Slide 38 - Quizvraag

Onze kinderen zullen ons verwijten dat we alle olie opgemaakt hebben.
A
Eens
B
Oneens

Slide 39 - Quizvraag

We hebben nog tot 2050 aardolie maar niemand zegt hoe veel. Brazilië, India en China (opkomende economieën) gaan ook steeds meer olie vragen. Dat geeft binnen enkele jaren een groot probleem waardoor de olieprijzen enorm gaan stijgen.
A
Eens
B
Onees

Slide 40 - Quizvraag

Het heeft zin om energie te besparen terwijl ze dat in China niet doen.
A
Eens
B
Oneens

Slide 41 - Quizvraag

Windmolens zijn lelijk en mogen dus niet bij mij in de buurt geplaatst worden.
A
Eens
B
Oneens

Slide 42 - Quizvraag

Het heeft zin om een spaarlamp, of nog beter een LEDlamp in te draaien!
A
Eens
B
Oneens

Slide 43 - Quizvraag

Zijn er nog vragen?
Stel ze hier!

Slide 44 - Open vraag