Schaalverhoudingen

Schaalverhoudingen
Rekenles
7 april 2026
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Schaalverhoudingen
Rekenles
7 april 2026

Slide 1 - Tekstslide

Welk schaap ben jij vandaag?

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
Kennis: Je (her)kent verschillende manieren om schaalverhoudingen te noteren
Inzicht: Je benoemt enkele situaties in het beroep of dagelijks leven waarin je met schaal te maken hebt


Toepassen: Je rekent met een gegeven schaalverhouding om afstanden en afmetingen te bepalen

Slide 3 - Tekstslide

Schaalverhoudingen
Schaalverhoudingen komen van pas wanneer we een model van de werkelijkheid maken of bestuderen.

Met behulp van schaalverhoudingen kun je uitrekenen hoeveel keer groter of kleiner de werkelijkheid is nagemaakt. 


Slide 4 - Tekstslide

Schaalnotatie 
Schaal noteren we als een verhouding.
Bijvoorbeeld 1 : 100. 
Dat speek je uit als "1 op 100". 

Het model is in dit voorbeeld 100 keer kleiner dan de werkelijkheid. 

Slide 5 - Tekstslide

1 : 20 betekent
A
dat het model 20 x groter is dan in werkelijkheid
B
dat het model 20 x kleiner is dan in werkelijkheid
C
dat 1 cm in het model, 20 cm in het echt is
D
dat 1 cm in het echt, 20 cm in het model is

Slide 6 - Quizvraag

Let op!
Een schaal van 1 : 100 betekent...
1 cm in het model, is in werkelijkheid 100 cm

dus 1 mm in het model, is in werkelijkheid 100 mm
dus 1 dm in het model, is in werkelijkheid 100 dm
dus 1 meter in het model, is in werkelijkheid 100 meter
enzovoorts.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Wat is de schaalverhouding als het model van een vlieg precies even groot is als een echte vlieg?

Slide 11 - Open vraag

Wat is de schaalverhouding als het model van de vlieg 4 keer groter is dan in werkelijkheid?

Slide 12 - Open vraag

Slide 13 - Tekstslide

Welke informatie uit het voorgaande zou je willen onthouden?

Slide 14 - Open vraag

Klaar?
Extra oefenen?
Werkblad 
of
Rekenblokken
Domein Verhoudingen les 3
Verdieping?
Rekenblokken:
thema Footprint les 5




Slide 15 - Tekstslide

Wanneer kom je schaalverhoudingen tegen?
Noem 1 situatie uit de beroepspraktijk en 1 situatie uit het dagelijks leven.

Slide 16 - Open vraag