Deze slide heeft geen instructies
Zijn we er allemaal?
Is je telefoon thuis of in de kluis?
Heb je je spullen klaarliggen?
Heb je je huiswerk gemaakt?
De afspraken
Deze slide heeft geen instructies
Informatie zoeken op internet
Open met een herkenbare situatie: je wilt iets weten en je zoekt het op je telefoon of computer. Houd de les praktisch en stap voor stap.
Lesdoel
Ik kan stap voor stap informatie zoeken op internet.
Deze slide heeft geen instructies
Welke woorden ken je al over zoeken op internet?
Verwachte woorden: vraag, antwoord, Google, link, site, lezen, informatie. Gebruik de antwoorden om voorkennis te activeren.
Wat is informatie?
Informatie = iets wat je wilt weten
Je zoekt een antwoord op een vraag
Je moet goed lezen wat er staat
Leg eenvoudige voorbeelden uit, zoals: 'Hoe laat vertrekt de bus?' of 'Wat eet een kat?'. Koppel steeds vraag aan antwoord.
Eerst maak je een vraag
Denk: wat wil ik weten?
Maak een korte, duidelijke vraag
Gebruik belangrijke woorden
Voorbeeld: weer Amsterdam vandaag
Benadruk dat hele lange zinnen niet nodig zijn. Zoekwoorden zijn vaak beter dan een volledige zin op dit niveau.
Waar zoek je?
Je zoekt vaak met een zoekmachine
Een zoekmachine zoekt op internet
Voorbeelden: Google, Bing
Text
Gebruik het woord zoekmachine meerdere keren en laat eventueel het pictogram of startscherm zien.
Stap voor stap zoeken
Vraag maken → woorden typen → zoeken → lezen → antwoord vinden
Dit is de kern van de les. Herhaal deze volgorde rustig en laat leerlingen de woorden herkennen.
Waar zoek je vaak informatie op internet?
in een zoekmachine
in een schrift
in een tas
in een boekenkast
Sluit aan bij de slides over vraag maken, zoekmachine en stap voor stap zoeken.
Zet de juiste woorden op de goede plek
Eerst maak je een vraag. Dan typ je woorden in een zoekmachine. Daarna ga je zoeken en lees je het antwoord.
Controleer of leerlingen de volgorde herkennen: vraag maken, zoekmachine gebruiken, zoeken.
Wat zie je na zoeken?
Je ziet een lijst met resultaten
Elk resultaat kan een site zijn
Je kiest een site die past bij jouw vraag
Noem 'resultaten' mondeling, maar houd op de slide de focus op site. Wijs aan dat niet elk resultaat hetzelfde is.
Wat is een link?
Een link is een aanklikbare tekst of knop
Met een link ga je naar een andere pagina
Zo kom je op een site met informatie
Laat zien dat een link vaak blauw of onderstreept is, maar zeg erbij dat dit kan verschillen per site.
Lezen op een site
Lees rustig
Zoek de belangrijke woorden
Kijk of de tekst antwoord geeft op jouw vraag
Benadruk dat leerlingen niet alles hoeven te lezen. Ze mogen scannen op bekende woorden.
Past de informatie?
Gaat de tekst over jouw onderwerp?
Is het antwoord duidelijk?
Zo niet: ga terug en kies een andere link
Leg uit dat zoeken soms nog een keer moet. Dat is normaal en hoort bij informatie zoeken.
Wat is een link?
een lange tekst
een zoekmachine
een aanklikbare knop
een moeilijke vraag
De foutopties komen uit woorden uit de les: tekst, zoekmachine en vraag.
Vul de woorden in
Na het zoeken zie je een lijst met resultaten. Je kiest een site die past bij jouw vraag. Met een link ga je naar een andere pagina. Daar moet je goed lezen.
Alle woorden komen direct uit de uitleg over resultaten, site, link en lezen.
Wat doe je als de site niet bij jouw vraag past?
Bespreek klassikaal: een goed antwoord noemt dat je kijkt of de tekst over jouw onderwerp gaat, of het antwoord duidelijk is, en dat je anders teruggaat en een andere link kiest.
Een kort voorbeeld
Vraag: Wat eet een kat?
Zoeken: kat eten
Link openen
Lezen en antwoord vinden
Gebruik een eenvoudig, neutraal voorbeeld. Laat zien dat zoekwoorden kort zijn en dat lezen nodig blijft.
Belangrijke woorden
informatie - wat je wilt weten
vraag - iets wat je wilt weten
antwoord - wat je vindt op je vraag
zoekmachine - een programma dat zoekt op internet
link - aanklikbare tekst of knop
site - een plek op internet
lezen - kijken naar tekst om iets te begrijpen
Deze slide heeft geen instructies
Welke zoekwoorden passen bij: Wat eet een kat?
kat eten
de kat eet vandaag
ik heb een kat
waar slaapt kat
Test of leerlingen korte zoekwoorden herkennen in plaats van een lange zin.
Maak de tekst compleet
Je zoekt informatie omdat je een vraag hebt. Op internet lees je een tekst en vind je een antwoord. Een site is een plek op internet.
Herhaling van de kernwoorden van de les.
Wat heb jij geleerd in deze les?
Deze slide heeft geen instructies
Wat vond jij moeilijk in deze les?
Deze slide heeft geen instructies
Welk woord uit de les onthoud jij?
Laat leerlingen een woord kiezen zoals link, site, vraag, antwoord of zoekmachine.