Domein 2 les 3

Maak nu alvast 3 opdrachten, daarna gaan we klassikaal verder in lessonup

- hoofdstuk 2.5 over plattegronden: opdrachten 3, 7 en 8


1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Maak nu alvast 3 opdrachten, daarna gaan we klassikaal verder in lessonup

- hoofdstuk 2.5 over plattegronden: opdrachten 3, 7 en 8


Slide 1 - Tekstslide

Wat is dit?

Slide 2 - Tekstslide

Periode 3: Domein 2 
Twee- en driedimensionale wereld

Agenda

- Even inchecken :-)

- Korte introductie les 3: plattegronden en schaal

- Werken in je licentie

Slide 3 - Tekstslide

Hoe voel je je vandaag?

Slide 4 - Poll

Vandaag: 2.5 en 2.6
2.1 Vlakke en ruimtelijke figuren
2.2 Omtrek en oppervlakte
2.3 oppervlakte en ruimtelijke figuren 
2.4 Inhoud
2.5 Plattegronden
2.6 Schaal en schaallijnen 
2.7 Aanzichten en doorsneden
2.8 Bouwtekeningen en uitslagen
2.9 Rekenen met schaal
2.10 Referentiematen

Slide 5 - Tekstslide

Lesdoel vandaag
  • Je leert plattegronden en kaarten lezen
  • Je leert rekenen met schaal en schaallijn op een kaart


Slide 6 - Tekstslide

Plattegrond
  • Een plattegrond is een soort bovenaanzicht. 
  • Van steden, woningen, pretparken enzovoort. 
  • Op schaal getekend. 
  • Je kunt op plattegronden afstanden en afmetingen aflezen of berekenen.

Slide 7 - Tekstslide

Plattegrond
Kompasroos 



Coördinaten

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Plattegrond
Schaal

de verhouding  
tussen de afmetingen 
van de tekening 
en de 
werkelijke afmetingen

bijvoorbeeld
1: 50

Slide 10 - Tekstslide

Wat betekent de schaal rechts onderin?
(1: 60.000)
A
60.000 cm is 1 cm
B
1 cm is 60.000 km
C
1 cm is 60.000 cm
D
1 minuut reizen is 60.000 cm

Slide 11 - Quizvraag

Rekenen met schaal
  • Een tekening op schaal 1 : 50 is een verkleinde weergave van de werkelijkheid. 
  • Alle maten zijn in werkelijkheid 50 keer zo groot. 

Slide 12 - Tekstslide

Rekenen met schaal.

Wat betekent schaal 1 : 100
A
1 cm in de tekening is in werkelijkheid 100 cm
B
100 cm in de tekening is in werkelijkheid 1 cm

Slide 13 - Quizvraag

Rekenen met schaal
  • Schaal 1 : 100 
  • 1 cm in de tekening = 100 cm in werkelijkheid
  • rekenen met schaal: gebruik een verhoudingstabel

Slide 14 - Tekstslide

Rekenen met schaal
schaal is 1: 12000
hoeveel is 6cm op de tekening in werkelijkheid?

maak een verhoudingstabel



Slide 15 - Tekstslide

Rekenen met schaal
schaal is 1: 12000
hoeveel is 6cm op de tekening in werkelijkheid?



Slide 16 - Tekstslide

we gaan oefenen, pak een kladpapier

Slide 17 - Tekstslide

Schaal 1 : 25
Tekening is 11 cm
Hoe groot is de werkelijkheid?
(maak een verhoudingstabel)

A
36 cm
B
25 cm
C
250 cm
D
275 cm

Slide 18 - Quizvraag

Werkelijkheid is 9 m
De tekening is 3 cm
Wat is de schaal?
(maak een verhoudingstabel)

A
1 :90
B
1 :9000
C
1 :30
D
1 :300

Slide 19 - Quizvraag

Wat is de schaal?
A
1 : 4
B
1 : 25
C
1 : 40
D
1 : 250

Slide 20 - Quizvraag

Wat is de schaal?
A
6 : 150
B
1 : 4
C
1 ,5 : 6
D
1 : 40

Slide 21 - Quizvraag

Schaallijn
Met een schaallijn kun je 
de werkelijke afstand tussen 
twee punten bepalen. 



Slide 22 - Tekstslide

Welke schaal hoort er bij deze schaallijn?
De schaallijn staat in cm.
A
1:200
B
1:1200
C
1:20000
D
200:1200

Slide 23 - Quizvraag

De schaallijn is 2 cm lang.
Op welke schaal is de
kaart getekend?
A
1 : 75
B
1 : 150
C
1 : 750 000
D
1 : 1 500 000

Slide 24 - Quizvraag

De schaallijn is op de
kaart 2 cm. Op welke
schaal is de kaart
getekend?
A
1 : 150
B
1 : 15000000
C
1 : 300
D
1 : 30000000

Slide 25 - Quizvraag

Welke schaal hoort bij deze schaallijn?
Het lijntje is 5 cm.

A
1 : 1000
B
1 : 10.000
C
1 : 100.000
D
1 : 1.000.000

Slide 26 - Quizvraag

Werken in je licentie
In les maken:
- hoofdstuk 2.5: opdrachten 3, 7 en 8
- hoofdstuk 2.6: opdrachten 1, 2, 4 t/m 11


Slide 27 - Tekstslide

omtrek cirkel = π x diameter



Wat is de straal?
A
3
B
6

Slide 28 - Quizvraag

omtrek cirkel = π x diameter



Wat is de diameter?
A
3
B
6

Slide 29 - Quizvraag

omtrek cirkel = π x diameter



Bereken de omtrek van deze cirkel

A
314 cm
B
78,5 cm
C
15,7 cm
D
31,4 cm

Slide 30 - Quizvraag

Oppervlakte cirkel =
π x r²


Wat is de straal van deze cirkel?

A
4 cm
B
2 cm
C
1 cm

Slide 31 - Quizvraag

Oppervlakte cirkel =
π x r²

Wat is de oppervlakte van deze cirkel?

A
12,57 cm²
B
12,56 cm²
C
50, 27 cm²
D
3,14 cm²

Slide 32 - Quizvraag

Nu zelf aan de slag met opdrachten. Hoeveel vertrouwen heb je met dit onderwerp?
A
Ik snap de lesstof, ga zelf aan de slag met de opdrachten
B
Ik snap het een beetje, ik ga zelf aan de slag met de opdrachten
C
Ik wil graag extra uitleg bij het maken van de opdrachten
D
Ik had meer dan 80% op de instaptoets

Slide 33 - Quizvraag

Ruimtelijke figuren
Ruimtelijke figuren zijn driedimensionaal. De piramide, de balk, de bol, de kubus, de cilinder en de kegel zijn voorbeelden van ruimtelijke figuren.

Slide 34 - Tekstslide