Na (natuurkunde) sk (scheikunde)
Natuurwetenschappen: biologie = gaat over levende natuur (of heeft geleefd)
natuurkunde = natuurverschijnselen in de niet-levende natuur, stoffen veranderen van toestand
(vb: water bevriest, blijft wel de stof water)
scheikunde = verschijnselen in de niet-levende natuur, stoffen veranderen in andere stoffen
(vb: hout verbrandt, wordt houtskool. Kan geen hout meer worden)