Link Thema 16 Les 3-4

LINK Thema 16

Les 3-4

1 / 19
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNT2Middelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

LINK Thema 16

Les 3-4

Les 16.3:

  • vertellen over een ongeluk

  • schrijven over een ongeluk

Grammatica:

  • scheidbare woorden in de voltooide tijd

Les 16.4:

  • Afval scheiden

Vrijdag: Test Thema 16!




Wat gaan we doen?

Vertel over een ongeluk

Vijf minuten voorbereiden

  • Welk ongeluk ga je vertellen?

  • Beantwoord de vragen. Let op: niet schrijven!!!

    • Wie?

    • Waar?

    • Wanneer?

    • Wat gebeurde er?

    • Wat deed je toen? (Wat deed hij/zij toen?)

  • Je hebt nu een verhaal. Vijf zinnen is genoeg!

  • Check: zijn de zinnen in de verleden tijd? Is de vorm goed?

Wat is hier fout?


Hallo, Mario

dankjewel voor je bericht

Ik kan morgen afspreken om 16:00 bij mij thuis kun je koekjes meenemen.

Ik zie je morgen,

Grotjes,

Simon.


Hallo, Mario


dankjewel voor je bericht_

Ik kan morgen afspreken om 16:00 bij mij thuis. kun je koekjes meenemen.

Ik zie je morgen.


Grotjes,

Simon. 9 fouten


Hallo Mario ,


Dankjewel voor je bericht .

Ik kan morgen afspreken om 16:00 bij mij thuis. Kun je koekjes meenemen?

Ik zie je morgen .


Groetjes,

Simon


Wat is goed?

A

Groetje

B

Groetjes

C

Grotjes

D

Groentes

Wat is goed?

A

Ik heb koekjes, koffie en thee.

B

Ik heb koekjes, koffie, thee.

C

Ik heb koekjes en koffie en thee.

Wat is goed?

A

Hoi, Mario

B

Hoi Mario

C

Hoi Mario,

Schrijf hier je bericht

Voeg hier je vraag toe

Scheidbare werkwoorden

schoonmaken >

Ik heb gemaakt >

Ik heb schoongemaakt >

Ik heb het huis schoongemaakt.


binnenkomen

Ik ben gekomen

Ik ben binnengekomen

Ik ben met de sleutel binnengekomen.

Maak een zin met opschrijven

Maak een zin met uitleggen

Maak een zin met invullen

Maak een zin met weggaan

Praat samen

Welke soorten afval scheid je?

Wat doe je met het afval?

Heb je een afvalpas?

Wat doe je met grofvuil?

Hoe goed begreep je de les vandaag?

1

Ik begreep het helemaal niet

2

Ik begreep het een beetje

3

Ik begreep het half

4

Ik begreep bijna alles

5

Ik begreep alles

1) Je telefoon zit in je tas.

2) Je maakt het huiswerk vóór de les.

3) Je luistert als de docent praat.

4) Je komt op tijd.

5)





Afspraken voor onze groep