Les I


Hoe bepaal je of een kledingstuk jou past?
Les I
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & MaatschappijPraktijkonderwijsLeerjaar 1-4

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les


Hoe bepaal je of een kledingstuk jou past?
Les I

Slide 1 - Tekstslide


Welkom
Welkom bij Route M, de route die Mamillon bewandelt bij het opruimen en verduurzamen van haar kledingkast. Als lezer van de kleinste gids kan je 
ervoor kiezen haar op die weg te volgen. Dat geeft je extra houvast.

In deze eerste les helpen we je om te bepalen of een kledingstuk jou past. 
Daarbij kan je de hulp inroepen van familie en vrienden, maar de meest objectieve mening komt uit een andere hoek.






Slide 2 - Tekstslide


Inhoud
1. Welkom bij Route M
2. Waar bevind jij je nu op de route?
3. Waarom is het belangrijk dat een kledingstuk jou past?
4. Hoe bepaal je of een kledingstuk jou past?
5. Samengevat
6. Wist je dat...?

Slide 3 - Tekstslide


Waar bevind jij je nu op de route?
  • Je hebt besloten dat je jouw kledingkast wil opruimen.
  • Je hebt een selectie van kledingstukken uit de kast gehaald.
  • Je staat op het punt om te bepalen of die je passen...

Slide 4 - Tekstslide


Waarom is het belangrijk dat een stuk jou past?
Een kledingstuk dat jou past, is een kledingstuk dat je graag draagt. Als je een stuk graag draagt, is de kans groot dat je het ook vaak draagt. En dat is ons doel: dat je alle stukken in je kast graag en vaak draagt.

Slide 5 - Tekstslide


Hoe bepaal je of een kledingstuk jou past?
Feitelijk is dat niet moeilijk: je trekt het stuk aan en beoordeelt of het zich goed verhoudt tot jouw lichaam. Is dat het geval? Dan past het. Is dat niet zo? Dan 
past het niet.

In werkelijkheid baseer je je bij het passen van een kledingstuk vaak niet op de feiten, maar op wat je denkt en voelt als je naar je lichaam kijkt. En die gedachten en gevoelens bepalen of jij vindt dat een kledingstuk jou past. Of niet.

Slide 6 - Tekstslide

Transformatie I
Klik hier
Bekijk de afbeelding en vraag jezelf af wat je hier ziet.

Slide 7 - Tekstslide





1. Wat zag jij op de vorige pagina?
Help
Klik op het antwoord van jouw keuze en druk daarna op het pijltje rechtsonder.
A
Vier vrouwen die een goed passende spijkerbroek dragen.
B
Drie vrouwen die een goed passende spijkerbroek dragen.
C
Twee vrouwen die een goed passende spijkerbroek dragen.
D
Eén vrouw die een goed passende spijkerbroek draagt.

Slide 8 - Quizvraag


Toelichting
Als je honderd mensen naar de voorgaande afbeelding zou laten kijken, ´zien´ die allemaal iets anders. Ieder mens heeft immers zijn eigen gedachten en gevoelens. Die gedachten en gevoelens zijn overigens niet fout of goed. 
Ze zijn hooguit helpend. Of niet.

Kledingstukken denken en voelen - gelukkig - niets. Ze geven je slechts signalen, waaruit jij kan opmaken of je ze wel of niet past. Die signalen (her)ken je al. Je hebt ze waarschijnlijk alleen nog nooit zo genoemd.




Slide 9 - Tekstslide





2. Welke signalen geeft een broek je als die écht te strak zit?
Klik op het antwoord van jouw keuze en druk daarna op het pijltje rechtsonder.
A
Je krijgt hem nog wel aan, maar niet meer uit (zonder hulp).
B
Je krijgt hem nog wel aan, maar je kan er niet in zitten of buigen.
C
Je krijgt hem nog wel aan, maar je krijgt de knoop of rits niet dicht.
D
Alle genoemde signalen geven aan dat je broek écht te strak zit.

Slide 10 - Quizvraag





3. En welke signalen geeft een broek je als die écht te wijd zit?
Klik op het antwoord van jouw keuze en druk daarna op het pijltje rechtsonder.
A
Als je hem aanhebt, zie je in de spiegel meer broek dan mens.
B
Als je hem aanhebt zonder riem, belandt hij op je knieën.
C
Als je hem aanhebt, kan je door je broekspijpen je voeten zien.
D
Alle genoemde signalen geven aan dat je broek écht te wijd zit.

Slide 11 - Quizvraag


Toelichting
Alle signalen op de voorgaande pagina´s geven aan dat een broek je echt té strak of té wijd is. En die signalen geeft je broek je niet zomaar. Het is de bedoeling dat je iets met ze doet. Je kan ze zien als een verkeersbord.

Strakke kleding is een keuze, te strakke niet. Als een broek je signalen geeft dat die écht te strak zit, kan je dat zien als een stopbord: deze broek moet ik niet meer dragen, want die zit me niet comfortabel. Er rest je dan nog maar 
één ding en dat is dat je de broek een ander doel geeft.





Slide 12 - Tekstslide

Voor té wijde broeken geldt in de basis hetzelfde als voor té strakke: wijd is een keuze, té wijd niet. De broek draagt jou dan in plaats van dat jij de broek aanhebt.

Is een broek je echt té wijd? Dan kan je ervoor kiezen om die zelf of door een kleermaker te laten vermaken. Dat is de investering meer dan waard als het om één van je favoriete kledingstukken gaat. Als dat niet het geval is, kan je de broek een ander doel geven. 





Slide 13 - Tekstslide


Opdracht A
Je gaat nu een broek aantrekken en bepalen of die je past.
 
  • Kies een broek uit.
  • Trek de broek aan en bekijk het resultaat in de spiegel.
  • Bepaal of de broek té strak, strak, normaal, wijd of té wijd is.
  • Doe bij twijfel je ogen dicht en ´luister´ naar de signalen.
  • Bepaal dan definitief of je de broek past.

Slide 14 - Tekstslide





4. Welke signalen geeft een trui je als die je écht te klein is?
Klik op het antwoord van jouw keuze en druk daarna op het pijltje rechtsonder.
A
Je krijgt hem nog wel aan, maar niet meer uit (zonder hulp).
B
Je krijgt hem nog wel aan, maar je kan je er niet vrij in bewegen.
C
Je krijgt hem nog wel aan, maar je kan nauwelijks ademhalen. .
D
Alle genoemde signalen geven aan dat je trui écht te klein is.

Slide 15 - Quizvraag





5. En welke signalen geeft een trui je als die je écht te groot is?
Klik op het antwoord van jouw keuze en druk daarna op het pijltje rechtsonder.
A
Als je hem aanhebt, zie je in de spiegel meer trui dan mens.
B
Als je hem aanhebt, omhult hij je lichaam, maar verwarmt het niet.
C
Als je hem aanhebt, kan je je voeten niet meer zien.
D
Alle genoemde signalen geven aan dat je trui écht te groot is.

Slide 16 - Quizvraag


Toelichting
Je voelt de bui inmiddels wel hangen: de signalen op de voorgaande pagina´s geven allemaal aan dat een trui je té klein of té groot is. 

Nu is de rek in de meeste broeken beperkt. Maar die in truien en vesten is soms ronduit indrukwekkend. Sommige kunstmatig geproduceerde materialen kun je tot ongekende afmetingen oprekken. Geeft een trui of vest je dus een seintje 
dat het mooi is geweest? Dan heb je letterlijk de maximale rek bereikt.

Is een trui je té groot, dan kan je die vermaken. Lukt dat je zelf niet, vraag dan je lokale kleermaker om hulp. Die helpt je graag!  








Slide 17 - Tekstslide


Opdracht B
Je gaat nu een trui aantrekken en bepalen of die je past.
 
  • Kies een trui uit.
  • Trek de trui aan en bekijk het resultaat in de spiegel.
  • Bepaal of de trui té klein, klein, normaal, groot of té groot is.
  • Doe bij twijfel je ogen dicht en ´luister´ naar de signalen.
  • Bepaal dan definitief of je de trui past.

Slide 18 - Tekstslide


Samengevat
Of jij vindt dat een kledingstuk jou past, wordt zelden bepaald door de feiten, maar meestal door wat jij denkt en voelt als je naar je lichaam kijkt. Maar een gedachte of gevoel doen niet altijd recht aan de werkelijkheid. Het is goed 
om je daarvan bewust te zijn.

Vertrouw je bij het passen niet (volledig) op je eigen oordeel? Schakel dan je familie of vrienden in óf ´luister´ naar je stukken. Je (her)kent de signalen. 
En je weet nu ook dat het signalen zijn. 
 





Slide 19 - Tekstslide


Wist je dat...
de meeste kledingwinkels zes standaard confectiematen voor mannen en zes maten voor vrouwen aanbieden? En dat zich daarmee 7,7 miljard mensen ´op maat´ moeten kunnen kleden? Het is dus niet vreemd dat de meeste kledingstukken ons niet perfect passen.






Slide 20 - Tekstslide