Quiz na caput 5

1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
LatijnSecundair onderwijs

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Eerste ronde: mythologie

Slide 2 - Tekstslide


Slide 3 - Open vraag


Slide 4 - Open vraag


Slide 5 - Open vraag


Slide 6 - Open vraag


Slide 7 - Open vraag


Slide 8 - Open vraag


Slide 9 - Open vraag


Slide 10 - Open vraag


Slide 11 - Open vraag


Slide 12 - Open vraag

Tweede ronde: woordenschat

Slide 13 - Tekstslide

Met welke spreuk laat je (onzichtbare) hindernissen verschijnen om een aanval af te weren?
A
Finite!
B
Expelliarmus!
C
Lumos!
D
Impedimenta!

Slide 14 - Quizvraag

Welke spreuk zorgt ervoor dat iemands herinneringen gewist worden?
A
Liberacorpus!
B
Silencio!
C
Obliviate!
D
Duro!

Slide 15 - Quizvraag

Bij welk werkwoord past het LV 'vestes' het best?
A
invitare
B
induere
C
rumpere
D
excitare

Slide 16 - Quizvraag

Welk LV past het best bij het werkwoord 'exstinguere'?
A
flammas
B
os
C
silentium
D
odium

Slide 17 - Quizvraag

Welk woord heeft qua betekenis geen verband met de andere woorden?
A
ridere
B
scire
C
vereri
D
dolere

Slide 18 - Quizvraag

Welk woord heeft qua betekenis geen verband met de andere woorden?
A
cena
B
cibus
C
mensa
D
mora

Slide 19 - Quizvraag

Wat is geen juiste vertaling van 'statuere'?
A
staan
B
plaatsen
C
vaststellen
D
beslissen

Slide 20 - Quizvraag

Wat is geen juiste vertaling van 'ingenium'?
A
verstand
B
talent
C
sympathie
D
karakter

Slide 21 - Quizvraag

Hoe heet deze kamer in het Latijn?

Slide 22 - Open vraag

Hoe heet deze 'vloeistof' in het Latijn?

Slide 23 - Open vraag

Derde ronde: taalstudie

Slide 24 - Tekstslide

De conjunctief is een ...
A
vorm
B
wijs
C
tijd
D
naamval

Slide 25 - Quizvraag

Welke vorm is een conjunctief?
A
ames
B
mones
C
teges
D
audies

Slide 26 - Quizvraag

Geef act. conj. praes. 2 enk. van esse.

Slide 27 - Open vraag

'dicere' is een ...
A
verbum declarandi
B
verbum sentiendi
C
verbum affectuum
D
verbum timendi

Slide 28 - Quizvraag

Welk werkwoord hoort hier niet thuis?
A
audire
B
scribere
C
videre
D
sentire

Slide 29 - Quizvraag

Welk werkwoord hoort hier niet thuis?
A
vereri
B
metuere
C
timere
D
impedire

Slide 30 - Quizvraag

Wat voor een bijzin verwacht je bij het hoofdwerkwoord 'accidit'?
A
mededelende Ozin
B
mededelende Vzin
C
volitieve Ozin
D
volitieve Vzin

Slide 31 - Quizvraag

Welke constructie verwacht je bij het hoofdwerkwoord 'timere'?
A
acc. + inf.
B
ut + conj.
C
ne + conj.
D
vraagwoord + conj.

Slide 32 - Quizvraag

Lisanna dixit Pippam ad dentistam ISSE.
A
gaat
B
ging
C
is gegaan
D
was gegaan

Slide 33 - Quizvraag

Rosa gaudet Jasminam REDITURAM ESSE.
A
terugkomt
B
terugkwam
C
zal terugkomen
D
zou terugkomen

Slide 34 - Quizvraag

Vierde ronde: wie is het?

Slide 35 - Tekstslide

Puer sum. Nomen Graecum mihi est. Non procul
a ludo habito. Animal domesticum habeo
cuius cauda abscisa iterum increscit.

Slide 36 - Open vraag

Puella sum. Mense Iunio nata sum. Unum fratrem habeo. Me iuvat cantare et saltare. Animal mihi carissimum est giraffa camelopardalis.

Slide 37 - Open vraag

Puella sum. Nomen meum cum arbore coniunctum est. Hocceum amo. Avus meus aviaque in Flandriā Occidentale habitant.

Slide 38 - Open vraag

Puer sum. Unam sororem habeo. Manufollium et ludorum hortos amo. Cibus mihi carissimus est carne bubula cum patatis frictis.

Slide 39 - Open vraag

Puer sum. Mihi unus frater est. Variae exercitationes corporis mihi placent sed maxime teniludium. Color mihi carissimus est ruber.

Slide 40 - Open vraag

Puella sum cuius nomen 'pax' significat. Duas sorores unumque fratrem habeo. Artem gymnasticam exerceo. Aestas mihi maxime placet.

Slide 41 - Open vraag