Dagen en kalender
Dagen en kalender
Deze slide heeft geen instructies
Dit ga ik leren
Ik kan de dagen van de week noemen, de dag op een kalender aflezen en bepalen wat gisteren, eergisteren, morgen en overmorgen is.
Deze slide heeft geen instructies
Waar denk je aan bij het woord kalender?
Laat leerlingen woorden noemen zoals maandag, weekend, gisteren of morgen. Gebruik de woordwolk om voorkennis op te halen.
De week is een rij
De week bestaat uit 7 dagen.
Elke dag heeft een vaste plek.
Na maandag komt dinsdag.
Na zaterdag komt zondag.
Daarna begint de week opnieuw.
Deze slide heeft geen instructies
Werkdagen en weekend
Doordeweekse dagen: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag
Weekend: zaterdag en zondag
Dit helpt leerlingen om dagen sneller te herkennen en te ordenen.
Welke dag komt na donderdag?
vrijdag
woensdag
zaterdag
dinsdag
Checkt de vaste volgorde van de week uit slides 2-4.
Woorden bij terug in de tijd
gisteren: 1 dag terug
eergisteren: 2 dagen terug
Vandaag is het donderdag, dus gisteren (1 dag eerder) was het ........
Vandaag is het donderdag, dus eergisteren (2 dagen terug) was het ........
Gebruik consequent het woord 'eergisteren'. In de invoer staat waarschijnlijk per ongeluk twee keer 'gisteren'.
Woorden bij tijd in de toekomst
morgen: 1 dag verder
overmorgen: 2 dagen verder
Vandaag is het donderdag, dus morgen (1 dag verder) is het ........
Vandaag is het donderdag, dus overmorgen (2 dagen verder) is het .......
Gebruik consequent het woord 'eergisteren'. In de invoer staat waarschijnlijk per ongeluk twee keer 'gisteren'.
Als het zondag is, welke dag is morgen?
zaterdag
maandag
vrijdag
dinsdag
Toetst het lastige overgangspunt over het weekend uit slide 11.
Als het zondag is, welke dag was het gisteren?
zaterdag
maandag
vrijdag
dinsdag
Toetst het lastige overgangspunt over het weekend uit slide 11.
Als het woensdag is, welke dag is overmorgen?
zaterdag
zondag
vrijdag
dinsdag
Toetst het lastige overgangspunt over het weekend uit slide 11.
Als het dinsdag is, welke dag was het eergisteren?
zaterdag
maandag
vrijdag
zondag
Toetst het lastige overgangspunt over het weekend uit slide 11.
Als het maandag is, welke dag is overmorgen?
donderdag
maandag
woensdag
dinsdag
Toetst het lastige overgangspunt over het weekend uit slide 11.
Als het donderdag is, welke dag was het eergisteren?
zaterdag
zondag
vrijdag
dinsdag
Toetst het lastige overgangspunt over het weekend uit slide 11.
Een kalender lezen
Wijs aan dat een kalender vaak in kolommen is opgebouwd: elke kolom hoort bij één dag van de week.
Deze slide heeft geen instructies
Woordenlijst
week - zeven dagen samen
dag - een naam in de week, zoals maandag
datum - het getal van een dag op de kalender
kalender - een overzicht van dagen en datums
doordeweekse dagen - maandag tot en met vrijdag
weekend - zaterdag en zondag
Deze slide heeft geen instructies
Woordenlijst
gisteren - één dag terug
eergisteren - twee dagen terug
morgen - één dag verder
overmorgen - twee dagen verder
Maken Gynzy dagen van de week + andere taken.
Klaar: rekenpuzzel kleuren.
Deze slide heeft geen instructies