5H 10.5 Gezonde voeding

Voeding en vertering
10.1 Voedingsstoffen 
10.2 Het verteringsstelsel
10.3 Chemische vertering
10.4 Resorptie
10.5 Gezonde voeding 



BiNaS tabel 82
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-6

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Voeding en vertering
10.1 Voedingsstoffen 
10.2 Het verteringsstelsel
10.3 Chemische vertering
10.4 Resorptie
10.5 Gezonde voeding 



BiNaS tabel 82

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen 10.5
  • Je kunt aangeven wat verantwoorde voeding is
  • Je kunt aangeven wat de gezondheidsrisico's zijn van ongezonde of teveel voeding




Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Energie behoefte
Je hebt energie (kcal) nodig voor je basale stofwisseling = de energie die je lichaam in rust verbruikt. 
Daarnaast is hoeveel voeding je nodig hebt afhankelijk van je: 
  • Gewicht/lengte
  • Omgevingstemperatuur
  • Leeftijd 
  • Geslacht

Slide 4 - Tekstslide

Overgewicht / Overvoeding = meer eten dan dat je nodig hebt.
Ondergewicht = je eet minder dan je lichaam nodig heeft.
Ondervoeding = Je krijgt te weinig van bepaalde voedingsstoffen binnen.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Gezond gewicht?
Om te bepalen of je een gezond gewicht hebt kun je de BMI (Body Mass Index) bepalen.
BMI = gewicht in kg / lengte²(m²)

Slide 7 - Tekstslide

Cholesterol HDL ratio
Cholesterol -->  essentiële bouwsteen van o.a. celmembranen.
Teveel = probleem
waardoor de bloedvaten nauwer worden

Slide 8 - Tekstslide

Cholesterol; bouwstof celmembraan
  • Wordt voornamelijk aangemaakt in de lever. 
  • Aanvoer vanuit dierlijke producten in de voeding --> negatieve feedback in lever… bij teveel 

  • Wordt vervoert in bloed in lipoproteïnen (vetten en proteïnen- verbindingen)
--> Deze combinatie zorgt ervoor dat het vet wel oplosbaar is in water (handig bij het transport dus)

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Verschillende lipoproteïnen
We onderscheiden hieruit:
  • VLDL --> very low density lipoprotein
  • LDL --> Lage dichtheid lipoproteïne (vervoert cholesterol naar alle delen van het lichaam, kan leiden tot hart- en vaatziekten)
  • HDL --> Hoge dichtheid lipoproteïne
(HDL neemt LDL cholesterol op --> naar 
lever voor afbraak --> via gal 
uitgescheiden)

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Vetten
  • Verzadigde vetzuren - dierlijke vetten (Vlees, eieren, melkproducten) --> verhogen LDL gehalte

  • Onverzadigd - plantaardige vetten (noten, zaden) --> verhogen HDL gehalte

Verzadigd = Verkeerd
Onverzadigd = Oké

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

(V)LDL en HDL de dodelijke vetbalans?

Slide 15 - Tekstslide

Welke organen in het verterings-stelsel maken de enzymen voor
de vertering van zetmeel?
timer
0:20
A
speekselklieren, galblaas en dunne darm
B
maag, galblaas en dunne darm
C
speekselklieren, twaalfvingerige darm en dunne darm
D
speekselklieren, alvleesklier en dunne darm

Slide 16 - Quizvraag

De vertering van voedingsstoffen start in:
A
mondholte
B
maag
C
12-vingerige darm
D
dunne darm

Slide 17 - Quizvraag

Met je kiezen vermaal je eten
Wat voor vertering is dat
A
Chemische vertering
B
Mechanische vertering

Slide 18 - Quizvraag

Wat is vertering?
A
Energie in voedingsstoffen gebruiken om te bewegen
B
Voedingsstoffen opnemen in het bloed (of lymfe)
C
Voedingsstoffen gebruiken om cellen te bouwen
D
Voedingsstoffen klein maken

Slide 19 - Quizvraag

Waar start de vertering van koolhydraten?
A
Mondholte
B
Maag
C
Twaalfvingerige darm
D
Dunne darm

Slide 20 - Quizvraag

Met mechanische vertering bedoelen we...........
A
vertering door enzymen
B
Vertering door verteringssappen
C
Vertering door bacterien
D
Kauwen van voedsel met je gebit en kneden, mengen van de voedselbrij door de darmperistaltiek

Slide 21 - Quizvraag

Enzymen worden verbruikt tijdens de vertering
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quizvraag

Sleep de enzymen naar de voedingsstoffen die ze verteren
Zetmeel
Eiwitten
Vetten
Geen van de 3
Amylase
Lipase
Pepsine
Gal
Peptidasen
Trypsine
Maltase
Lactase
Sacharase

Slide 23 - Sleepvraag

Appelmoes is .......
A
Plantaardig
B
Dierlijk

Slide 24 - Quizvraag

Waar start de vertering van eiwitten?
A
mond
B
maag
C
slokdarm
D
twaalfvingerige darm

Slide 25 - Quizvraag

Waar start de vertering van vetten?
A
mond
B
maag
C
slokdarm
D
twaalfvingerige darm

Slide 26 - Quizvraag

Wat is de rol van voedingsvezels bij vertering?
A
zorgen voor oppervlakte vergroting
B
zorgen voor een goede darmperistaltiek
C
helpen bij vertering van vet
D
helpen bij vertering van koolhydraten

Slide 27 - Quizvraag

Wat is het nut van emulgeren voor de vertering van vetten?
A
zorgen voor vergroting van het oppervlak
B
zorgen voor verkleining van het oppervlak
C
verlagen van de pH
D
verhoging van de pH

Slide 28 - Quizvraag

Wat moet je eerst verteren om aan aminozuren te komen?
A
eiwitten
B
vetten
C
koolhydraten
D
mineralen

Slide 29 - Quizvraag

Je ziet hier een stukje dunne darm met een paar darmvlokken.
Wat is de reden dat de dunne darm plooien en darmvlokken heeft?
A
Dan gaat de voedselbrij langzamer door de darm
B
Dat zorgt voor oppervlaktevergroting waardoor er meer plek is voor stofwisseling
C
Dat zorgt voor betere darmperistaltiek
D
Dat zorgt voor een betere mechanische vertering

Slide 30 - Quizvraag

In de dikke darm wordt...
A
Water uit de voedselbrij gehaald
B
Eiwitten uit de voedselbrij gehaald
C
Koolhydraten uit de voedselbrij gehaald
D
Vitaminen uit de voedselbrij gehaald

Slide 31 - Quizvraag

Welke aminozuren MOETEN in de voeding aanwezig zijn?
A
essentiële aminozuren
B
niet-essentiële aminozuren

Slide 32 - Quizvraag


Huiswerk

Lezen 10.5
Maken opdracht 63 t/m 70








Herhalen en/of extra oefenen

Oefenen Biologiepagina.nl


Slide 33 - Tekstslide