Lesweek 1: Koopgedrag

1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
MarketingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je geeft aan welke factoren van invloed zijn op het koopgedrag. 
  • Je herkent de verschillende behoeften van de piramide van Maslow. 
  • Je herkent in bepaalde situaties van welk consumentengedrag er sprake is.  

Slide 2 - Tekstslide

Wensen en behoeften
Behoeften = Behoefte is het nodig hebben of het verlangen naar een ontbrekend goed, dienst, emotie of waarde


Wensen = specificeren van deze behoefte.

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Wat zie je?

Slide 8 - Tekstslide

Wat zie je?

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

-consumentengedrag-
- communicatie gedrag
- (aan)koop gedrag
- gebruikers, verbruikers gedrag
- afdank gedrag

Slide 13 - Tekstslide

-koopgedrag-

-routine matig aankoopgedrag (RAG)
-beperkt probleem oplossend aankoopgedrag (BPO)
-uitgebreid probleem oplossend aankoop gedrag (UPO)

Slide 14 - Tekstslide

-koopgedrag bealende factoren-
- psychologische factoren
- persoonlijke factoren
- sociale factoren

Slide 15 - Tekstslide

bij welk koopgedrag heeft de consument weinig kennis van de product categorie?
A
beperkt probleem oplossend aankoop gedrag
B
uitgebreid probleem oplossend aankoopgedrag
C
rationeel koopgedrag
D
routinematig aankoop gedrag

Slide 16 - Quizvraag

Wat is routinematig aankoopgedrag? Leg uit en geef een voorbeeld.

Slide 17 - Open vraag

vul de piramide van maslow in, in de juiste volgorde
1.
2.
3.
D
E

sociale accpetatie

lichamelijke behoeften

veiligheid & zekerheid

waardering & erkenning

zelf- ontplooiing

Slide 18 - Sleepvraag

Welke persoonlijke factoren hebben invloed op het koop gedrag van de consument?

Slide 19 - Open vraag

Hendrik besteld bij Picnic omdat zij de bestelling thuis komen brengen.
Welk motief heeft Hendrik?
A
status
B
veiligheid
C
gemak
D
samenhorigheid

Slide 20 - Quizvraag

Priscilla rookt graag omdat anderen haar dan stoer vinden.
Welk motief heeft Priscilla?
A
status
B
veiligheid
C
gemak
D
samenhorigheid / erbij horen

Slide 21 - Quizvraag

Ahmed sluit een verzekering af tegen brandschade.
Welk motief heeft Ahmed?
A
status
B
veiligheid
C
gemak
D
samenhorigheid / erbij horen

Slide 22 - Quizvraag

Vriendschap is een...
A
sociale behoefte
B
overlevingsbehoefte
C
behoefte aan zelfontplooiing
D
fysiologische behoefte

Slide 23 - Quizvraag

Het hebben van en dure auto is een...
A
sociale behoefte
B
groeimotief
C
behoefte aan respect
D
fysiologische behoefte

Slide 24 - Quizvraag

Eten is een...
A
sociale behoefte
B
groeimotief
C
behoefte aan zelfontplooiing
D
fysiologische behoefte

Slide 25 - Quizvraag

Een stukje herhaling

Slide 26 - Tekstslide

Het kopen van een tweede tas is een voorbeeld van:
A
initiële vraag
B
vervangingsvraag
C
potentiële vraag
D
additionele vraag

Slide 27 - Quizvraag

Dit is de eerste aankoop van een product door een afnemer
A
vervangingsvraag
B
initiële vraag
C
potentiële vraag
D
primaire vraag

Slide 28 - Quizvraag

Dit is de werkelijke vraag naar een product
A
secundaire vraag
B
effectieve vraag
C
potentiële vraag
D
additionele vraag

Slide 29 - Quizvraag

Wat is E-marketing?
A
Reclamefolders
B
Telefonische verkoop
C
Marketing uiting via web en apps
D
Reclame van LEGO- LAND

Slide 30 - Quizvraag

Wat is actiemarketing?
A
Reclamebord van Unicef
B
Coca - Cola blikjes uitdelen
C
Imago verbeteren van het bedrijf
D
Hamsteren (AH)

Slide 31 - Quizvraag

Het adoptieproces van producten kent een aantal kopersgroepen.
Een andere naam voor early majority is:
A
vernieuwers
B
voorlopers
C
pioniers
D
innovators

Slide 32 - Quizvraag

Het adoptieproces van producten kent een aantal kopersgroepen een rol.
Voor welke kopersgroep geld de volgende uitspraak: Ze zijn altijd op zoek naar het nieuwste van het nieuwste. De prijs speelt geen rol.
A
innovators
B
early adopters
C
early majority
D
laggards

Slide 33 - Quizvraag

Voor welke fase uit de productlevenscyclus geldt de volgende beschrijving?
Kenmerkend voor deze fase is, dat er concurrentie op de markt verschijnt.
A
De groeifase
B
De verzadigingsfase
C
De neergangsfase
D
De volwassenheid fase

Slide 34 - Quizvraag

Voor welke fase uit de productlevenscyclus geldt de volgende beschrijving?
De afzet, omzet en winst groeien niet meer. Er is zelfs een lichte daling van de afzet zichtbaar.
A
De groeifase
B
De neergangsfase
C
De verzadigingsfase
D
De volwassenheid fase

Slide 35 - Quizvraag

Oefening DESTEP
Benoem in deze tekst de verschillende DESTEP onderdelen:

Heineken had in het eerste kwartaal niet alleen last van de slechte economische omstandigheden in Europa en het koude weer, maar kreeg ook te maken met tegenvallende ontwikkelingen in andere regio’s. Zo was er sprake van een hoge inflatie in Nigeria en vielen ook de verkopen in Mexico tegen. In Frankrijk ging de accijns op bier sterk omhoog en in Zuid-Europa regende het in maart flink. (De Telegraaf, 24 april 2013)

Slide 36 - Tekstslide

Welke DESTEP onderdelen heb je ontdekt in de tekst?

Slide 37 - Open vraag

De externe analyse kun je doen door DESTEP uit te werken. Wat is DESTEP.
A
Beschrijving van de doelgroep
B
Beschrijving hoe maatschappelijk verantwoord je onderneemt
C
Omgevingsfactoren waarop je geen invloed hebt, waar je wel rekening mee houdt
D
Sterktes/zwaktes analyse

Slide 38 - Quizvraag