cross

De Sinterklaas Quiz ūüéĀ

De Grote 
Sinterklaasquiz





1 / 53
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisBasisschoolMiddelbare schoolPraktijkonderwijsVoortgezet speciaal onderwijsvmbo, mavo, havoLeerroute VLLeerroute VB

In deze les zitten 53 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

De Grote 
Sinterklaasquiz





Slide 1 - Tekstslide

Waar denk je
aan bij Sinterklaas?

Slide 2 - Woordweb

Slide 3 - Video

Wat is de offici√ęle naam van Sinterklaas?
A
Sint Nico
B
Sint Maarten
C
Sint Nicolaas
D
Sinterklaas

Slide 4 - Quizvraag

Waar komt Sinterklaas oorspronkelijk vandaan?
A
Turkije
B
Brazili√ę
C
Belgi√ę
D
Nederland

Slide 5 - Quizvraag

In welk jaar is Sinterklaas
geboren?

A
342 v.Chr
B
280 n. Chr
C
1889
D
125 v. Chr

Slide 6 - Quizvraag

Wat was het beroep van
Sinterklaas ?
A
Dominee
B
Priester
C
Bisschop
D
Pastoor

Slide 7 - Quizvraag

Op welke datum viert
Sinterklaas zijn jarig?
A
1 december
B
5 december
C
24 december
D
5 november

Slide 8 - Quizvraag

Vanaf de zestiende eeuw werd voor het eerst door kinderen thuis de schoen gezet. Wat kregen zij?
A
Geld
B
Schoolspullen
C
Speelgoed, snoep of zout (vooral jongens)
D
Niets

Slide 9 - Quizvraag

Kerkhervormer Maarten Luther verzette zich tegen het Sinterklaasfeest, omdat...
A
hij vond dat cadeaus meer pasten bij kerst
B
hij de Sinterklaasliedjes te uitbundig vond
C
hij vond dat er te veel gesnoept werd

Slide 10 - Quizvraag

In het dagelijks leven was de
echte Sinterklaas...
A
Paus van het Byzantijnse Rijk
B
Bisschop van Myra
C
Handelaar in Klein Azi√ę

Slide 11 - Quizvraag

Waarom zeggen ze dat Sinterklaas uit Spanje komt?
A
Hij is begraven in Bari. Tijdens de opstand hoorde dat bij Spanje
B
Ze waren in die tijd nog niet zo goed in geografie
C
Hij leefde het grootste deel van zijn leven in Spanje
D
Hij ging vaak op reis naar Spanje

Slide 12 - Quizvraag

De traditie van Sinterklaas als kinderfeest met een moraal
is ontstaan...
A
in de 18e eeuw, omdat kinderen steeds brutaler werden
B
in de 19e eeuw, nadat een leraar een prentenboekje over Sint Nicolaas schreef
C
na WOII, omdat iedereen vond dat er maar eens een einde aan de armoede moest komen

Slide 13 - Quizvraag

Voor WOII was er maar 1 Zwarte Piet. Na WOII zijn er veel Zwarte Pieten. Waarom?
A
Na alle armoede van WOII waren er veel cadeaus en dus veel pieten nodig
B
De Canadezen, die ons bevrijdden, wilden allemaal Zwarte Piet spelen
C
Er kwamen steeds meer kinderen, het werd een beetje verdacht dat 1 iemand alle pakjes kon brengen

Slide 14 - Quizvraag

Sinterklaas wordt wel de re√Įncarnatie genoemd van:

A
Wodan
B
Klaas Vaak
C
Zeus

Slide 15 - Quizvraag

Welke snoepgoed hoor je NIET te eten met Sinterklaas?
A
Chocoladeletter
B
Pepernoten
C
Oliebollen
D
Chocolademunten

Slide 16 - Quizvraag

De herkomst van
Zwarte Piet is...

A
een schoorsteenveger
B
bedacht door de tekenaar van een prentenboekje
C
een kindslaaf die door Sint vrijgekocht werd

Slide 17 - Quizvraag

Hoe heet het paard van
Sinterklaas ?
A
Amerigo
B
Rudolf
C
Ohzosnel
D
Pedro

Slide 18 - Quizvraag

Uit welk liedje komt de zin:
'Gooi wat in mijn schoentje'
A
Zie de maan schijnt door de bomen....
B
Zie ginds komt de stoomboot....
C
Sinterklaas kapoentje...
D
O, kom maar eens kijken

Slide 19 - Quizvraag

Waarin houdt Sinterklaas bij of je wel lief bent geweest dit jaar?
A
Hij heeft daar een app voor.
B
Dat doet de hoofdpiet voor hem.
C
Op zijn tablet.
D
In het grote boek.

Slide 20 - Quizvraag

Vanaf wanneer werd Sint
vergezeld door Zwarte Piet?
A
17e eeuw
B
18e eeuw
C
19e eeuw
D
20e eeuw

Slide 21 - Quizvraag

De kerstman bestond eerder dan Sinterklaas.

Waar of niet waar?
A
waar
B
niet waar

Slide 22 - Quizvraag

Met wat voor een boot komt Sinterklaas naar Nederland?
A
Roeiboot
B
Vrachtschip
C
Stoomboot
D
Zeilboot

Slide 23 - Quizvraag

Wat is zwaarder:
1000 gram pepernoten of
1 kg marsepein?
A
1000 gram pepernoten
B
1 kg marsepein
C
Ze zijn even zwaar
D
1 kg marsepein dat is toch logisch...

Slide 24 - Quizvraag

Maak af: Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de ...

Slide 25 - Open vraag

Vanaf de 15e eeuw werd voor het eerst de schoen gezet.
Dat was in de kerk ...
A
voor de kinderen
B
voor de armen
C
voor de rijken
D
voor volwassenen

Slide 26 - Quizvraag

Sinterklaas draagt een grote ring om één van zijn vingers.

Waar of niet waar?
A
waar
B
niet waar

Slide 27 - Quizvraag

Welk woord is
FOUT gespeld?
A
Taajtaaj
B
Pepernoot
C
Marsepein
D
Chocoladeletter

Slide 28 - Quizvraag

Vul de schoenen met het juiste cadeautje

Slide 29 - Sleepvraag

Sinterklaas draagt onder zijn rode jas een witte jurk.

Waar of niet waar?
A
waar
B
niet waar

Slide 30 - Quizvraag

Slide 31 - Video

Piet heeft 1250 pepernoten, er zijn 50 kinderen, hoeveel krijgt ieder kind?
A
25
B
50
C
12

Slide 32 - Quizvraag

Hoe wordt het hoofddeksel van Sinterklaas ook wel genoemd?

Slide 33 - Open vraag

Maak het liedje af: Hoor de wind waait door de ...

Slide 34 - Open vraag

Welke chocoladeletter wordt het vaakst verkocht?
A
S
B
M
C
P
D
W

Slide 35 - Quizvraag

Sint heeft 80 chocoladeletters, er zijn 16 kinderen, hoeveel letters krijgt een ieder?
A
10
B
5
C
4
D
1

Slide 36 - Quizvraag

Piet heeft 800 pepernoten in zijn zak zitten. Hij verliest
een vijfde doordat er een gat in de zak zit.

Hoeveel heeft hij nog over?

Slide 37 - Open vraag

Hoe wordt de mantel van Sinterklaas ook wel genoemd?
A
mantel
B
rode mantel
C
tabbert
D
habijt

Slide 38 - Quizvraag

Wat doet er:
trippel trippel trippel trap

Slide 39 - Open vraag

Wat is het oudste Sinterklaasliedje dat we nu nog ieder jaar zingen?
A
Hoor wie klopt daar kinderen
B
Zie de maan schijnt door de bomen
C
Dag Sinterklaasje
D
Sinterklaas kapoentje

Slide 40 - Quizvraag

De allereerste eetbare letters doken op in het klooster.
Waar of niet waar?
A
waar
B
niet waar

Slide 41 - Quizvraag

Hoeveel chocoladeletters worden er per jaar gemaakt?

Slide 42 - Woordweb

Als je vroeger van iemand een speculaasje kreeg, betekende dat de afzender je niet aardig vond. Waar of niet waar?
A
waar
B
niet waar

Slide 43 - Quizvraag

Marsepein ontstond in de 17e eeuw. Het werd in eerste instantie bekend als snoepje dat je aan je geheime liefde geeft.
Waar of niet waar?
A
waar
B
niet waar

Slide 44 - Quizvraag

Wat is de oorsprong van de mijter?
A
kostuum van een bisschop
B
kostuum van de kerstman (nagedaan)
C
i.v.m. de kou
D
zodat zijn pruik blijft zitten

Slide 45 - Quizvraag

Slide 46 - Link

Wat is het geboortejaar van Sinterklaas?
A
550
B
1235
C
270
D
917

Slide 47 - Quizvraag

Hoe oud zou Sinterklaas zijn als hij nog leefde?
A
1468
B
783
C
1750
D
1101

Slide 48 - Quizvraag

Wanneer was de eerste intocht op tv te zien?
A
1952
B
1990
C
1964
D
1888

Slide 49 - Quizvraag

Sinds wanneer is Americo het paard van Sinterklaas?
A
1877
B
1990
C
1544
D
2000

Slide 50 - Quizvraag

Slide 51 - Link

Hoeveel wordt er
gemiddeld uitgegeven
aan Sinterklaas
per persoon?

Slide 52 - Woordweb

De grote 
Sinterklaasquiz





Slide 53 - Tekstslide