POSLAU les 2 Observeren en rapporteren (BO2)

Observeren en rapporteren (BO2)

les 2 - OA - leerjaar 2

1 / 20
volgende
Slide 1: Slide
newEditorOnderwijsassistentenMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Observeren en rapporteren (BO2)

les 2 - OA - leerjaar 2

Deze slide heeft geen instructies

Programma

  • A&A

  • Terugblik

  • Lesdoelen

  • Theorie: Objectiviteit en subjectiviteit

  • Opdracht observeren

  • Zelfstandig aan de slag

  • Afsluiting

Deze slide heeft geen instructies

Aan- en afwezigheid

Telefoon of laptop aan? Alleen voor LessonUp!

Deze slide heeft geen instructies

Planning











Zie de weekplanning op It's Learning voor de opdrachten

Deze slide heeft geen instructies

Afronding vak

  • Eindopdrachten 4.17 en 4.18

  • Observatieplan (format)

  • Inzet en aanwezigheid

  • Inleverdatum: uiterlijk dinsdag 3 november via It's Learning


Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen

Aan het einde van de les:

  • Kun je benoemen wat objectiviteit en subjectiviteit is

  • Kun je het verschil toelichten tussen objectiviteit en subjectiviteit

  • Kun je benoemen welke factoren een observator kunnen beïnvloeden en kun je hier voorbeelden bij benoemen

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik: waar ging de vorige les over?

Deze slide heeft geen instructies

Observeren

Bewust waarnemen

het geven van betekenis aan de waargenomen prikkel


Doelgericht waarnemen

met een doel en met een vraag


Systematisch waarnemen

volgens een plan

Deze slide heeft geen instructies

Waarnemen

Waarneming is de manier waarop ons brein de signalen van onze zintuigen gebruikt om betekenis te geven aan de wereld om ons heen


Waarnemen gebeurt onbewust en automatisch gedurende de gehele dag.

Deze slide heeft geen instructies

Waarnemen

De reactie op een bepaalde prikkel is afhankelijk van:

  • Jouw zintuigen

  • Jouw ervaring

  • De aard van de prikkel

  • Jouw psychische toestand

Jouw zintuigen: om een prikkel te kunnen waarnemen, moet je zintuigen goed werken. Zij geven namelijk de prikkel door aan de hersenen.


Jouw ervaring: geluiden die je vaker hoort of ruikt, neem je niet meer zo goed waar. Je zintuigen zijn hieraan gewend.


De aard van de prikkel: je merkt een sterke prikkel (felle kleuren, sterke doordringende geuren en harde geluiden) sneller op dan een zwakke prikkel


Jouw psychische toestand:

Wanneer je vermoeid bent, zullen bepaalde prikkels niet zo tot je doordringen. Maar wanneer je alert bent of je aandacht gericht is op een bepaalde activiteit, zullen bepaalde prikkels eerder binnenkomen.

Deze slide heeft geen instructies

Waar denk jij aan bij het woord subjectief?

Deze slide heeft geen instructies

Waar denk jij aan bij het woord objectief?

Deze slide heeft geen instructies

Objectiviteit en subjectiviteit

Een observatie moet objectief zijn. Je laat je eigen mening zoveel mogelijk achterweg en geeft geen oordeel over wat je ziet.


Objectief observeren

Je neemt waar zonder oordeel, gevoel, verklaring of betekenis. Je schrijft alleen op wat je daadwerkelijk ziet (= waarneembaar gedrag).


Subjectief observeren

Je neemt gedachten, gevoelens en meningen mee in de observatie. Je geeft je eigen interpretatie (betekenis) aan wat je waarneemt.


Deze slide heeft geen instructies

Objectief of subjectief?

Objectief

Subjectief

Laura steekt drie keer haar hand op.

De kinderen vervelen zich.

Sam werkt slordig.

Yara helpt een klasgenoot met het openen van haar boek.

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht

Ga in tweetallen ongeveer 10 minuten in school elkaar om de beurt observeren. Zorg dat je in actie bent als je geobserveerd wordt (je blijft dus in beweging)


  • Schrijf op wat je allemaal ziet

  • Na 10 minuten terugkomen en alle observaties onderverdelen in 'objectief' en 'subjectief'

  • Klassikaal nabespreken

Deze slide heeft geen instructies

Valkuilen bij observeren

Werk de betekenis uit en bespreek in tweetallen. Geef ook voorbeelden!


  • Je eigen mening

  • Emotionele betrokkenheid

  • Halo-effect

  • Horn-effect

  • Vooroordeel

  • Projectie

  • Stemming

  • Ervaring

  • Hawthorne-effect



Halo-effect: je waarneming wordt te positief gekleurd doordat iemand voor jou een heel sympathieke of gunstige eigenschap heeft. Dit heeft een positief effect op je mening over die persoon. De minder gunstige eigenschappen merk je daardoor niet op.


Horn-effect: je observatie wordt op een negatieve manier gekleurd door een negatieve eigenschap die een persoon heeft. Deze negatieve eigenschap beïnvloedt je kijk op deze persoon en overschaduwt zijn positieve eigenschappen.


Hawthorne-effect: het feit dat een observator aanwezig is of dat een kind weet dat het wordt geobserveerd, kan invloed hebben op het gedrag van het kind.



Zelfstandig aan de slag

Maken opdracht 4.06, 4.07 en 4.08 (H4 basisboek)

15

minute

00

second

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen

Aan het einde van de les:

  • Kun je benoemen wat objectiviteit en subjectiviteit is

  • Kun je het verschil toelichten tussen objectiviteit en subjectiviteit

  • Kun je benoemen welke factoren een observator kunnen beïnvloeden en kun je hier voorbeelden bij benoemen

Deze slide heeft geen instructies

Afsluiting

  • Vragen?

  • Zorg dat je bij bent met de opdrachten (zie weekplanning It's Learning)

  • Denk deze week vast na over welke leerling je zou kunnen observeren

  • Volgende week: methodisch werken vanuit een observatieplan

Deze slide heeft geen instructies