Observeren en rapporteren (BO2)
les 2 - OA - leerjaar 2
Observeren en rapporteren (BO2)
les 2 - OA - leerjaar 2
Deze slide heeft geen instructies
Programma
A&A
Terugblik
Lesdoelen
Theorie: Objectiviteit en subjectiviteit
Opdracht observeren
Zelfstandig aan de slag
Afsluiting
Deze slide heeft geen instructies
Aan- en afwezigheid
Telefoon of laptop aan? Alleen voor LessonUp!
Deze slide heeft geen instructies
Planning
Zie de weekplanning op It's Learning voor de opdrachten
Deze slide heeft geen instructies
Afronding vak
Eindopdrachten 4.17 en 4.18
Observatieplan (format)
Inzet en aanwezigheid
Inleverdatum: uiterlijk dinsdag 3 november via It's Learning
Deze slide heeft geen instructies
Lesdoelen
Aan het einde van de les:
Kun je benoemen wat objectiviteit en subjectiviteit is
Kun je het verschil toelichten tussen objectiviteit en subjectiviteit
Kun je benoemen welke factoren een observator kunnen beïnvloeden en kun je hier voorbeelden bij benoemen
Deze slide heeft geen instructies
Terugblik: waar ging de vorige les over?
Deze slide heeft geen instructies
Observeren
Bewust waarnemen
het geven van betekenis aan de waargenomen prikkel
Doelgericht waarnemen
met een doel en met een vraag
Systematisch waarnemen
volgens een plan
Deze slide heeft geen instructies
Waarnemen
Waarneming is de manier waarop ons brein de signalen van onze zintuigen gebruikt om betekenis te geven aan de wereld om ons heen
Waarnemen gebeurt onbewust en automatisch gedurende de gehele dag.
Deze slide heeft geen instructies
Waarnemen
De reactie op een bepaalde prikkel is afhankelijk van:
Jouw zintuigen
Jouw ervaring
De aard van de prikkel
Jouw psychische toestand
Jouw zintuigen: om een prikkel te kunnen waarnemen, moet je zintuigen goed werken. Zij geven namelijk de prikkel door aan de hersenen.
Jouw ervaring: geluiden die je vaker hoort of ruikt, neem je niet meer zo goed waar. Je zintuigen zijn hieraan gewend.
De aard van de prikkel: je merkt een sterke prikkel (felle kleuren, sterke doordringende geuren en harde geluiden) sneller op dan een zwakke prikkel
Jouw psychische toestand:
Wanneer je vermoeid bent, zullen bepaalde prikkels niet zo tot je doordringen. Maar wanneer je alert bent of je aandacht gericht is op een bepaalde activiteit, zullen bepaalde prikkels eerder binnenkomen.
Deze slide heeft geen instructies
Waar denk jij aan bij het woord subjectief?
Deze slide heeft geen instructies
Waar denk jij aan bij het woord objectief?
Deze slide heeft geen instructies
Objectiviteit en subjectiviteit
Een observatie moet objectief zijn. Je laat je eigen mening zoveel mogelijk achterweg en geeft geen oordeel over wat je ziet.
Objectief observeren
Je neemt waar zonder oordeel, gevoel, verklaring of betekenis. Je schrijft alleen op wat je daadwerkelijk ziet (= waarneembaar gedrag).
Subjectief observeren
Je neemt gedachten, gevoelens en meningen mee in de observatie. Je geeft je eigen interpretatie (betekenis) aan wat je waarneemt.
Deze slide heeft geen instructies
Objectief of subjectief?
Objectief
Subjectief
Laura steekt drie keer haar hand op.
De kinderen vervelen zich.
Sam werkt slordig.
Yara helpt een klasgenoot met het openen van haar boek.
Deze slide heeft geen instructies
Opdracht
Ga in tweetallen ongeveer 10 minuten in school elkaar om de beurt observeren. Zorg dat je in actie bent als je geobserveerd wordt (je blijft dus in beweging)
Schrijf op wat je allemaal ziet
Na 10 minuten terugkomen en alle observaties onderverdelen in 'objectief' en 'subjectief'
Klassikaal nabespreken
Deze slide heeft geen instructies
Valkuilen bij observeren
Werk de betekenis uit en bespreek in tweetallen. Geef ook voorbeelden!
Je eigen mening
Emotionele betrokkenheid
Halo-effect
Horn-effect
Vooroordeel
Projectie
Stemming
Ervaring
Hawthorne-effect
Halo-effect: je waarneming wordt te positief gekleurd doordat iemand voor jou een heel sympathieke of gunstige eigenschap heeft. Dit heeft een positief effect op je mening over die persoon. De minder gunstige eigenschappen merk je daardoor niet op.
Horn-effect: je observatie wordt op een negatieve manier gekleurd door een negatieve eigenschap die een persoon heeft. Deze negatieve eigenschap beïnvloedt je kijk op deze persoon en overschaduwt zijn positieve eigenschappen.
Hawthorne-effect: het feit dat een observator aanwezig is of dat een kind weet dat het wordt geobserveerd, kan invloed hebben op het gedrag van het kind.
Zelfstandig aan de slag
Maken opdracht 4.06, 4.07 en 4.08 (H4 basisboek)
minute
second
Deze slide heeft geen instructies
Lesdoelen
Aan het einde van de les:
Kun je benoemen wat objectiviteit en subjectiviteit is
Kun je het verschil toelichten tussen objectiviteit en subjectiviteit
Kun je benoemen welke factoren een observator kunnen beïnvloeden en kun je hier voorbeelden bij benoemen
Deze slide heeft geen instructies
Afsluiting
Vragen?
Zorg dat je bij bent met de opdrachten (zie weekplanning It's Learning)
Denk deze week vast na over welke leerling je zou kunnen observeren
Volgende week: methodisch werken vanuit een observatieplan
Deze slide heeft geen instructies