Genotmiddelen

Genotmiddelen
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Genotmiddelen

Slide 1 - Tekstslide

Wat weten jullie van
Genotmiddelen?

Slide 2 - Woordweb

Leerdoelen
1. Je kan uitleggen wat drugs met je doet.
2. Je kan het verschil benoemen tussen verdovende, stimulerend en bewustzijnsveranderde middelen. 

Slide 3 - Tekstslide

Wat weet je over drugs?

Slide 4 - Woordweb

Slide 5 - Video

Genotmiddel?
Van genotmiddelen kun je genieten, vandaar het woord genotmiddelen. 
Genotmiddelen worden door bijna iedereen gebruikt. 
Bij genotmiddelen kun je denken aan:
thee, koffie, cola, alcohol, tabak, chocolade, drugs enz.
 
Wanneer je een genotmiddel gebruikt, krijg je er een lekker gevoel van.
Voor veel mensen is het gebruik ervan een gewoonte geworden.
Ze gebruiken het zonder erbij na te denken.

Stoppen met iets waaraan je gewend bent, kan heel moeilijk zijn.

Slide 6 - Tekstslide

Verslaafd: 
Je kunt niet stoppen met een genotmiddel
Lichamelijk verslaafd: 
Als je stopt met een genotmiddel krijg je lichamelijke klachten.
Dit zijn afkickverschijnselen, zoals hoofdpijn, trillen en zweten.
Je lichaam wil eigenlijk niet zonder het middel.
 
Geestelijk verslaafd.
Je denkt dat je niet zonder genotmiddel kan. Je voelt je niet prettig.
Je kunt alleen maar aan het genotmiddel denken.

Sociaal verslaafd.
Je mist het contact met de mensen met wie je een genotmiddel gebruikt.

Slide 7 - Tekstslide

Wat vind je van deze stelling?
Het is je eigen schuld als je verslaafd raakt.

Slide 8 - Open vraag

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Slide 11 - Video

Drugs
Drugs zijn stoffen die je hersenen beïnvloeden.

Ze kunnen:
- verdoven                               (downers)
- oppeppen                              (uppers)
- je bewustzijn veranderen      (trippers)

Voorbeelden van drugs:
- Tabak en  Alcohol
- Soft- en harddrugs (hasj, wiet, cocaïne)
- Slaap- en kalmeringsmiddelen
- Cafeïne en XTC

Het kan je ontspannen en laat je dingen (een moment) vergeten.

Drugs beïnvloedt je hersenen:
Het denken, voelen en 
wat je om je heen ziet en hoort.

Slide 12 - Tekstslide

Drugs kun je verdelen in 2 groepen

Harddrugs:  Voorbeelden zijn Cocaïne, GHB, Heroïne, LSD, XTC en Amfetamine. Harddrugs zijn drugs met een onaanvaardbaar risico voor de gezondheid. Ze zijn illegaal en het bezit van deze middelen is strafbaar.

 Softdrugs:  Voorbeelden zijn Hasj en Weed, tabak en Cafeïne.  Softdrugs zijn minder schadelijk voor de gezondheid dan harddrugs (dat wil niet zeggen dat ze niet schadelijk zijn). In Nederland zijn ze in beperkte mate legaal en mogen verkocht worden bij Coffeeshops.

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Zoek-opdracht genotmiddel:
 Soft-drugs
- Wat is blowen? 
- Percentage jongeren dat blowt en hoeveel jongeren blowen.
- Hoe ziet wiet of hasj er uit? Wat is het verschil? Wat kost het? 
- Wat doet blowen met je: * Op korte termijn   *  Op lange termijn 
- Is blowen verslavend (lichamelijk, geestelijk, sociaal)?
- Wat zegt de wet over softdrugs?
- Hoe weet je dat iemand softdrugs of teveel daarvan gebruikt?

Je kan de volgende sites gebruiken:
-

Slide 15 - Tekstslide

Zoek-opdracht genotmiddel: Hard-drugs
- Percentage jongeren dat harddrugs gebruiken. 
- Hoe ziet de drugs eruit?  Wat kost het? 
- Wat doet harddrugsmet je: * Op korte termijn   • Op lange termijn 
- Wat zegt de wet over harddrugs?
- Hoe weet je dat iemand harddrugs of teveel daarvan gebruikt?
 

Slide 16 - Tekstslide