Constructies herkennen

Constructies en bouwstijlen

1 / 32
volgende
Slide 1: Slide
newEditorTechniekVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Constructies en bouwstijlen

Open met herkenbare voorbeelden: brug, kerk, huis, toren. Leg nog niet alles uit; zet alleen het idee neer dat vormen en materialen iets zeggen over hoe een bouwwerk is gemaakt.

Leerdoel

Ik kan verschillende bouwstijlen herkennen en aangeven hoe deze geconstrueerd zijn.

Deze slide heeft geen instructies

Welke bouwvormen ken je al?

Gebruik de woorden uit de wolk als start: bijvoorbeeld boog, toren, koepel, brug, kerk, huis. Vraag kort door: waar heb je dit gezien?

Wat is een constructie?

  • Een constructie bestaat uit meer dan één onderdeel.

  • Een houten lepel uit één stuk is geen constructie.

  • Een lepel met losse delen is wel een constructie.

  • Constructies kunnen klein of heel groot zijn.

Gebruik eenvoudige voorbeelden uit de klas, zoals een pen of stoel. Houd het verschil tussen één geheel en meerdere onderdelen centraal.

Constructies zijn overal

  • Kleine constructie: een uurwerkje

  • Middelgrote constructie: een auto

  • Grote constructie: een boorplatform

  • Hoe groter en ingewikkelder het product, hoe meer onderdelen het vaak heeft.

Benadruk dat 'constructie' niet alleen over gebouwen gaat, maar in deze les wel vooral wordt gebruikt voor bouwwerken en hun opbouw.

Constructies uit het verleden

  • Oude stenen constructies bestaan soms nog duizenden jaren.

  • Daarom weten we veel van oude bouwwerken van steen.

  • Ze laten zien hoe mensen vroeger bouwden.

Noem kort voorbeelden zoals piramides, Stonehenge of hunebedden zonder uit te weiden. Deze slide legt de basis voor bouwstijlen door de tijd.

Steen blijft, hout vergaat

  • Houten constructies gaan meestal sneller kapot.

  • Daarom zijn er weinig houten constructies van meer dan 1.000 jaar oud.

  • Steen is sterker tegen weer en tijd.

  • Zo vinden we vooral oude bouwwerken van steen terug.

Sluit aan op de bron: onder gunstige omstandigheden kan hout lang bewaard blijven, maar meestal vergaat het. Dat verklaart waarom steen in de geschiedenis zo zichtbaar is.

Vroege stenen bouwwerken

  • Veel oude constructies zijn gemaakt van gestapelde stenen blokken.

  • Voorbeelden: piramides, tempels en hunebedden.

  • Deze manier van bouwen is zwaar, maar sterk.

  • De vorm is vaak eenvoudig en massief.

Maak duidelijk dat hier nog geen grote lichte overspanningen mogelijk zijn. Dat helpt straks bij het verschil met bogen, gewelven en gotische bouw.

Wanneer is iets een constructie?

A

Eén deel

B

Los zand

C

Meer delen

D

Alleen hout

Sluit aan op slide 2: een constructie bestaat uit meer dan één onderdeel.

Vul de goede woorden in

Oude bouwwerken van steen blijven vaak lang bestaan. hout gaat meestal sneller kapot. Veel vroege stenen bouwwerken zijn gemaakt van gestapelde stenen blokken. Ze zijn vaak zwaar en massief.

steen
hout
gestapelde
massief
glas
ijzer
lichte
gelijmde

De kernwoorden komen uit slides 4, 5 en 6.

Klassieke bouwstijl

  • Griekse en Romeinse tempels hebben vaak veel zuilen.

  • Op de zuilen liggen korte stenen balken.

  • Lange stenen balken konden te snel breken.

  • Daarom waren veel steunpunten nodig.

Gebruik het woord 'overspanning' mondeling: de afstand die je wilt overbruggen. Bij deze stijl bleef die afstand klein door het risico op breuk.

Waarom een boog helpt

Bij een boog loopt het gewicht niet recht naar beneden op één steenbalk. De krachten gaan via de boog naar opzij en daarna naar de fundering. Daardoor zijn grotere overspanningen mogelijk.

Verwijs eventueel naar het voorbeeld met eieren: een ronde vorm kan druk goed verdelen. Laat zien dat vorm in techniek veel uitmaakt.

Boogconstructies

  • Boogvorm verdeelt krachten beter.

  • Gewicht gaat naar de zijkanten.

  • Daarna gaan de krachten naar de fundering.

  • Daarom zie je bogen in aquaducten en oude gebouwen.

Dit is een kernslide voor het leerdoel 'hoe geconstrueerd'. Houd de uitleg eenvoudig: vorm bepaalt hoe krachten lopen.

Romaanse bouwstijl

  • Ontstaat in Europa in de 11e en 12e eeuw.

  • Veel kerken en kloosters zijn Romaans.

  • De stijl oogt stevig, zwaar en gesloten.

De datering helpt om de stijl in de tijd te plaatsen, maar de herkenning zit vooral in de kenmerken op de volgende slide.

Kenmerken van Romaans

  • Ronde bogen

  • Dikke muren

  • Tongewelven

  • Kleine ramen

  • Weinig versieringen

Laat leerlingen de woorden ronde bogen en dikke muren koppelen aan 'zwaar en sterk'. Tongewelf hoeft alleen herkend te worden als gewelfde dakvorm.

Hoe Romaans is gebouwd

  • Dikke muren dragen veel gewicht.

  • Ronde bogen helpen de krachten af te voeren.

  • Gewelven en koepels maken grotere ruimtes mogelijk.

  • Kleine ramen houden de muur sterk.

Hier komt herkenning en constructie samen: niet alleen zien wat Romaans is, maar ook waarom het zo gebouwd werd.

Waarom waren veel zuilen nodig?

A

Voor meer ramen

B

Voor mooi glas

C

Voor dunne muren

D

Balken waren kort

Gebaseerd op slide 7: lange stenen balken konden te snel breken.

Vul de goede woorden in

Bij een boog gaat het gewicht naar de zijkanten en daarna naar de fundering. In de Romaanse bouwstijl zie je vaak ronde bogen en dikke muren.

boog
zijkanten
fundering
ronde bogen
ramen
dak
luchtbogen
zuilen

Controleer of leerlingen het verband zien tussen vorm en krachtverdeling.

Waarom heeft Romaans dikke muren?

Goede antwoorden noemen één of meer van deze elementen: dikke muren dragen veel gewicht; ronde bogen voeren krachten af; kleine ramen houden de muur sterk; gewelven maken grotere ruimtes mogelijk.

Gotische bouwstijl

  • Ontstaat in de late middeleeuwen.

  • Men wil gebouwen hoger en lichter maken.

  • Vooral kathedralen zijn bekende voorbeelden.

Zet het contrast met Romaans meteen neer: minder zwaar uiterlijk, meer hoogte en licht.

Kenmerken van Gotisch

  • Grote hoogte

  • Lichte constructie

  • Grote raampartijen

  • Glas-in-lood

  • Kruisgewelven

  • Meer versiering

Noem eventueel dat gotische kathedralen later vaak nog lichter en rijker versierd werden door betere techniek en materialen.

Luchtbogen geven steun

  • Gotische muren zijn lichter en hebben grote ramen.

  • Daardoor hebben ze extra steun nodig.

  • Luchtbogen vangen de krachten op.

  • Ze steunen de muren vanaf de buitenkant.

Leg eenvoudig uit dat de druk van het dak en gewelf niet alleen recht naar beneden gaat. Luchtbogen helpen die zijwaartse krachten op te vangen.

Koepel van Florence

  • Een beroemde grote koepel van baksteen

  • Hoogte: 87 meter

  • De koepelvorm leidt krachten naar de muren

  • Vorm helpt dus bij stevigheid

Gebruik dit als extra voorbeeld van hoe vorm en krachten samenhangen. De koepel is geen gotisch kenmerk op zich, maar wel een sterk voorbeeld van constructief denken.

Romaans en Gotisch vergeleken

  • Romaans: ronde bogen, dikke muren, kleine ramen

  • Gotisch: lichte bouw, grote ramen, luchtbogen

  • Romaans voelt zwaar en gesloten

  • Gotisch voelt hoog en open

Dit is de samenvattende herkenningsslide. Laat de klas vooral het verschil in uiterlijk koppelen aan het verschil in constructie.

Wat past het best bij gotisch?

A

Dikke muren

B

Grote ramen

C

Kleine ramen

D

Weinig hoogte

Laat leerlingen gotisch herkennen als hoog, licht en open.

Wat helpt een gotische muur van buitenaf?

1

Luchtbogen

2

Tongewelven

3

Zuilen

4

Korte balken

Deze slide heeft geen instructies

Vul de goede woorden in

Gotische gebouwen zijn vaak hoog en licht. Ze hebben grote raampartijen. luchtbogen geven steun aan de muren van buitenaf.

hoog
licht
raampartijen
luchtbogen
massief
hout
zuilen
klein

Deze check-in koppelt herkenning aan constructie.

Wat vond je het duidelijkst in deze les?

Deze slide heeft geen instructies

Wat wil jij onthouden van deze les?

Deze slide heeft geen instructies

Eén woord: hoe ging deze les voor jou?

Gebruik de wolk voor een korte afsluiting: makkelijk, lastig, leuk, duidelijk, nieuw.

Woordenlijst

constructie - een product of bouwwerk dat uit meer dan één onderdeel bestaat

bouwstijl - de herkenbare manier waarop een gebouw is vormgegeven

overspanning - de afstand die een constructie moet overbruggen

fundering - het onderste deel dat het bouwwerk draagt

boogconstructie - een gebogen vorm die krachten naar de zijkanten afvoert

koepel - een ronde gewelfde dakvorm

gewelf - een gebogen overdekking van een ruimte

Deze slide heeft geen instructies

Woordenlijst

tongewelf - een lang gebogen gewelf, als een halve cilinder

Romaanse bouwstijl - bouwstijl met ronde bogen, dikke muren en kleine ramen

Gotische bouwstijl - bouwstijl met hoge lichte gebouwen en grote ramen

kruisgewelf - gewelf waarbij gebogen delen elkaar kruisen

luchtboog - boog aan de buitenkant die een muur extra steun geeft

glas-in-lood - ramen van stukjes gekleurd glas in lood

zuil - rechtopstaande steun in een gebouw

Deze slide heeft geen instructies