Constructies en bouwstijlen
Constructies en bouwstijlen
Open met herkenbare voorbeelden: brug, kerk, huis, toren. Leg nog niet alles uit; zet alleen het idee neer dat vormen en materialen iets zeggen over hoe een bouwwerk is gemaakt.
Leerdoel
Ik kan verschillende bouwstijlen herkennen en aangeven hoe deze geconstrueerd zijn.
Deze slide heeft geen instructies
Welke bouwvormen ken je al?
Gebruik de woorden uit de wolk als start: bijvoorbeeld boog, toren, koepel, brug, kerk, huis. Vraag kort door: waar heb je dit gezien?
Wat is een constructie?
Een constructie bestaat uit meer dan één onderdeel.
Een houten lepel uit één stuk is geen constructie.
Een lepel met losse delen is wel een constructie.
Constructies kunnen klein of heel groot zijn.
Gebruik eenvoudige voorbeelden uit de klas, zoals een pen of stoel. Houd het verschil tussen één geheel en meerdere onderdelen centraal.
Constructies zijn overal
Kleine constructie: een uurwerkje
Middelgrote constructie: een auto
Grote constructie: een boorplatform
Hoe groter en ingewikkelder het product, hoe meer onderdelen het vaak heeft.
Benadruk dat 'constructie' niet alleen over gebouwen gaat, maar in deze les wel vooral wordt gebruikt voor bouwwerken en hun opbouw.
Constructies uit het verleden
Oude stenen constructies bestaan soms nog duizenden jaren.
Daarom weten we veel van oude bouwwerken van steen.
Ze laten zien hoe mensen vroeger bouwden.
Noem kort voorbeelden zoals piramides, Stonehenge of hunebedden zonder uit te weiden. Deze slide legt de basis voor bouwstijlen door de tijd.
Steen blijft, hout vergaat
Houten constructies gaan meestal sneller kapot.
Daarom zijn er weinig houten constructies van meer dan 1.000 jaar oud.
Steen is sterker tegen weer en tijd.
Zo vinden we vooral oude bouwwerken van steen terug.
Sluit aan op de bron: onder gunstige omstandigheden kan hout lang bewaard blijven, maar meestal vergaat het. Dat verklaart waarom steen in de geschiedenis zo zichtbaar is.
Vroege stenen bouwwerken
Veel oude constructies zijn gemaakt van gestapelde stenen blokken.
Voorbeelden: piramides, tempels en hunebedden.
Deze manier van bouwen is zwaar, maar sterk.
De vorm is vaak eenvoudig en massief.
Maak duidelijk dat hier nog geen grote lichte overspanningen mogelijk zijn. Dat helpt straks bij het verschil met bogen, gewelven en gotische bouw.
Wanneer is iets een constructie?
Eén deel
Los zand
Meer delen
Alleen hout
Sluit aan op slide 2: een constructie bestaat uit meer dan één onderdeel.
Vul de goede woorden in
Oude bouwwerken van steen blijven vaak lang bestaan. hout gaat meestal sneller kapot. Veel vroege stenen bouwwerken zijn gemaakt van gestapelde stenen blokken. Ze zijn vaak zwaar en massief.
De kernwoorden komen uit slides 4, 5 en 6.
Klassieke bouwstijl
Griekse en Romeinse tempels hebben vaak veel zuilen.
Op de zuilen liggen korte stenen balken.
Lange stenen balken konden te snel breken.
Daarom waren veel steunpunten nodig.
Gebruik het woord 'overspanning' mondeling: de afstand die je wilt overbruggen. Bij deze stijl bleef die afstand klein door het risico op breuk.
Waarom een boog helpt
Bij een boog loopt het gewicht niet recht naar beneden op één steenbalk. De krachten gaan via de boog naar opzij en daarna naar de fundering. Daardoor zijn grotere overspanningen mogelijk.
Verwijs eventueel naar het voorbeeld met eieren: een ronde vorm kan druk goed verdelen. Laat zien dat vorm in techniek veel uitmaakt.
Boogconstructies
Boogvorm verdeelt krachten beter.
Gewicht gaat naar de zijkanten.
Daarna gaan de krachten naar de fundering.
Daarom zie je bogen in aquaducten en oude gebouwen.
Dit is een kernslide voor het leerdoel 'hoe geconstrueerd'. Houd de uitleg eenvoudig: vorm bepaalt hoe krachten lopen.
Romaanse bouwstijl
Ontstaat in Europa in de 11e en 12e eeuw.
Veel kerken en kloosters zijn Romaans.
De stijl oogt stevig, zwaar en gesloten.
De datering helpt om de stijl in de tijd te plaatsen, maar de herkenning zit vooral in de kenmerken op de volgende slide.
Kenmerken van Romaans
Ronde bogen
Dikke muren
Tongewelven
Kleine ramen
Weinig versieringen
Laat leerlingen de woorden ronde bogen en dikke muren koppelen aan 'zwaar en sterk'. Tongewelf hoeft alleen herkend te worden als gewelfde dakvorm.
Hoe Romaans is gebouwd
Dikke muren dragen veel gewicht.
Ronde bogen helpen de krachten af te voeren.
Gewelven en koepels maken grotere ruimtes mogelijk.
Kleine ramen houden de muur sterk.
Hier komt herkenning en constructie samen: niet alleen zien wat Romaans is, maar ook waarom het zo gebouwd werd.
Waarom waren veel zuilen nodig?
Voor meer ramen
Voor mooi glas
Voor dunne muren
Balken waren kort
Gebaseerd op slide 7: lange stenen balken konden te snel breken.
Vul de goede woorden in
Bij een boog gaat het gewicht naar de zijkanten en daarna naar de fundering. In de Romaanse bouwstijl zie je vaak ronde bogen en dikke muren.
Controleer of leerlingen het verband zien tussen vorm en krachtverdeling.
Waarom heeft Romaans dikke muren?
Goede antwoorden noemen één of meer van deze elementen: dikke muren dragen veel gewicht; ronde bogen voeren krachten af; kleine ramen houden de muur sterk; gewelven maken grotere ruimtes mogelijk.
Gotische bouwstijl
Ontstaat in de late middeleeuwen.
Men wil gebouwen hoger en lichter maken.
Vooral kathedralen zijn bekende voorbeelden.
Zet het contrast met Romaans meteen neer: minder zwaar uiterlijk, meer hoogte en licht.
Kenmerken van Gotisch
Grote hoogte
Lichte constructie
Grote raampartijen
Glas-in-lood
Kruisgewelven
Meer versiering
Noem eventueel dat gotische kathedralen later vaak nog lichter en rijker versierd werden door betere techniek en materialen.
Luchtbogen geven steun
Gotische muren zijn lichter en hebben grote ramen.
Daardoor hebben ze extra steun nodig.
Luchtbogen vangen de krachten op.
Ze steunen de muren vanaf de buitenkant.
Leg eenvoudig uit dat de druk van het dak en gewelf niet alleen recht naar beneden gaat. Luchtbogen helpen die zijwaartse krachten op te vangen.
Koepel van Florence
Een beroemde grote koepel van baksteen
Hoogte: 87 meter
De koepelvorm leidt krachten naar de muren
Vorm helpt dus bij stevigheid
Gebruik dit als extra voorbeeld van hoe vorm en krachten samenhangen. De koepel is geen gotisch kenmerk op zich, maar wel een sterk voorbeeld van constructief denken.
Romaans en Gotisch vergeleken
Romaans: ronde bogen, dikke muren, kleine ramen
Gotisch: lichte bouw, grote ramen, luchtbogen
Romaans voelt zwaar en gesloten
Gotisch voelt hoog en open
Dit is de samenvattende herkenningsslide. Laat de klas vooral het verschil in uiterlijk koppelen aan het verschil in constructie.
Wat past het best bij gotisch?
Dikke muren
Grote ramen
Kleine ramen
Weinig hoogte
Laat leerlingen gotisch herkennen als hoog, licht en open.
Wat helpt een gotische muur van buitenaf?
Luchtbogen
Tongewelven
Zuilen
Korte balken
Deze slide heeft geen instructies
Vul de goede woorden in
Gotische gebouwen zijn vaak hoog en licht. Ze hebben grote raampartijen. luchtbogen geven steun aan de muren van buitenaf.
Deze check-in koppelt herkenning aan constructie.
Wat vond je het duidelijkst in deze les?
Deze slide heeft geen instructies
Wat wil jij onthouden van deze les?
Deze slide heeft geen instructies
Eén woord: hoe ging deze les voor jou?
Gebruik de wolk voor een korte afsluiting: makkelijk, lastig, leuk, duidelijk, nieuw.
Woordenlijst
constructie - een product of bouwwerk dat uit meer dan één onderdeel bestaat
bouwstijl - de herkenbare manier waarop een gebouw is vormgegeven
overspanning - de afstand die een constructie moet overbruggen
fundering - het onderste deel dat het bouwwerk draagt
boogconstructie - een gebogen vorm die krachten naar de zijkanten afvoert
koepel - een ronde gewelfde dakvorm
gewelf - een gebogen overdekking van een ruimte
Deze slide heeft geen instructies
Woordenlijst
tongewelf - een lang gebogen gewelf, als een halve cilinder
Romaanse bouwstijl - bouwstijl met ronde bogen, dikke muren en kleine ramen
Gotische bouwstijl - bouwstijl met hoge lichte gebouwen en grote ramen
kruisgewelf - gewelf waarbij gebogen delen elkaar kruisen
luchtboog - boog aan de buitenkant die een muur extra steun geeft
glas-in-lood - ramen van stukjes gekleurd glas in lood
zuil - rechtopstaande steun in een gebouw
Deze slide heeft geen instructies