Lessen 27 sept

Spelling!
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenBasisschoolGroep 6

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Spelling!

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Aan het einde van de les...
- Kan jij woorden met ng en nk goed opschrijven;
- Heb je goed mee gedaan met de les

Slide 3 - Tekstslide

klankwoorden nk
De n en de k zitten op de bank te kussen. Daar komt niemand tussen.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Woorden met nk

Slide 6 - Woordweb

Klankwoorden met -ng

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Waar zie je alleen woorden met de
-ng
A
bang, lang, slagn
B
bang, lagn, slan
C
bang, lang, slag
D
bang, lang, slang

Slide 9 - Quizvraag

Ng
Nk

Slide 10 - Sleepvraag

Rekenen

Slide 11 - Tekstslide

Lesdoelen
  • Aan het einde van de les heb jij klokkijken herhaald en heb je geoefend met zowel digitale als analoge klokken.

Slide 12 - Tekstslide

Waar bestaat een klok uit
- Uurwerk (cijfers)
- Wijzers (kleine en grote wijzer)

Slide 13 - Tekstslide

De wijzers
Kleine wijzer:
Geeft de uren aan.  

Slide 14 - Tekstslide

De wijzers
Grote wijzer
Geeft de minuten aan.
Elke keer als de grote wijzer 
een rondje heeft gemaakt, is 
het een uur later. 

Slide 15 - Tekstslide

De wijzers
Kleine en grote wijzer samen
Samen geven zij de tijd aan. 



Slide 16 - Tekstslide

Hoe zit dat eigenlijk met die minuten in het uur?
  • Een kwartier =             min.
  • Een halfuur =               min.     
  • Drie kwartier =            min.

Slide 17 - Tekstslide

Digitale klok: ochtend, middag, avond, nacht
  • Een dag heeft 24 uur.
  • Elke tijd zit twee keer in de klok 
  • 03:00 's nachts en 15:00 's middags
  • Om de digitale tijd uit te rekenen doe ik + 12 uur of - 12 uur. 
  • Het ligt eraan of het ochtend of avond is hoe ik het uit moet rekenen.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Hoe laat is het?

A
Half 2
B
Half 1
C
12 uur
D
Half 4

Slide 20 - Quizvraag

Hoe laat is het als je op de wekker
06:10 ziet staan?
A
10 voor 6 in de ochtend
B
10 voor 6 in de avond
C
10 over 6 in de ochtend
D
10 over 6 in de avond

Slide 21 - Quizvraag


Welke tijd hoort bij deze klok?
A
02:30
B
15:00
C
12:30
D
06:30

Slide 22 - Quizvraag


Welke tijd hoort bij deze klok?
A
07:15
B
08:00
C
11:15
D
08:45

Slide 23 - Quizvraag

Op welke klok is het
17:45?

A
B
C
D

Slide 24 - Quizvraag

09:00
12:30
22:30
17:30
17:00
Sleep de klokken naar de juiste tijd.

Slide 25 - Sleepvraag

Zelfstandig aan de slag!
Ga aan de taken van les 15 tot 9:30
Kom je er niet uit, gebruik je jouw blokje.

Zelfstandig is dus lekker in stilte werken.
timer
1:00

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Op mijn bureau ligt

Slide 29 - Tekstslide

Waar zie je een opsomming?
A
Ik eet graag: patat, sushi of bami.
B
Ik ben verdrietig: mijn fiets is kapot.
C
Tijn zegt: 'Iedereen mag mee'.

Slide 30 - Quizvraag

Waar zie je een opsomming?
A
Hij is boos: zijn beste vriend is verhuisd
B
Ik zeg: 'Dat gaan wij doen.'
C
Ik lust: appels, peren en aardbeien

Slide 31 - Quizvraag


A
B
C
Waar komt de dubbele punt? Het is een opsomming.
A
plek A
B
plek B
C
plek C

Slide 32 - Quizvraag

Tussen welke 2 woorden hoort de dubbele punt?
Ik heb drie katten Sok, Sip en Poffertje.
A
Ik en heb
B
drie en katten
C
katten en Sok
D
Sok en Sip

Slide 33 - Quizvraag

Aan de slag!
Maak zelfstandig het werkblad die uitgedeeld wordt.
Lees het instapkaartje nog eens voor je begint.

Vragen? Maak gebruik van je blokje.
Klaar? Aan de slag met spelling.  
Groep 6: les 13
Dolfijnen: les 13, 14, 15 
timer
1:00

Slide 34 - Tekstslide

Faqta - de 'Gouden' Eeuw

Slide 35 - Tekstslide

Waar denk je dat dit over ging?

Slide 36 - Woordweb

Aan het einde van de les...
- Kan je vertellen wat de keerzijde is van de Gouden Eeuw
- Heb je een poster gemaakt over een onderwerp over de Gouden Eeuw. 

Slide 37 - Tekstslide

Slavernij 

Slide 38 - Tekstslide

2

Slide 39 - Video

00:13
hoeveel slaven maakten ongeveer de overtocht?
A
1600
B
600.000
C
900.000
D
750.000

Slide 40 - Quizvraag

01:02
Slaven moesten bewegen, waarom?

Slide 41 - Open vraag

Wat deden ze met slaven die de reis niet overleefde?

Slide 42 - Open vraag

Slide 43 - Tekstslide

Wat voor gevoel gaf de vorige afbeelding jou?

Slide 44 - Woordweb

Slide 45 - Video

Posters over de Gouden Eeuw
1. Specerijen: welke specerijen werden verhandeld in die tijd? Schrijf over elk specerij een stukje. 
2. Slavernij: waar kwamen de slaven vandaan? Waarom handelden kooplieden in mensen?
3. Schilders: wie waren de bekendsten? Hoe werden ze beroemd? Wat maakte hen uniek?
4. Politiek: hoe ging de politiek eraan toe in de Gouden Eeuw?
5. Wetenschap: wat zijn de belangrijkste punten?
6. Oorlog: met welke landen had Nederland oorlog en waarom?

Slide 46 - Tekstslide