thema organismen - inleiding + hoofdstuk 1

Thema organismen
Leven in de natuur: hoe alles met elkaar verbonden is.
Leerplan wetenschap en techniek
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
WereldoriëntatieLager onderwijs

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les

Thema organismen
Leven in de natuur: hoe alles met elkaar verbonden is.
Leerplan wetenschap en techniek

Slide 1 - Tekstslide

Doel van het thema
Lesdoelen in leerlingentaal.
·        - Ik kan uitleggen wat een biotoop en een ecosysteem zijn en voorbeelden geven.
·        - Ik leg uit waarom biodiversiteit belangrijk is voor een sterke natuur.
·        - Ik herken organismen in een vijver/zoetwater en beschrijf die omgeving.
·        - Ik teken een voedselketen en maak er een voedselweb van.
·        -,Ik leg de voedselkringloop uit en toon de rol van schimmels en bacteriën.
·        - Ik leg uit hoe planten met zonlicht voedsel maken (fotosynthese).
·        - Ik leg uit hoe de zon de start is van bijna elke voedselketen.
·        - Ik vergelijk een lokale biotoop met eenzelfde biotoop op een andere plek in de wereld.
·        - Ik geef voorbeelden van hoe mensen de natuur beïnvloeden en bedenk oplossingen om beter voor de natuur te 
           zorgen.
·        - Ik denk na over mijn eigen gedrag en maak afspraken om zorgzaam met de natuur om te gaan.- 

Slide 2 - Tekstslide

Inleiding thema organismen 
In dit thema: 
  • we ontdekken hoe organismen zich verhouden tot elkaar en tot hun omgeving.
  • we onderzoeken verschillende biotopen.
  • we leren waarom biodiversiteit zo belangrijk is voor een gezond ecosysteem.
  • we staan stil bij de invloed van de mens op het leefmilieu: Hoe beïnvloeden we de natuur? Wat levert de natuur ons op? Hoe kunnen we zorg dragen voor onze natuur? We zoeken naar oplossingen om het evenwicht in de natuur te bewaren.  

Slide 3 - Tekstslide

Wat denk jij dat 'organismen' zijn?

Slide 4 - Open vraag

 organismen 
Organismen 

  • Zijn alle levende dingen: dieren, planten, mensen, bacteriën (= piepklein diertje dat je niet kunt zien zonder microscoop. Sommige maken het water schoon, andere kunnen ziek maken). 
  • Ze leven, groeien en hebben voedsel nodig om te overleven.
  • Vormen samen met hun omgeving een boeiend netwerk van relaties = ecosysteem. Elk organisme - van de kleinste schimmel tot de grootste boom - speelt een unieke rol in het ecosysteem.


  

Slide 5 - Tekstslide

Deel 1. Kennismaken met biotoop, 
ecosysteem en biodiversiteit

Slide 6 - Tekstslide

bos
             weide

vijver
Biotoop

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Biotoop

Een biotoop -> een leefgebied met specifieke leefomstandigheden, 
zoals een bos, een vijver, duinen, kust, stad, 
landbouwgebied of grasland.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Ecosysteem
Een ecosysteem -> de combinatie van de organismen in een biotoop met alle relaties die ze met elkaar én met hun omgeving hebben.
Een ecosysteem bevat:                                                                                            
  • levende of biotische componenten: dieren, planten, schimmels, microorganismen, zoals bacteriën en algen
  • niet-levende of abiotische componenten: licht, water, temperatuur, bodemsoort. Op de bodem vind je zand, slib (zacht, modderig materiaal op de bodem van het water)    

Binnen een ecosysteem is biodiversiteit belangrijk.                                                          

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Biodiversiteit
Biodiversiteit -> de verscheidenheid aan leven: verschillende soorten planten en dieren, 
maar ook variatie binnen soorten en tussen ecosystemen.

Hoe groter de biodiversiteit, hoe sterker en stabieler het ecosysteem.

             Binnen een ecosysteem is biodiversiteit belangrijk.                  

Slide 13 - Tekstslide

Waarom denk je dat biodiversiteit belangrijk is in een ecosysteem?

Slide 14 - Open vraag

Waarom is biodiversiteit belangrijk?

- Bv. bijen helpen bloemen om vruchten te maken. Zonder bijen zouden we minder fruit/groenten hebben.
- Planten maken zuurstof, zodat wij kunnen ademen; zorgen dat water/lucht proper blijft.
- De natuur geeft ons ook medicijnen, eten,  plek om te spelen of tot rust te komen.

Slide 15 - Tekstslide

Waarom is biodiversiteit belangrijk?
Wij kunnen de natuur helpen: 
 
  • bloemen planten voor bijen
  • geen afval in natuur gooien
  • respect voor dieren en planten

  => samen zorgen voor sterke natuur             

Slide 16 - Tekstslide

Waarom is biodiversiteit belangrijk?
Voorbeeld van biodiversiteit:
In een bos leven bomen, struiken, vogels, insecten en paddenstoelen samen.
  • bomen geven schaduw en voedsel
  • vogels bouwen hun nesten in de bomen
  • insecten eten bladeren
  • paddenstoelen ruimen dode takken op
        Samen vormen ze een biotoop waar alles met elkaar verbonden is.   

Slide 17 - Tekstslide

Diensten van ecosystemen voor de mens.
Ecosystemen doen ongelooflijk veel voor ons. 
Dit noemen we ecosysteemdiensten. Dat zijn dingen die de natuur gratis voor ons doet.
Voorbeelden: 
  • bomen en planten maken zuurstof
  • bijen/vlinders zorgen voor bestuiving zodat we fruit/groenten kunnen eten.
  •   Bossen houden water vast en beschermen tegen overstromingen.

         Als je even nadenkt... zonder ecosystemen zou er gewoon geen leven mogelijk zijn.

Slide 18 - Tekstslide

Opdracht: Een ecosysteem dat we allemaal kennen is het bos. Welke plek is het? Wie woont er? Waarom is het belangrijk?

Slide 19 - Open vraag

Biotopen herkennen/vergelijken
- We vergelijken een biotoop in onze eigen omgeving (bv bos, rivier, weide,...) met een biotoop in een ander land (bv woestijn, regenwoud, savanne,...)
- We gaan deze vergelijken aan de hand van volgende vragen:
- Hoe ziet de omgeving eruit? 
- Welke klimaat hoort erbij?
- Welke omstandigheden bepalen wat er kan leven (temperatuur, regen, licht, bodem,...)?     - Welke organismen lijken op elkaar?
- Welke verschillen vallen op? 
- Waarom zouden die verschillen bestaan?


Slide 20 - Tekstslide

Biotopen herkennen/vergelijken
We vergelijken de savanne en een bos.
- De savanne (bv Afrika) is een warme biotoop met uitgestrekte graslanden met hier en daar enkele bomen. Het is vaak lang droog, waardoor  planten en dieren goed aangepast moeten zijn aan watertekort en hitte.
- Het bos (bv in België) in onze omgeving is meestal een loofbos. Deze biotoop heeft gematigde temperaturen en krijgt het hele jaar door neerslag. Het bos bestaat uit verschillende lagen: boomlaag, struiklaag, kruidlaag en een bodemlaag met veel schimmels 
en insecten.


Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

Slide 23 - Video

Biotopen herkennen/vergelijken
Savanne
Bos
klimaat
warm; lange droge periode
gematigd; regelmatig regen
bodem
vaak droog en hard
vochtig; rijk aan humus
vegetatie (planten)
vooral grassen, weinig bomen: acaciaboom, olifantgras, doornstruiken
veel (loof)bomen, struiken en schaduwplanten: eik, beuk, berk, hulst, bramen, varens, paddenstoelen (bv vliegenzwam)
dieren
grote grazers en snelle roofdieren: leeuw, cheeta, zebra, giraf, olifant, hyena, ...
kleinere zoogdieren, veel vogels, insecten: vos, ree, das, eekhoorn, wilde zwijnen, specht, bos-muis, vlinders en kevers

Slide 24 - Tekstslide

Biotopen herkennen/vergelijken
Gelijkenissen
- Beide biotopen hebben planten/dieren die zich goed moeten aanpassen aan het klimaat.    - Grondlagen zijn belangrijk voor het leven in beide biotopen.
Verschillen
- In de savanne leven vooral grote grazers en snelle roofdieren. In ons bos vooral kleinere zoogdieren. 
- De savanne heeft veel minder bomen; het bos bestaat vooral uit bomen. 
- Bodem en neerslag verschillen sterk, wat invloed heeft op welke organismen kunnen overleven.

Slide 25 - Tekstslide

Biotopen herkennen/vergelijken
Besluit: - Dieren die in de savanne leven, zijn meestal groot, hebben veel ruimte nodig en kunnen goed tegen hitte en droogte, zoals giraffe, leeuw, olifant. In ons bos zouden ze niet genoeg voedsel vinden of te weinig ruimte hebben.
- In savanne groeien weinig bomen omdat er te weinig water is en er door de droogte vaak natuurlijke branden ontstaan. 
- Dieren in het bos kunnen zich aanpassen: camouflage (ze hebben bruine vacht), wintervacht (warm blijven in de winter), leggen wintervoorraad aan, grote ogen om in het donker te kunnen zien.

Slide 26 - Tekstslide

Bundel!
Neem je bundel op pagina ...
Vul opdracht... in

Slide 27 - Tekstslide

antwoord

Slide 28 - Tekstslide