Les verbes réguliers en -ir

Les verbes réguliers en -ir
finir (eindigen)
reflechir (nadenken)
reussir (slagen)
remplir (invullen)
grandir (groeien)
choisir (kiezen)
rougir (blozen)
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1,2,4,5,6

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Les verbes réguliers en -ir
finir (eindigen)
reflechir (nadenken)
reussir (slagen)
remplir (invullen)
grandir (groeien)
choisir (kiezen)
rougir (blozen)

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Stap 1: Hoe vind je de stam van een werkwoord op -ir?

Slide 4 - Open vraag

Wat is de stam van het werkwoord 'remplir'?

Slide 5 - Open vraag

Wat is de stam van het werkwoord 'choisir'?

Slide 6 - Open vraag

Vervoeg.. (present)

je ... (finir)

Slide 7 - Open vraag

Vervoeg.. present

nous ... (finir)

Slide 8 - Open vraag

Vervoeg.. present

tu ... (grandir)

Slide 9 - Open vraag

Vervoeg.. present

vous ... (rougir)

Slide 10 - Open vraag

Vervoeg.. Passe compose

ils ... (finir)

Slide 11 - Open vraag

Vervoeg.. Passe compose

Elle ... (remplir)

Slide 12 - Open vraag

Vervoeg.. Passe compose

tout le monde... (reussir)

Slide 13 - Open vraag

Vervoeg.. Present

Sophie et Chloé ... (reflechir)

Slide 14 - Open vraag

Ik snap de grammatica van de werkwoorden op -ir
😒🙁😐🙂😃

Slide 15 - Poll