Polaris oefenToets Geluid

oefenToets 
Geluid
geen cijfer
onthoud welk item je nog niet voldoende beheerst

1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

oefenToets 
Geluid
geen cijfer
onthoud welk item je nog niet voldoende beheerst

Slide 1 - Tekstslide

Welke dingen heb je altijd nodig om geluid te kunnen horen?
Nodig
Niet nodig
tussenstof
ontvanger
je tong
geluidsbron
oren

Slide 2 - Sleepvraag

Koppel de woorden die bij elkaar passen.
Mens
Luidspreker
Lucht
Microfoon
Water
Geluidsbron
Geluidsbron
Tussenstof
Tussenstof
Ontvanger
Ontvanger

Slide 3 - Sleepvraag

Kies onder ieder woord de omschrijving die er het beste bij past.
Gitaar
Lucht
Oor
Geluidsbron
Tussenstof
Ontvanger

Slide 4 - Sleepvraag

Geluidsbron
Tussenstof
Trilling
Vul het ontbrekende woord in. 
Je kunt het geluid van een geluidsbron alleen horen 
als er een                                   is tussen de geluidsbron 
en je oren.

Slide 5 - Sleepvraag

geluidsbron                  Tussenstof                  Ontvanger
Op welke plek pak je de geluidshinder aan?
Koptelefoon
Geluidswal bij de snelweg
Geluid zachter zetten
Raam dicht doen
Oordoppen indoen

Slide 6 - Sleepvraag

Welk begrip hoort bij welke stelling?
1. Geluid dat pijn doet.
2. Geluid dat vervelend is.
3. Geluid dat schade oplevert.
A
B
1 = Gehoorschade, 2 = Pijngrens en 3 = Geluid-hinder
C
1 = Pijngrens, 2 = Gehoorschade en 3 = Geluidhinder

Slide 7 - Quizvraag

Amplitude zegt wat over de:
Frequentie zegt wat over de:
Geluidssterkte meten we in: 
Frequentie meten we in:
Hertz
Decibel
Toonhoogte
Geluidssterkte

Slide 8 - Sleepvraag

Hertz betekent:
A
aantal trillingen per minuut
B
aantal trillingen per uur
C
aantal trillingen in de lucht
D
aantal trillingen per seconde

Slide 9 - Quizvraag

hoge frequentie
lage frequentie
meer decibel
minder decibel

Slide 10 - Sleepvraag

Rekenen met de formule: f = 1 : T
Zet in de juiste volgorde...

De trillingstijd is 0,02 seconde. Wat is de frequentie? 
Gegevens:
Formule:
Berekening
Gevraagd:
Check:
f = 1 : 0,02
f = 1 : T
f = 0,5 Hz
f = 50 Hz
T = 0,02
f in Hertz
T = 1 : f
T in seconden

Slide 11 - Sleepvraag

Rekenen met de formule: T = 1 : f
Zet in de juiste volgorde...

De frequentie is 10000 Hz. Wat is de trillingstijd?
Gegevens:
Formule:
Berekening
Gevraagd:
Check:
T = 1 : 10000
T = 1 : f
T = 0,1 s
T = 0,0001 s
f = 10000 Hz
T in seconden
f in Hertz
f = 1 : T

Slide 12 - Sleepvraag

Rekenen met de formule: T = 1 : f
Zet in de juiste volgorde...

De trillingstijd is 2,5 ms. Wat is de frequentie?
Gegevens:
Formule:
Berekening
Gevraagd:
Check:
T = 1 : 0,0025
f = 1 : T
T = 0,0025 s
T = 400 Hz
T = 2,5 ms
f in Hz
T = 0,4 Hz
T = 1 : f

Slide 13 - Sleepvraag

Met welke formule kunnen we de frequentie berekenen
(sleep naar de goede plek)
=
F
1
T

Slide 14 - Sleepvraag

Hoe groot is de trillingstijd in seconden?

Slide 15 - Open vraag

Bereken de frequentie in hertz.

Slide 16 - Open vraag

Wat is het gehoorbereik van een mens ongeveer?
A
20-2000 dB
B
20-2000 Hz
C
20-20000 dB
D
20-20000 Hz

Slide 17 - Quizvraag

Geluid is een trilling die gemaakt wordt door een geluid-bron.
A
niet waar
B
waar

Slide 18 - Quizvraag

Geluid-bronnen maken geluid door trillingen.
A
niet Waar
B
Waar

Slide 19 - Quizvraag

Welk geluid trilt vaker per seconde: een hoog geluid of een laag geluid?
A
Laag geluid.
B
Hoog geluid.

Slide 20 - Quizvraag

In een fabriek is soms schadelijk geluid.
Wat is schadelijk geluid?
A
Geluid dat boven de gehoor-drempel licht
B
Geluid dat uit een mp3-speler komt
C
Schadelijk geluid is hetzelfde als hinderlijk geluid.
D
Geluid dat je gehoor kan beschadigen.

Slide 21 - Quizvraag

Een hoger geluid heeft een ......
frequentie dan een lager geluid.
A
hogere
B
lagere

Slide 22 - Quizvraag

Bekijk de afbeelding met de grafieken van vier soorten geluidstrillingen.

Sleep het juiste geluid naar de juiste trilling. 
 laag geluid
 hoog geluid
 hoog geluid
laag geluid

Slide 23 - Sleepvraag