1.1 Organismen

Thema 1 Planten en dieren
1.1 Organismen
1.1 Organismen
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 1

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Thema 1 Planten en dieren
1.1 Organismen
1.1 Organismen

Slide 1 - Tekstslide

Actieve werkvorm 'Personage'

Bedenk samen wie je voor je hebt. 

Bespreek in groepjes van 3 of 4.
Jullie volgen je intuïtie/eerste indruk. We bespreken het klassikaal na.
Hulpvragen:
- Leeftijd?
- Waar opgegroeid? Woont?
- Wat voor docent? 
- Broers/zussen?
- Getrouwd? Kinderen? Huisdieren?
- Hobby's
- Lievelingseten/vakantie/muziek
- .....(eigen invulling)

Slide 2 - Tekstslide

Actieve werkvorm met ballonnen
1: Bio/Natuur is leuk! - Bio/Natuur is zo niet leuk

2: Ik ben (best) goed in Bio/Natuur - Ik ben niet zo goed in Natuur

3: Ik hou (meer) van planten - Ik hou (meer) van dieren

Slide 3 - Tekstslide

Verwachtingen

Respect naar elkaar
Rust en concentratie tijdens werken, tussentijds gezelligheid
100% inzet, fouten maken mag!
Spullen op orde -> altijd boek/tablet



Slide 4 - Tekstslide

Leerdoelen
Je benoemt:
- wat een organisme is;
- de 7 levenskenmerken;
- het verschil tussen levend, dood en levenloos.



Slide 5 - Tekstslide

Organismen

Slide 6 - Woordweb

organisme
Alle levende wezens worden organismen genoemd.
denk hierbij aan dieren, planten maar ook schimmels en bacteriën.

Slide 7 - Tekstslide

Organismen
  • Alles dat leeft, is het een organisme.
  • Alle organismen hebben levenskenmerken.
  • Wanneer een organisme geen 
levenskenmerken meer heeft, is het dood.
  • Dingen die nooit hebben geleefd zijn levenloos.

Slide 8 - Tekstslide

De zeven levenskenmerken

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Er zijn zeven levenskenmerken. Ademhalen, voeden, uitscheiden, waarnemen, bewegen, voortplanten en....

Slide 11 - Open vraag

Slide 12 - Video

Slide 13 - Video

Levend - dood - levenloos

Slide 14 - Tekstslide


A
levend
B
dood
C
levenloos
D
gewoon, water

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Tekstslide

Een plant op de vensterbank draait zijn bladeren naar het licht.
Welke twee levenskenmerken kun je hieruit afleiden?
A
Waarnemen
B
Uitscheiden
C
Voortplanten
D
Bewegen

Slide 17 - Quizvraag


A
Levend
B
Dood
C
Levenloos
D
geen idee

Slide 18 - Quizvraag

Zet telkens het bijbehorende levenskenmerk bij de juiste afbeelding.
voeden
ademhalen
uitscheiden
voortplanten
waarnemen
bewegen

Slide 19 - Sleepvraag

LEVEND

DOOD

LEVENLOOS

Slide 20 - Sleepvraag

Stel je hebt een operatie waarbij je een donorhart krijgt. Dit hart is ...
A
Levend
B
Dood
C
Levenloos
D
Geen idee

Slide 21 - Quizvraag

Je ziet een katoenen t-shirt.
Het shirt is
A
een organisme
B
geen organisme

Slide 22 - Quizvraag


Deze plant is een organisme
A
ja want het heeft levensverschijnselen vertoond
B
nee want het vertoont geen levensverschijnselen

Slide 23 - Quizvraag

Welk levensverschijnsel heeft te maken met het afgeven van stoffen aan de omgeving?
A
Bewegen
B
Groeien
C
Uitscheiden
D
Waarnemen

Slide 24 - Quizvraag

Sommige planten maken sappen zoals nectar en hars. Deze kunnen ze vervolgens afgeven aan de omgeving. Hoe heet dit levensverschijnsel?
A
voeden
B
voortplanten
C
uitscheiden
D
groeien

Slide 25 - Quizvraag

Levend

Dood
Levenloos
acryl lapje
katoenen lapje
houten plank
worm
aluminium
mossel die je eet
rietje
fruitvlieg
takje 
aan boom
dobbelsteen
steen
Sprinkhaan

Slide 26 - Sleepvraag


Het drinken van water valt onder het levensverschijnsel .........

A
uitscheiden
B
plassen
C
bewegen
D
voeden

Slide 27 - Quizvraag

Welk levensverschijnsel ontbreekt in het rijtje?

Voortplanten - Bewegen - Ademhalen - Groeien - Uitscheiden - Waarnemen
A
plassen
B
voeden
C
eten
D
lopen

Slide 28 - Quizvraag

Welke van de onderstaande levensverschijnselen
hebben te maken met het opnemen en/of afgeven van stoffen aan de omgeving?
A
groeien, voeden, ademhalen
B
bewegen, voeden, voortplanting
C
uitscheiden, groeien, bewegen
D
voeden, ademhalen, uitscheiden

Slide 29 - Quizvraag

Welke levensverschijnselen hebben te maken
met het feit dat organismen REAGEREN op hun omgeving?
A
Bewegen Voeden
B
Bewegen Ademhalen
C
Bewegen Waarnemen
D
Ademhalen Voeden

Slide 30 - Quizvraag


Nr. 1 is een grassprietje met een waterdruppel.
Het grassprietje is ...
A
dood
B
levend
C
levenloos
D
kriebelig :)

Slide 31 - Quizvraag

Nr. 2 is een waterdruppel hangend aan een grassprietje.. Het is ...
A
dood
B
levend
C
levenloos
D
nat :)

Slide 32 - Quizvraag


A
De baal hooi is dood en de banden zijn levenloos
B
De baal hooi is levend en de banden zijn dood
C
De baal hooi is dood en de banden zijn dood
D
De baal hooi is levend en de banden zijn levenloos

Slide 33 - Quizvraag

Aan de slag!
Basisstof 1
opdrachten 1 t/m 7 maken+nakijken (blz 14)

Strijders
- Opdracht 8 en Samenhang (blz 13)

- Leren onderzoeken
blz. 60 + 61 lezen & opdracht 1 + 2 maken


Slide 34 - Tekstslide