Les 14 taal PABO, 29 januari 2026

Les 14 | Taal 2.
  1. Inchecken: Hoe voel je je?
  2. De vorige les
  3. Opwarmertje
  4. Instructie
  5. Zelfstandig werken
  6. Evaluatie
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsHBOStudiejaar 1,2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Les 14 | Taal 2.
  1. Inchecken: Hoe voel je je?
  2. De vorige les
  3. Opwarmertje
  4. Instructie
  5. Zelfstandig werken
  6. Evaluatie

Slide 1 - Tekstslide

Inchecken; Hoe voel je je nu?

Slide 2 - Tekstslide

Hoe voel je je?

Blij, enthousiast of..
Normaal, rustig of...
Moe, nerveus, verdrietig of...

Slide 3 - Open vraag

De vorige les.
Rekenen gecijferdheid.
Lesdoel(en) | Lesson objective(s):
  • Ik leerde rekenen in Het Land van Okt met getallen boven de 100 (achttallig getallenstelsel).
  • Ik leerde rekenen volgens het binaire getallenstelsel.
  • Ik leerde rekenen met de grote gemene deler (ggd).
  • Ik leerde rekenen met de kleine gemene veelvoud (kgv).
  • Ik leerde rekenen met de Romeinse cijfers.
  • Ik leerde de verschillende vormen van symmetrie.
  • Ik leerde toetsvragen uit te rekenen als oefenvraag 6 en 8 (kgv).
  • Ik leerde sommen met combinatoriek uit te rekenen.




Slide 4 - Tekstslide

De vorige les.
Rekenen gecijferdheid.
We gaan alle leerdoelen niet herhalen, dat kost teveel tijd.
Wat deze herkansing moeilijker dan de eerste toets? Wat maakkte het moeilijk(er)?

Heb je enig idee wanneer je je cijfer terugkrijgt?




Slide 5 - Tekstslide

Instructie.
Taal 2.
Lesdoel(en):
  1. Ik leer wat taalverwerving is.
  2. Ik leer wat tweedetaalverwerving inhoudt.
  3. Ik leer het systeem van taal.
  4. Ik leer welke taalfuncties er zijn.

Deze les bevat theorie vanuit bijeenkomst 1 en 2.



Slide 6 - Tekstslide

Instructie.
Taalverwerving.
Er zijn 3 theorieën:
  1. Behaviorisme (imitatietheorie)
    Leren van taal door imitatie en goedkeuring van ouders.
  2. Creatieve constructietheorie (mentalisme)
    Men gaat ervan uit dat kinderen taal niet simpelweg imiteren, maar zelf over een aangeboren taalvermogen beschikken, waarmee ze op een creatieve manier kunnen bouwen. Ook wel mentalisme genoemd.
  3. Interactionele benadering
    Kinderen verwerven taal door interactie met hun omgeving, communicatie met moedertaalsprekers. Het gaat om het taalaanbod dat kinderen ontvangen, samen met de sociale interacties die ze hebben.









Slide 7 - Tekstslide

Instructie.
Taalverwerving.
De taalverwervingsfases: 

1. Prelinguale fase (0-1 jaar)
Ontwikkeling fonologische vaardigheden (spraakklanken)​:
• Huilen​
• Vocaliseren: klinkers​
• Vocaal spel: medeklinkers en variatie​
• Brabbelen: herhalen klankgroepen

Slide 8 - Tekstslide

Instructie.
Taalverwerving.
2. Vroeglinguale fase (1-2,5 jaar)
Van brabbelen naar betekenisvol taalgebruik.
​Toename semantische (woordbetekenis) en syntactische (grammaticale regels) vaardigheden​.
• Eenwoordzin
• Tweewoordzin
• Meerwoordzin

Slide 9 - Tekstslide

Instructie.
Taalverwerving.
3. Differentiatiefase (2,5-5 jaar)
Ontwikkeling van de morfologische (woordvorming) en pragmatische (communicatie) vaardigheden​.
  • Ontdekken van regelmatigheden in de taal​
  • Explosieve woordenschatuitbreiding
Kwantitatief (zie afbeelding) & kwalitatief​ (zie hieronder)
  • Verschijnselen in de differentiatiefase​:
substitutie (kat; tat) – omissie (koek; koe) – inversie (papa rijdt auto; papa auto rijdt) – additie (bloemetje; bloemetjes), overgeneralisatie (liep; loopte) – overextensie (alles met 4 poten heet hond) – onderextensie, (fles; betekent alleen eigen babyfles, er bestaan geen andere flessen).

Slide 10 - Tekstslide

Instructie.
Taalverwerving.
4. Voltooiingsfase (5-9 jaar)
• Processen vorige fasen worden verder uitgebouwd.
• Onregelmatige vormen en lange zinnen zijn nog lastig.

Slide 11 - Tekstslide

Instructie.
Taalverwerving.
Het herkennen van fouten bij kinderen op 3 verschillende niveau´s:

1. Fonologisch niveau (klanken)
Het kind weet het woord wel, maar zegt de klanken niet goed (tat in plaats van kat).
Het probleem zit in het uitspreken, niet in de betekenis.

2. Semantisch niveau (betekenis)
Dit gaat over wat een woord betekent.
Het kind gebruikt een verkeerd woord (Ik trek mijn jas aan, terwijl het kind een trui bedoelt).
Of alles wat rijdt heet “auto” (ook een bus of trein).

3. Syntactisch niveau (zinsbouw)
Dit gaat over hoe een zin is opgebouwd. De woorden staan in de verkeerde volgorde of er ontbreken woorden (Ik morgen school”
in plaats van: Ik ga morgen naar school). De zin klinkt raar, maar je begrijpt wel wat er bedoeld wordt.

Slide 12 - Tekstslide

Instructie.
Tweedetaalverwerving.
  • Simultane tweetaligheid
Tegelijkertijd twee (of meer) talen.
Tot drie jaar.

  • Successieve tweetaligheid
Een andere taal wordt geleerd, na de eerste taal.
Er wordt geleerd vanuit de eerste taal → Interferentiefouten:
Deze fouten worden gemaakt door de verschillen tussen een eerste en een tweede taal.
Bijvoorbeeld: Turks →Nederlands.
Wiel = wil, want in Turks geen verschil tussen /i/ en /ie/.
Turkse taal heeft geen lidwoorden.

Slide 13 - Tekstslide

Instructie.
Het systeem van taal.
Taal heeft een systeem:
• fonologie (spraakklanken)
• morfologie (vormleer van woorden)
• syntaxis (zinsbouw)
• semantisch (betekenis)
• orthografie (spelling)
• pragmatiek (taalgebruiksregels)

Slide 14 - Tekstslide

Instructie.
Taalfuncties.
1. Sociale taalfuncties​; Altijd de communicatieve functie van taal​.
Zelfhandhaving​
Zelfsturing​
Sturing van anderen​
Structurering van het gesprek​

2. Cognitieve taalfuncties​; Altijd de conceptualiserende functie van taal.
Rapporteren
Redeneren​
Projecteren​

3. Expressieve taalfunctie; gevoelens uiten, creatief met taal omgaan. ​





Slide 15 - Tekstslide

Zelfstandige verwerking.
Kennis testen.
Lesdoel(en):
  1. Ik leer wat taalverwerving is.
  2. Ik leer wat tweedetaalverwerving inhoudt.
  3. Ik leer het systeem van taal.
  4. Ik leer welke taalfuncties er zijn.

Slide 16 - Tekstslide

Wat is volgens de ´interactionele benadering´ een noodzakelijke voorwaarde voor de verwerving van de moedertaal?
A. communicatie met leeftijdsgenoten
B. creativiteit
C. imitatie
D. passend taalaanbod en interactie met de omgeving

Slide 17 - Open vraag

Wat houdt volgens ´behaviorisme´ het verwerven van taal in?
A. communicatie met leeftijdsgenoten
B. aangeboren taalvermogen; creatief bouwen
C. imitatie
D. passend taalaanbod en interactie met de omgeving

Slide 18 - Open vraag

Wat houdt volgens ´mentalisme´ het verwerven van taal in?
A. communicatie met leeftijdsgenoten
B. aangeboren taalvermogen; creatief bouwen
C. imitatie
D. passend taalaanbod en interactie met de omgeving

Slide 19 - Open vraag

De Oekraïense Victoria is twee jaar geleden naar Nederland gekomen en is inmiddels uit de schakelklas overgestapt naar een reguliere groep 5. Haar Nederlands is inmiddels zeer sterk ontwikkeld. Van welke taalvaardigheid is sprake bij Victoria?
A. Er is sprake van simultane taalvaardigheid.
B. Er is sprake van successieve taalvaardigheid.
C. Er is sprake van eerst successieve en vervolgens simultane taalvaardigheid.
D. Er is sprake van zowel simultane als successieve taalvaardigheid.

Slide 20 - Open vraag

Het systeem van taal. | Kies uit: orthografie, syntaxis, fonologie, morfologie, pragmatiek, semantiek.
1. Welk van de volgende woorden is een verbuiging, vervoeging, afleiding of samenstelling?
loopt / fietsbel / grappig / huisje
2. Zet de volgende zinsdelen in de juiste volgorde:
In de opdrachten / de vervelende leerling / geen zin / heeft
3. Wat is het tegengestelde van blij?
4. /paaraapluu/, /gaaraazju/
5. “Ik pak een koekje”, zegt Koen. Moeder reageert: “Dat zeggen we zo niet. Je bedoelt: mag ik
een koekje?”
6. Hoe spel je het woord ‘machine’?

Slide 21 - Open vraag

De volgende les.
Wat ga je leren?
De volgende les:
  • Ik leer meer over de mondelinge taalvaardigheid.
  • Ik leer de principes van woordenschatverwerving.

Belangrijk: Ik stuur je, na elke les, de LessonUples naar je toe. Herhalen is belangrijk.



Slide 22 - Tekstslide