Afweer en antistoffen (Biologie vmbo), les 3: Terugblik quiz

LICHAAM · AFWEER

Quiz

Terugblik: Afweer en antistoffen

1 / 13
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3,4

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met tien vragen over antigenen en antistoffen, het ABO-systeem, de rhesusfactor, de bloedtransfusie, natuurlijke en kunstmatige bescherming en allergie. Alleen voor GL/TL.

Onderdelen in deze les

LICHAAM · AFWEER

Quiz

Terugblik: Afweer en antistoffen

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: SELF Magazine / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Wat is een antigeen?

A

Een eiwit in je bloed dat ziekteverwekkers vastpakt

B

Een medicijn dat bacteriën doodt

C

Een stof die een klier aan het bloed afgeeft

D

Een lichaamsvreemde stof die antistoffen uitlokt

Een antigeen is een lichaamsvreemde stof die je lichaam antistoffen laat maken. Verwachte fout: de eerste afleider kiezen, dat is een antistof.

Welke bloedgroep heeft antigeen A en B?

Bloedgroep AB: allebei de antigenen op de rode bloedcellen. Verwachte fout: bloedgroep O noemen, die heeft juist geen antigenen.

Welke antistoffen zitten in het plasma bij bloedgroep B?

A

Anti-B

B

Anti-A

C

Anti-A en anti-B

D

Geen antistoffen

Je hebt antistoffen tegen het antigeen dat je zelf niet hebt: bloedgroep B heeft anti-A. Verwachte fout: anti-B kiezen, het antigeen van de eigen bloedgroep.

Vul in

Bij een bloedtransfusie geeft een donor bloed aan een ontvanger die het bloed nodig heeft.

donor
ontvanger
serum
laborant

Donor en ontvanger. Verwachte fout: de twee woorden omdraaien.

Welke soort stof is een antistof?

A

Een eiwit

B

Een hormoon

C

Een suiker

D

Een vet

Antistoffen zijn eiwitten. Verwachte fout: hormoon kiezen, omdat hormonen ook stoffen in het bloed zijn.

Een Rh- ontvanger krijgt Rh+ bloed. Wat gaat het lichaam doen?

A

De rhesusfactor zelf gaan maken

B

Het donorbloed meteen volledig opnemen

C

Antistoffen maken tegen de rhesusfactor

D

Nooit antistoffen maken

Het lichaam ziet de rhesusfactor als lichaamsvreemd en gaat antistoffen maken. Verwachte fout: denken dat het lichaam de rhesusfactor overneemt.

Een onbekende bacterie klontert met anti-P, niet met anti-Q. Welke soort is het?

A

Soort Q

B

Soort P

C

Soort P en soort Q

D

Geen van beide

Klontering laat zien dat de antistoffen passen bij het antigeen van de bacterie: soort P. Verwachte fout: soort Q kiezen, door klontering en geen klontering om te draaien.

Waardoor krijgt een baby natuurlijke bescherming na de geboorte?

A

Door een vaccin van de huisarts

B

Door een serum met antistoffen

C

Door een antibioticum in de melk

D

Door antistoffen uit de moedermelk

Moedermelk bevat antistoffen van de moeder: natuurlijke bescherming. Verwachte fout: een vaccin of serum kiezen, dat is kunstmatige bescherming.

Eva had waterpokken en krijgt het niet opnieuw. Waardoor is Eva beschermd?

A

Door een vaccin van de huisarts

B

Door een serum met antistoffen

C

Door een antibioticakuur

D

Door een eerdere besmetting

Na de besmetting maakte het lichaam zelf antistoffen: natuurlijke bescherming. Verwachte fout: vaccin kiezen, Eva is niet gevaccineerd, maar besmet geweest.

Wat gebeurt er bij een allergie?

A

De afweer valt je eigen cellen aan

B

De afweer reageert op een onschadelijke stof

C

De afweer stoot een donororgaan af

D

De afweer reageert niet op een ziekteverwekker

Bij een allergie reageert de afweer op een onschadelijke stof, zoals stuifmeel. Verwachte fout: de afweer die eigen cellen aanvalt, dat is een auto-immuunziekte.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

LICHAAM · AFWEER

Goed gedaan!

Goed gedaan. Je weet nu wat antigenen en antistoffen zijn, hoe bloedgroepen werken en hoe vaccins, sera en antibiotica je beschermen.

Deze slide heeft geen instructies