Begrijpend lezen
Begrijpend lezen
Vraag of onderwer
Sleepvraag
ski
slee
stamppot
want
schaats
sneeuwpop
de muts
glijden
het ijs
uitglijden
Wat past bij de foto?
De sneeuwpop maakt een jongen.
De jongen maakt een ijspop.
De jongen maakt een sneeuwpop.
De sneeuwpop glijdt uit.
Wat past bij de foto?
Het meisje maakt een sneeuwpop.
Het meisje glijdt uit.
De jongen maakt een sneeuwpop.
De sneeuwpop glijdt uit.
Wat past bij de foto?
De kinderen zitten op de slee.
De kinderen staan op de slee.
De kinderen zitten op het ijs.
De sneeuwpop zit op de slee.
Wat past bij de foto?
De vrouw zit op het ijs.
De vrouw schaatst op de sneeuw.
De vrouwen schaatsen op het ijs.
De vrouw schaatst op het ijs.
Wat past bij de foto?
De man maakt erwtensoep.
De mannen maken soep.
De man maakt chocolademelk.
De man eet erwtensoep.
Wat past bij de foto?
De man draagt een jas.
De man draagt een sjaal en een muts.
De man draagt wanten, een sjaal en een muts.
De man draagt wanten en een sjaal.
Wat past bij de foto?
De schaats hangt aan het dak.
De ski hangt aan het dak.
De ijspegels hangen aan het dak.
De ijspegels zitten op het dak.